Slag om Engeland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag om Engeland
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
LondonBombedWWII full.jpg
Datum 10 juli 194031 oktober 1940
Locatie Engeland, het Kanaal, Noordzee
Resultaat Beslissende Engelse overwinning
Strijdende partijen
Geallieerden:

Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk

Piloten van 13 verschillende nationaliteiten waaronder: Brits Gemenebest, Polen, VS, Tsjechoslowakije en België.
Asmogendheden:

Flag of German Reich (1935–1945).svg Nazi-Duitsland
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Italië
Commandanten
RAF roundel.svg Hugh Dowding
RAF roundel.svg Keith Park
RAF roundel.svg Trafford Leigh-Mallory
Luftwaffe roundel WW2.png Hermann Göring
Luftwaffe roundel WW2.png Albert Kesselring
Luftwaffe roundel WW2.png Adolf Galland
Troepensterkte
754 eenpersoonsvliegtuigen
149 tweepersoonsvliegtuigen
560 bommenwerpers
500 boten
Totaal: 1963
1107 eenpersoonsvliegtuigen
357 tweepersoonsvliegtuigen
1380 bommenwerpers
428 duikbommenwerpers
569 reconnaissance
233 boten
Totaal: 4074
Verliezen
1023 gevechtsvliegtuigen
524 bommenwerpers
Totaal: 1547
27450 gedode burgers
32138 burgers gewond
873 gevechtsvliegtuigen
1014 bommenwerpers
Totaal: 1887
Westfront (Tweede Wereldoorlog)

Nederland · België · Frankrijk · Duinkerke · Engeland · Dieppe · Normandië · Cobra · Parijs · Dragoon · Market Garden · Hürtgenwald · Overloon · Aken · Schelde · Siegfriedlinie · Elzas · Ardennen · Colmar Pocket · Plunder · Operatie Lumberjack

De Slag om Engeland (Engels: Battle of Britain) was een luchtoorlog tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen de Duitse Luftwaffe en de Britse Royal Air Force (RAF). De luchtoorlog startte op 10 juli 1940 en verliep in vijf fasen tot hij ten slotte eindigde op 31 oktober 1940.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Situatie in het Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Toen Sir Thomas Inskip in 1937 als Minister voor de Coördinatie van de Defensie werd aangesteld, zag hij in dat het Verenigd Koninkrijk de bommenwerperwedloop tegen Duitsland aan het verliezen was. De theorie was "een bommenwerper komt er altijd door (d.w.z. door de luchtverdediging)", maar dit hoefde niet te kloppen als hij een goed wapen hiertegen vond.

De bommenwerper als apart wapen was met succes toegepast door de Duitsers in de Spaanse Burgeroorlog, door de Japanners in China en door de Italianen in Abessinië. Maar Inskip wilde de taak van de RAF beperken: alleen verhinderen dat de Duitsers een beslissende klap uitdeelden en standhouden tot er hulp van bondgenoten opdaagde of een blokkade de vijand zou afmatten.

Hij had daarvoor enkele aanwinsten: de nieuwe jagers, vooral de Spitfire en de ontwikkeling van de radar. Het argument dat deze optie minder duur zou zijn dan het bouwen van bommenwerpers gaf de doorslag toen het kabinet in 1937 goedkeuring aan zijn voorstellen gaf.

Een tweede sleutelfiguur voor de Britten was Air Chief Marshal Sir Hugh Dowding van de RAF, die in 1936 was benoemd tot chef van Fighter Command (chef van de jachtvliegtuigen). Hij bekeek de jagersstrategie op een koele manier en zag het vernietigen van de Duitse bommenwerpers als zijn enige taak.

Daarnaast was de benoeming van Lord Beaverbrook tot Minister van Vliegtuigproductie voor zijn land van enorm belang. Hij had maar één taak: zo vlug en zo veel mogelijk vliegtuigen produceren. Dankzij hem had de Britse luchtmacht op het einde van de Slag meer vliegtuigen dan ervoor. Hij slaagde erin tijdens die periode bijna 500 Hurricanes en Spitfires te produceren. Alleen kon hij het verlies aan ervaren piloten niet compenseren.

