Structuurbiologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deel van een serie artikelen over

Structuur van fosfoglyceraatkinase 3PGK
Ruimtelijke structuur van een enzym
–– Biomoleculen ––

Eiwit · Fosfolipide · Koolhydraat · Biopolymeer · Natuurproduct · Nucleïnezuur · Metaboliet · Sacharide · Vet · Vitamine


–– Stofwisseling ––

Anabolisme · Celademhaling · Eiwitsynthese · Enzymatische katalyse · Fotosynthese · Katabolisme · Oxidatieve fosforylering


–– Verwante onderwerpen ––

Bio-informatica · Biofysica · Celbiologie · Enzymologie · Genetica · Immunologie · Moleculaire biologie · Structuurbiologie


Portaal Portaalicoon Bio·Chemie

Structuurbiologie is een deelgebied van de biologie waarin men de moleculaire structuur bestudeert van biologische macromoleculen (met name eiwitten en nucleïnezuren), hoe zij zich in deze structuur organiseren en hoe veranderingen in hun structuur hun biochemische functie beïnvloeden.[1]

De structuurbiologie is van groot belang voor de biologie, omdat macromoleculen vrijwel alle cellulaire activiteit mogelijk maken, en enkel de specifieke driedimensionale structuur van zo’n macromolecuul bepaalt hoe deze functies worden uitgevoerd. De ruimtelijke opbouw, de “tertiaire structuur” van moleculen, hangt op gecompliceerde wijze af van de basissamenstelling van elk molecuul, de “primaire structuur.”

Structuurbiologisch onderzoek wordt gedaan op basis van technieken uit de biofysica en biochemie. Biomoleculen zijn te klein om in detail waar te nemen, zelfs met de meest geavanceerde microscopen. De methoden die structuurbiologen gebruiken om hun structuren te bepalen, omvatten over het algemeen metingen op enorme aantallen identieke moleculen tegelijkertijd. Voorbeelden van deze methodes zijn massaspectrometrie, röntgendiffractie, proteolyse, elektronspinresonantie en small-angle X-ray scattering. Ook principes uit de bio-informatica kunnen worden gebruikt om structuren te onderzoeken, door naar verbanden te kijken tussen de motieven in de sequentie van een biomolecuul en de vorm die daaruit ontstaat. Onderzoekers kunnen vaak aspecten van de structuur van membraaneiwitten afleiden op basis van de analyse naar de oppervlaktespanning van het membraan zelf.