Spoorwegstaking van 1944

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Spoorwegstaking van 1944
Spoorwegstaking van 1944
Plaats Vlag van Nederland Nederland
Periode september 1944 - mei 1945
Doel(en) hinderen Duitse transporten
Deelnemers 30.000
Vista-kmixdocked.png
Regeringsverklaring bij het begin van de staking
Vista-kmixdocked.png
Radiotoespraak op 8 oktober door minister-president Gerbrandy over de spoorwegstaking
Oorkonde voor deelname aan spoorwegstaking

De spoorwegstaking van 1944 was een nationale staking van het Nederlandse spoorwegpersoneel, die duurde van september 1944 tot de bevrijding in mei 1945.

Medewerking[bewerken | brontekst bewerken]

Het personeel van de Nederlandse Spoorwegen heeft het grootste deel van de Tweede Wereldoorlog meegewerkt aan de belangen van de Duitse bezetter, zoals het vervoeren van Joden naar de concentratiekamp en het wegvoeren van Nederlandse arbeidskrachten en kapitaalgoederen naar de Duitse industrie, en Duitse troepen en wapens door Nederland. Aan een dringende oproep om zich aan te sluiten bij de April-meistaking in 1943 gaf het NS-personeel geen gehoor. NS-directeur Willem Hupkes verklaarde na de oorlog dat een staking gedoemd was te mislukken omdat deze niet breed gedragen werd door het personeel en niet was afgeroepen door de Nederlandse regering in Londen.

Staking[bewerken | brontekst bewerken]

Na een oproep van Radio Oranje op 17 september 1944, met codebericht: "De kinderen van Versteeg moeten onder de wol", legden 30.000 personeelsleden van de NS het werk neer. De staking viel samen met het begin van Operatie Market Garden. Via het Nationaal Steun Fonds heeft de Nederlandse regering in Londen een belangrijk deel van deze staking kunnen financieren. In Noord-Nederland werd de financiering van de staking door de NS aanvankelijk georganiseerd via de Groep-De Groot totdat deze in januari 1945 vrijwel geheel werd opgerold.[1]

Gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

De Duitsers hadden gewaarschuwd dat een staking de voedselvoorziening in gevaar zou brengen. Ze maakten dat dreigement gedeeltelijk waar door het transport per schip te verbieden. Deze maatregel werd in twee etappes eind oktober 1944 weer opgeheven. Onderhandelingen met de regering in London leverden niets op, waarbij moet worden opgemerkt dat de Nederlande regering elk voorstel afkeurde. Zo werd de Hongerwinter, die vooral het westen van Nederland trof, veroorzaakt door een transportprobleem en niet door een gebrek aan voedsel. Veel van het Nederlandse spoorwegmaterieel werd door de Duitsers afgevoerd naar het oosten. Het meeste materieel dat in de Russische bezettingszone stond ten tijde van de Duitse capitulatie zou nooit meer in Nederland terugkeren, waardoor de NS na de oorlog met grote tekorten kampte. Het lang gestelde adagium dat de staking de Duitse oorlogsmachine heeft gehinderd en een stimulans betekende voor het Nederlandse verzet is aantoonbaar onjuist: door de lege sporen kon de bezetter sneller dan tevoren manschappen en materieel aanvoeren[bron?], zoals na de Slag om Arnhem in oktober 1944. Door de staking stond het Nederlandse spoorwegpersoneel niet langer meer bloot aan luchtaanvallen door geallieerde vliegtuigen.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • A.J.C. Rüter: Rijden en staken: de Nederlandse Spoorwegen in oorlogstijd. M. Nijhoff, Den Haag, 1960.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Dutch Railway strike 1944 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.