Situatie in Duitsland[bewerken]

Hitler ging er van uit dat de Britten vrede zouden sluiten als Frankrijk verslagen was. In zijn Weisung (aanbeveling) 16 schreef hij trouwens: Omdat Engeland, ondanks zijn hopeloze militaire positie, geen tekenen toont dat het een compromis wil sluiten, heb ik besloten om een landing in Engeland voor te bereiden en, zo nodig, uit te voeren. Mussolini's schoonzoon, graaf Ciano schreef het volgende in zijn dagboek: Hitler is de gokker die zijn grote slag heeft geslagen en van de tafel zou willen opstaan om niets meer te riskeren.

Frankrijk viel na amper zes weken strijd op 22 juni 1940 in de Slag om Frankrijk. Na een maand te hebben gewacht dreigde Hitler op 19 juli toch met een aanval op het Verenigd Koninkrijk indien het niet onmiddellijk de wapens neerlegde. In de zojuist aangetreden regering die geleid door werd door Winston Churchill was Lord Halifax Minister van Buitenlandse Zaken; hij was meer dan Churchill geneigd vrede te sluiten, maar moest onder druk van zijn premier en van het parlement Hitlers voorstel tot wapenstilstand afwijzen en dus voelde Hitler zich genoodzaakt zijn dreigementen kracht bij te zetten. Op 21 juli viel de principiële beslissing het Verenigd Koninkrijk binnen te vallen (Operatie Zeeleeuw). Zie ook Operatie Seelöwe.

De Duitse legerleiding wilde dezelfde tactiek toepassen als bij de oversteek van de Maas, maar de verhouding van de in te zetten middelen tot de grootte van de opgave was anders. Generaal Alfred Jodl zei het zo: in vorm gelijk aan het oversteken van een rivier over een breed front. Men zou opnieuw gebruikmaken van Stuka's in plaats van artillerie, maar hiervoor was overwicht in de lucht vereist. Erich Raeder, Duits groot-admiraal, bevelhebber van de vloot, geloofde niet in een invasie vooraleer de Britten zich hadden overgegeven. Hij had respect voor de kracht van de Royal Navy. Duitsland beschikte niet over landingsvaartuigen voor het overzetten van materieel en manschappen. Er werden wel wat voorbereidingen getroffen zoals het verzamelen van binnenschepen en kustvaarders, maar dit was meer bedoeld om Raeders ongeloof in de operatie te verdoezelen. De Kriegsmarine stelde een plan voor om vlak bij Dover een bruggenhoofd te slaan. De route zou men met zeemijnen en onderzeeboten beschermen. Ze stelden dat er tien dagen nodig waren om de eerste aanvalsmacht aan land te zetten. Dit wekte grote weerstand op bij de legerleiding. Zij wilde bij de eerste aanvalsgolf 260.000 man, 30.000 voertuigen en 60.000 paarden laten overbrengen en beschouwde de middelen die de Kriegsmarine ter beschikking stelde als onvoldoende. De Luftwaffe stond er dan ook alleen voor. Het luchtmachtoffensief, Operatie Adelaar had echter totaal geen binding met Operatie Zeeleeuw.

Hermann Göring, chef van de luchtmacht, besefte terdege, gezien de tegenstand die zijn luchtmacht had ondervonden toen ze de evacuatie van de Engelse troepen bij Duinkerken wilde verijdelen, dat dit geen eenvoudige taak was. Hij wilde er wel twee weken voor uittrekken.

Om de RAF te vernietigen werden 2600 vliegtuigen verzameld (Luftflotte I en II) waaronder 1200 bommenwerpers en een duizendtal jagers. Men plande ook aanvallen op havens en schepen voor het wurgen van de Britse natie, die sterk afhankelijk was van handel en voedselimport over zee.

