Spoorlijn Bakhuisgebergte - Apoera

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Spoorlijn Bakhuisgebergte - Apoera
Spoorlijn Bakhuisgebergte - Apoera op de kaart
Totale lengte72 km
Spoorwijdtenormaalspoor 1435 mm
Huidige status
inactief
Geëlektrificeerdnee
Aantal sporen1
Traject
exENDEa Bakhuisgebergte
exBHF Bakhuis
exBHF Kamp 52
exBHF Apoera
exENDEe aansluiting haven

De spoorlijn van het Bakhuisgebergte naar Apoera is een circa 72 kilometer[1] lange spoorlijn op normaalspoor in Suriname en verbindt het Bakhuisgebergte met het noordwestelijk daarvan aan de Corantijn gelegen Arowakkendorp Apoera. De in 1980 gereed gekomen spoorlijn was onderdeel van het West-Surinameplan en zou voornamelijk gebruikt worden voor het vervoer van bauxiet uit het gebergte naar de geplande haven in Apoera. Uiteindelijk is de bauxietwinning niet doorgegaan en is de spoorlijn nooit in gebruik genomen. De lijn staat daarom ook wel bekend als de spoorlijn ‘van niets naar nergens’. [2]

Planfase[bewerken | brontekst bewerken]

In 1968 waren er afspraken gemaakt met een consortium van bedrijven, waaronder het Nederlandse BHP Billiton, om de bauxietvoorraden in het Bakhuisgebergte te gaan ontginnen. Na enkele jaren besloot te Surinaamse regering om de plannen uit te voeren met het Amerikaanse bedrijf Reynolds Metals Company. In 1972 werd aangekondigd dat men met de aanleg van de spoorlijn wilde beginnen.[3]

Het duurde echter nog tot 1976 voordat daadwerkelijk met de aanleg werd gestart. Tussen Nederland en Suriname was in 1975 het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma afgesloten, waarbij Nederland 3,5 miljard gulden schonk om de Surinaamse economische ontwikkeling te stimuleren. Als onderdeel van het West-Surinameplan zou de gewenste spoorlijn worden aangelegd voor 135 miljoen gulden. Omdat Nederland dit bedrag echter alleen wilde investeren in de regio als de bauxietwinning weer aan BHP Billiton en dienst partners werd gegund, werd Reynolds door de Surinaamse regering afgekocht.[4] In 1976 ging de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname (CONS) akkoord met de financiering van de spoorlijn, tot een maximumbedrag van 150 miljoen gulden.

Aanleg[bewerken | brontekst bewerken]

De bouw werd uitgevoerd door een joint-venture van het Nederlandse bedrijf Lareco, het Amerikaanse Morrison-Knudsen, en de Surinaamse bedrijven Sohansingh, General Surinam Railroad en Van Kessel NV. Het Nederlandse ingenieursbureau DHV kreeg onder de naam Nedoco de leiding. Voor de bouw kon gebruik worden gemaakt van lokaal hout en enkele steengroeves.[5] De spoorlijn zou een vervoerscapaciteit krijgen van 4 miljoen ton bauxiet per jaar.[6]

Volgens de planning moest de spoorlijn in april 1979 gereed zijn. Door vertragingen, zoals de problemen met het aanleveren van voldoende dwarsliggers,[7] vond de uiteindelijke oplevering plaats op 24 september 1980. De spoorlijn had in totaal 200 miljoen gulden gekost.[8][9] Inmiddels waren de bauxietprijzen dermate gedaald dat Billiton en Suralco besloten om niet te beginnen aan de bauxietwinning in het Bakhuisgebergte en zij trokken zich terug uit het project.[10] Hiermee kwam het bestaansrecht van de zojuist opgeleverde spoorlijn al meteen op losse schroeven te staan.

Materieel[bewerken | brontekst bewerken]

Op 5 december 1978 waren twee locomotieven geleverd door Morrison-Knudsen.[11] Het betrof twee RSD-12’s die begin jaren 60 door de Amerikaanse American Locomotive Company waren gebouwd voor de Southern Pacific. De locomotief met het nummer MK2002 is op de kade geplaatst en nooit van zijn plek gekomen; de MK2001 is samen met enkele spoorbouwmachines in een loods ondergebracht.[6]

Exploitatie[bewerken | brontekst bewerken]

De spoorlijn is in feite nooit gebruikt. Het enige vervoer dat heeft plaatsgevonden waren enkele ritten voor het steenslagbedrijf van Grassalco. De in Apoera gelegerde militairen hebben de locomotief nog wel gebruikt als ze ’s nachts op jacht gingen naar bosvarkens.[12]

In 1993 is opnieuw onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor bauxietwinning in het Bakhuisgebergte, waarbij de spoorlijn dan alsnog als transportmiddel gebruikt zou kunnen worden. Dit plan is niet gerealiseerd.[13][2]