Tapijtbombardement

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
B-29 bommenwerpers boven Japan
Amerikaanse bommenwerper boven Berlijn

Een tapijtbombardement is een bombardement waarbij een groot aantal bommen wordt afgeworpen boven een doel, waarbij niet-individuele doelen worden aangevallen, maar hele doelgebieden. Tapijtbombardementen worden overwegend uitgevoerd met strategische bommenwerpers en het doel is vaak een grootstedelijk gebied. De dood van burgers wordt bij een dergelijke aanval op de koop toe genomen, of is uitdrukkelijk het doel van het bombardement. De techniek van tapijtbombardementen wordt ingezet om oorlogsindustrie uit te schakelen, om massieve verdedigingsstellingen uit te schakelen of om het moreel van de bevolking te breken.

Eerste inzet[bewerken]

De techniek van luchtbombardementen kwam in de Eerste Wereldoorlog tot ontwikkeling. Tot die tijd werd voornamelijk gebruikgemaakt van de artillerie bij het bestoken van vijandelijke doelen. In de Eerste Wereldoorlog werd ook nog gebruikgemaakt van de artillerie, bijvoorbeeld bij het bestoken van Parijs met het Paris-Geschütz, dat een reikwijdte van 130 km had. De stad Londen werd in deze oorlog door bommenwerpers en zeppelins bestookt.

In het interbellum werd de techniek van luchtbombardementen verder ontwikkeld en werd bommenwerpers ingezet tegen de burgerbevolking in opstandige gebieden, waarbij deels ook gebruik werd gemaakt van chemische wapens en brandbommen. Dergelijke bombardementen werden uitgevoerd door de Britten in Irak, door Frankrijk in Syrië, door Italië en Spanje in Afrika en door Japan in China. Als eerste tapijtbombardement in Europa wordt het bombardement op Guernica gezien, dat in 1937 plaatsvond tijdens de Spaanse burgeroorlog.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Rotterdam na het Duitse bombardement

De bombardering van steden werd als middel van oorlogsvoering al direct vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog gebruikt. In de eerste uren van de oorlog viel de Duitse Luftwaffe de Poolse stad Wieluń aan met 87 duikbommenwerpers. Van de stad werd 70% verwoest.[1]. Ook de steden Frampol en Warschau werden tijdens de Poolse veldtocht gebombardeerd. Het eerste tapijtbombardement in het westen vond plaats op 11 mei 1940 toen de Royal Air Force met 35 bommenwerpers de binnenstad van Mönchengladbach aanviel. De Duitse Luftwaffe voerde op 14 mei 1940 een bombardement op Rotterdam uit met 54 bommenwerpers. Hierbij kwamen ongeveer 800 mensen om het leven en raakten 80.000 mensen dakloos. Na de Duitse dreiging om ook Utrecht te bombarderen capituleerde Nederland.

Na de Franse capitulatie waren de militaire mogelijkheden van Groot-Brittannië beperkt. De luchtmacht werd vol ingezet bij de luchtslag om Engeland waarbij de Luftwaffe probeerde de hegemonie in het Britse luchtruim te veroveren. Sinds de jaren dertig was de Royal Air Force uitgerust met lange-afstandsbommenwerpers. Nadat de eerste bommen op Londen waren terechtgekomen voerde de Royal Air Force op 25 augustus 1940 de eerste luchtaanval uit op Berlijn met 95 bommenwerpers. Daarna begon de Luftwaffe vanaf 7 september 1940 met luchtaanvallen op Londen. Op deze eerste dag zette de Luftwaffe 372 bommenwerpers in. De Luftwaffe viel diverse Britse steden aan, waaronder ook Coventry. Tot mei 1941 vielen bij deze bombardementen 43.000 doden, waarvan bijna de helft in Londen.