De bedoeling was met grote aantallen bommenwerpers de Britten tot overgave te dwingen. Hulp van land- en zeestrijdkrachten zou hierbij niet nodig zijn. Er werd niet gedacht aan het droppen van luchtlandingen op strategisch belangrijke doelen alhoewel de Britten dat wel verwachtten.

De meest gebruikte types bommenwerpers waren:

De meest gebruikte types jagers waren:

De Slag[bewerken]

Een Spitfire valt een Dornier Do 17 aan

De Slag om Engeland begon op 10 juli 1940 en duurde tot 30 oktober 1940. De campagne vertoonde veel improvisatie van Duitse kant en kon worden opgedeeld in vijf fasen:

Deel 1: beginfase: Slag om het Kanaal, 10 juli - 12 augustus 1940[bewerken]

De slag om het Kanaal (Duits: 'Kanalkampf') bestond voornamelijk uit gevechten tussen jagers van beide kanten. Ook aanvallen van Duitse Stuka-bommenwerpers op konvooien in het Kanaal kwamen voor. Deze gevechten waren voor de Duitse luchtmacht een goede manier om de sterkte van de RAF te testen en om hun piloten de nodige gevechtservaring op te laten doen. De gevechten boven het Kanaal verliepen meestal in het voordeel van de Duitsers, aangezien hun bommenwerpers werden geëscorteerd door grote groepen jagers, die de RAF numeriek overvleugelden. De noodzaak om alle konvooien in het Kanaal te begeleiden zorgde voor een grote last voor de RAF en uiteindelijk werden deze konvooien dan ook afgelast.

Deel 2: Operatie Adelaar, 13 augustus - 18 augustus 1940[bewerken]

Een bom met opschrift "extra havanna voor Churchill"

Op 13 augustus 1940 startte Operatie Adelaar (Duits: Adlertag). Duitse bommenwerpers maakten 485 vluchten en jagers maakten 1000 vluchten bij aanvallen op de havensteden Plymouth en Southampton en op vliegvelden in Hampshire en Kent. De Luftwaffe verloor daarbij 45 vliegtuigen, de RAF 13. Twee dagen later deed men een poging om de bases van de jachtvliegtuigen onbruikbaar te maken via een aanvalsmacht die bestond uit 1266 jagers en 520 bommenwerpers. Ze herhaalden dat op de 16de en de 18de. De RAF reageerde met kracht en haalde 162 vliegtuigen neer.

Deel 3: Bombardementen tegen de vliegvelden, 24 augustus - 6 september 1940[bewerken]

De Duitsers bleven de rest van de maand en in het begin van september met hun aanvallen op de vliegvelden doorgaan tot Göring plotseling, na een reeks aanvallen van de RAF op Berlijn, besloot dat Londen het hoofddoel van de Duitse aanval moest zijn. Op die manier hoopte hij het moreel van het Britse volk te breken. Tijdens deze fase verloor de RAF 290 vliegtuigen en van de Luftwaffe werden 380 vliegtuigen vernietigd.

Deel 4: Slag om Londen, 7 september - 30 september 1940[bewerken]

Op 7 september vertrokken 372 bommenwerpers, geëscorteerd door 642 jachtvliegtuigen om de stad aan te vallen. Deze aanval was een groot succes, vooral omdat het havengebied zwaar werd beschadigd. De Britten hadden hun vliegtuigen over een groot aantal vliegvelden verdeeld om deze te beschermen. Toen de Luftwaffe een paar dagen later een nieuwe aanval op Londen lanceerde kostte dat hen 28 toestellen.

Later werd geopperd dat de aanval op Berlijn een zet van Winston Churchill was om de aandacht van de Duitsers naar Londen te verleggen en de Londenaren op te offeren om Fighter Command te doen overleven. In ieder geval verschafte de gewijzigde Duitse tactiek de RAF een broodnodige adempauze die haar toeliet haar vliegvelden opnieuw volledig operationeel te maken.

