Steenbikker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Steenbikker
Steenbikker
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Mollusca (Weekdieren)
Klasse: Gastropoda
(Slakken)
Superfamilie: Helicoidea
Familie: Helicidae
Geslacht: Helicigona
Soort
Helicigona lapicida
(Linnaeus, 1758)
Steenbikker
Aanwezigheid in Europa per land ██ aanwezig ██ geen gegevens
Aanwezigheid in Europa per land

██ aanwezig

██ geen gegevens

Afbeeldingen Steenbikker op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De steenbikker (Helicigona lapicida) is een op het land levende longslak uit de familie Helicidae.

Naam[bewerken]

De soortnaam werd in 1758 ingevoerd door Carolus Linnaeus (1786-1836) als Helix lapicida.[1] Door andere inzichten in de taxonomie is de soort later in het geslacht Helicigona geplaatst. Als gevolg van deze naamswijziging worden auteursnaam en datum nu tussen haakjes gezet. De naam lapicida heeft betrekking op de ondergrond waar het dier veel wordt aangetroffen: steen (lapicida (Latijn) is samengesteld uit lapis & caeda, respectievelijk steen & houwen of bikken: 'steenhouwer').

Beschrijving[bewerken]

Schelpkenmerken[bewerken]

Schelp lensvormig met ongeveer 4-4,5 convexe langzaam en regelmatig in grootte toenemende windingen gescheiden door een duidelijke maar niet erg diepe sutuur. Zeer karakteristiek is de op het midden van de winding verlopende scherpe kiel. De basis van de schelp gaat met een vlakke bocht in de navel over. De navel is diep en neemt ongeveer 1/5 van de totale schelpdiameter in. De mondopening is ovaal en heeft een continu verlopende en iets verdikte en zwak omgeslagen mondrand. De sculptuur is zeer kenmerkend en bestaat uit fijne ribbeltjes die meestal in korrels op het oppervlak liggen. De korrels zijn vaak langgerekt en vertonen af en toe een zigzagpatroon. Het schelpoppervlak is verder mat. De schelp van het levende dier is niet doorschijnend en heeft een hoornbruine kleur met onregelmatige radiale wijnrode vlekken. Onder het midden van de laatste omgang loopt een spiraalband. Fossiele schelpen hebben vaak een lichtbruine kleur behouden.

Afmetingen van de schelp

  • hoogte: tot ongeveer 9 millimeter
  • breedte: tot ongeveer 20 millimeter

Habitat[bewerken]

Deze soort leeft op schaduwrijke plekken in bossen en bosachtige terreinen. Ook op schaduwrijke vochtige rotswanden.

Huidige verspreiding[bewerken]

Helicigina lapicida heeft een West- en Midden-Europese verspreiding[2][3]. In Nederland van nature alleen in Zuid-Limburg. Als exoot meegekomen met basaltblokken voor de dijkenbouw en daardoor op enkele plaatsen in Noord-Holland in spleten tussen de basaltblokken levend op dijken langs het IJsselmeer[4]. In België vooral algemeen in de Ardennen[5].

Fossiel voorkomen[bewerken]

Komt zeldzaam in het hele Kwartair in interglacialen voor. In Nederland onder andere bekend uit het Tiglien[6][7] en het Holoceen[8] In België bekend uit het Holoceen bij Antwerpen[9]

Meer afbeeldingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]