Sacrament van Niervaert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Heilig Sacrament van Niervaert verwijst naar een middeleeuws hostiewonder, een Heilige Miraculeuze Hostie, die vanaf de late middeleeuwen te Breda werd vereerd.

Geschiedenis[bewerken]

Een vroeg zestiende-eeuws handschrift in het Stadsarchief Breda bewaart de volgende legende van het Sacrament van Niervaert. In het begin van de 14e eeuw vond Jan Bautoen tijdens het turfsteken te Niervaert (=Niervaart) in het huidige Klundert in de grond een hostie waaruit bij aanraking bloed vloeide. Deze bijzondere hostie werd naar de kerk overgebracht, waar zij spoedig het voorwerp van bijzondere verering werd. De bisschop van Luik, onder wiens bestuur ook Brabant stond, stelde daarop een onderzoek in naar de authenticiteit van deze hostie. Hij zond een rechtsgeleerde, mr. Macharius de Busco, om de hostie te onderzoeken. Deze verhoorde Jan Bautoen, twee vrouwelijke getuigen en de pastoor maar hechtte aan hun getuigenis geen geloof. Hij beproefde de hostie door deze op vijf plaatsen met een priem te doorsteken. De hostie begon op deze plaatsen te bloeden. Niervaert groeide in de daarop volgende anderhalve eeuw uit tot een pelgrimsoord. Doordat in het tweede kwart van de vijftiende eeuw verschillende overstromingen het plaatsje bedreigden en het voor de pelgrims steeds moeilijker werd Niervaert te bereiken, werd de hostie in 1449 op verzoek van Jan IV van Nassau naar Breda overgebracht. Hij ontving daarvoor toestemming van zijn zwager, Jan van Loon-Heinsberg, de Prinsbisschop van Luik. Ook in Breda werd de hostie door velen vereerd en ook in deze stad zijn blijkens het bovengenoemde handschrift wonderbaarlijke gebedsverhoringen gemeld. De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk werd omstreeks 1530 uitgebreid met een Sacramentskapel in Renaissancestijl. Voor het altaar van die kapel vervaardigden twee anonieme kunstenaars een retabel. Delen van dat Niervaertretabel hebben de beeldenstorm overleefd en worden nog altijd in Breda bewaard. Jaarlijks op de zondag vóór St. Jan werd de hostie in de zogenaamde Kleine Omgang door de binnenstad gedragen. Het laatste wonder werd opgetekend in 1456.

Overlevering over de verblijfplaats van de wonderbaarlijke hostie[bewerken]

Over een mogelijke verblijfplaats van de wonderbaarlijke hostie is niets bekend. Een overlevering verhaalt dat de hostie in augustus 1566 door een kanunnik van de Grote Kerk voor beeldenstormers in veiligheid is gebracht en in het stadshart is verborgen. Sinds de twintigste eeuw is verschillende keren uitvoerig gezocht in de kelder van het pand Havermarkt 2, tegenwoordig café de Suikerkist. Dit naar aanleiding van visioenen van mevrouw de Hoogh, echtgenote van de toenmalige onderdirecteur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Bij deze onderzoeken is naast de grote kelder onder het pand een bijkelder gevonden die was volgestort met puin. Ook zou - blijkens een krantenbericht uit die tijd - in een holle ruimte in een muur van deze bijkelder een zinken busje met een perkamenten briefje met daarop de tien geboden, een zogenaamde Mezoeza, zijn gevonden. In 1948 werd opnieuw in dezelfde kelder gezocht door de wichelroedeloper Rien Dijkshoorn die het onderzoek hernam. Dit onderzoek heeft geen concrete vondsten opgeleverd. De originele onderzoeksverslagen, opgetekend door pater G. Verdonk en kapelaan G. de Vet, zijn bewaard gebleven in het Bredase Stadsarchief.

Gilde[bewerken]

In 1463 werd te Breda het Gilde van het heilig Sacrament van Niervaert opgericht met de bedoeling de verering van de hostie te bevorderen. Het lidmaatschap van het Gilde was toegankelijk voor mannen en vrouwen. Het Gilde gaf opdracht tot het vervaardigen van het bovengenoemde altaarretabel. Ook gaf het Gilde aan de Brusselse Stadsdichter Jan Smeken de opdracht tot het schrijven van een toneelstuk. Binnen het Nederlands letterkundig patrimonium heeft het Middelnederlandse Spel vanden heilighen sacramente vander Nyeuwervaert zich een plaats verworven. Het Gilde was actief tot 1590, het jaar dat Breda met de bekende list van het Turfschip van Breda door Staatse troepen werd heroverd en de kerk door protestanten werd ingenomen. Het ooit florerende Gilde leidde sindsdien een sluimerend bestaan. In 2003 is het Gilde van het heilig Sacrament van Niervaert in Breda formeel heropgericht.

Confrèrie[bewerken]

Hoewel enkele Bredanaars tijdens het Spaanse Tussenbewind (1625-1637) hebben gepoogd het Gilde van het heilig Sacrament van Niervaert nieuw leven in te blazen, duurde het tot 28 oktober 1697 voordat in de schuilkerk aan de Brugstraat een nieuwe Confrèrie van het Allerheiligst Sacrament des Altaars kon worden opgericht. Deze vereniging was nieuw omdat de wijze van oprichting, de doelstelling en de organisatie wezenlijk verschilde van dat van het Gilde. De Confrèrie is ononderbroken blijven voortbestaan. Het notulenboek van deze confrèrie wordt bewaard in het Stadsarchief Breda en bevat een opvolgende lijst van regenten van 1697 tot op de huidige dag. Sinds de zeventiende eeuw zou de Kleine Ommegang gehouden zijn in de vorm van een Stille Omgang. Dit initiatief leefde in de twintigste eeuw op. Van 1916 tot in 1966 werd in Breda jaarlijks een Stille Omgang gehouden met vele honderden deelnemers uit Breda en omgeving.

Externe links[bewerken]