Op 14 februari 1942 werd het Area Bombing Directive vastgelegd, dat was ontwikkeld door de stafchef van de Britse luchtmacht, Charles Portal. Op dat moment had de Royal Air Force nog geen luchtoverwicht boven Duitsland. Bij de nachtelijke bombardementen waren precisieaanvallen nog onmogelijk, zodat gezocht werd naar andere methoden om de Duitse industrie maximale schade toe te brengen. Door de inzet van luchtmijnen en brandbommen boven dichtbevolkte gebieden werd getracht een vuurstorm te ontketenen. De directe aanvalsdoelen verschoven daarmee van industriële complexen naar woongebieden, waarbij de slachtoffers onder de burgerbevolking niet meer een bijzaak waren, maar het doel van het bombardement. De uitvoering van deze strategie werd opgedragen aan luchtmaarschalk Arthur Harris.

Keulen (1945)

De eerste aanval die volgens de strategie van het Area Bombing Directive werd uitgevoerd was het bombardement van Lübeck van 29 maart 1942. Deze werd gevolgd door diverse bombardementen op het Ruhrgebied. In de nacht van 30 op 31 mei 1942 werd de stad Keulen aangevallen met 1000 Britse bommenwerpers. Van 24 juli tot 3 augustus 1943 werd Hamburg gebombardeerd. Hierbij werden op grote schaal brandbommen ingezet en ontstond een vuurstorm. Er vielen hierbij naar schatting 42.000 doden. De Britse luchtaanval met het hoogste percentage slachtoffers was het bombardement op de stad Pforzheim op 23 februari 1945, waar bij een aanval van 22 minuten ruim 30% van de bevolking om het leven kwam. In totaal kwamen door Britse bombardementen in Duitsland tussen de 420.000 en 570.000 mensen om het leven. Ook de verliezen van de Royal Air Force waren hoog. Van de 125.000 ingezette militairen sneuvelden er 55.000.

Op de conferentie van Casablanca begin 1943 besloten de Verenigde Staten en Groot-Brittannië tot een gecombineerd bombardementsoffensief tegen Duitsland. De 8e en 15e luchtmacht van de United States Air Force vlogen echter voornamelijk overdag en richtten zich op de industriedoelen en het Duitse transportnetwerk. De zwaarste gemeenschappelijke inzet van Britten en Amerikanen was het bombardement op Dresden op 13 en 14 februari 1945, waarbij 25.000 doden vielen.

Behalve als middel voor strategische oorlogsvoering werd de methode van tapijtbombardementen ook tactisch ingezet. In de eindfase van de Noord-Afrikaanse veldtocht werd in Tunesië op 6 mei 1943 door een Brits tapijtbombardement de weg vrijgemaakt voor de opmars van het Britse Eerste Leger. Bij de Slag om Caen in Normandië werd de stad zwaar gebombardeerd als voorbereiding op de verovering door geallieerde troepen.

Ook in Azië werden tapijtbombardementen uitgevoerd, in het bijzonder door de Amerikaanse luchtmacht tegen Japan. Bij het bombardement op Tokio op 9 en 10 maart 1945 kwamen ongeveer 100.000 mensen om het leven. Tegen Japan werden voor het eerst napalmbommen gebruikt, die grootschalige branden en vuurstormen veroorzaakten in de voornamelijk met hout gebouwde woonwijken.

De effectiviteit van de tapijtbombardementen in de Tweede Wereldoorlog was beperkt. Noch in Groot-Brittannië, noch in Duitsland werd het moreel van de burgerbevolking gebroken en tot en met 1944 steeg de productie van de Duitse oorlogsindustrie ieder jaar verder.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Boeing B-52 tijdens de oorlog in Vietnam

Tijdens de Koreaanse Oorlog werden op grote schaal tapijtbombardementen door Amerikaanse Boeing B-29 toestellen uitgevoerd boven Noord-Korea. Aan het eind van de oorlog was het land grotendeels verwoest en waren meer dan een miljoen Noord-Koreanen om het leven gekomen.

Ook tijdens de Vietnamoorlog werden op grote schaal tapijtbombardementen uitgevoerd, vooral door Boeing B-52 bommenwerpers. In latere oorlogen, zoals in Irak, is de Amerikaanse luchtmacht overgegaan op precisiebombardementen.