Intussen was de Duitse luchtmacht tot het besef gekomen dat, als ze haar eigen verliezen aan bommenwerpers wilde terugdringen, Fighter Command uitgeschakeld moest worden. De bommenwerpers waren immers niet in staat aanvallen van jagers af te slaan. Een andere optie was de bommenwerpers via langeafstandsjagers, zoals de tweemotorige Messerschmitt Bf 110, tot boven hun doel te begeleiden. Al snel bleek dat deze niet waren opgewassen tegen Spitfires en Hurricanes en moest men teruggrijpen op de Messerschmitt Bf 109 die met een actieradius van 740 km (omdat hij over een extra brandstoftank beschikte) vanuit Calais de bommenwerpers dekking kon geven tot Londen. In de praktijk kwam dit neer op circa 20 minuten nuttige gevechtstijd boven Engeland. Voor de Duitsers betekende deze jager-dekking van twintig minuten een serieuze handicap, want nadien was de bommenwerperbemanning op zichzelf aangewezen. Dowding speelde daar handig op in door zijn squadrons terug te trekken op vliegvelden die buiten het bereik lagen van de dekking door de Bf-109.

Op 15 september lanceerde de Luftwaffe een grootscheepse aanval op Londen. Ze verloor 60 vliegtuigen.

Deel 5: eindfase, 1 oktober - 31 oktober 1940[bewerken]

Er werden door de Duitsers acties op kleinere schaal uitgevoerd.

Nabeschouwing[bewerken]

Een Spitfire beschiet een Heinkel He-111-bommenwerper

Met de inzet van 3080 jongemannen van 14 verschillende nationaliteiten werd de slag gewonnen. Meer dan één op vijf verloor hierbij het leven en minder dan de helft zou de oorlog overleven. Winston Churchill zei over deze vliegers: "Nooit in de geschiedenis van de oorlogvoering hebben zovelen zoveel te danken gehad aan zo weinigen" (Engels: "Never in the field of human conflict was so much owed by so many to so few").

Een belangrijke reden waarom de Duitse verliezen aan vliegtuigen aanzienlijk hoger waren dan de Britse bestond erin dat de Britten over een nieuw wapen beschikten, dat de Duitsers nog niet hadden: radar. Daardoor waren zij tijdig vrij goed op de hoogte van de aanvliegroutes van de Duitse vliegtuigen, terwijl de Duitsers geen idee hadden waar de Britse vliegtuigen zich ophielden. De Britten hadden bovendien de Enigma-code gekraakt en konden zo gecodeerde Duitse radioberichten lezen. Verder was er het geografische voordeel; omdat de Britten veel dichter bij hun bases vochten hadden ze meer actieve tijd in de lucht. Omdat zij boven eigen terrein vlogen konden geallieerde vliegers die een noodlanding moesten maken later weer aan de strijd deelnemen, terwijl boven Engeland neergeschoten Duitse bemanningen uiteraard krijgsgevangen werden gemaakt.

De uitkomst van de Slag om Engeland zorgde ervoor dat Groot-Brittannië een factor van belang bleef als oorlogvoerende mogendheid, vooral in ogen van de Verenigde Staten.

In Duitsland werd het afgelasten van de invasie in Engeland afgedaan als een zaak van minder belang. De aandacht van Hitler en Hermann Göring verplaatste zich naar de voorgenomen invasie in Rusland. De Duitsers achtten de Britten, ook al waren ze niet overwonnen, niet meer in staat hen veel schade toe te brengen. Zolang de Britten er alleen voor stonden, was dat ook zo; vanaf toen was alle Britse hoop om het tij te keren op Amerika gevestigd. In feite heeft Duitsland er zelf voor gezorgd dat de Britten twee machtige bondgenoten kregen: door het aanvallen van de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 en door de oorlogsverklaring aan Amerika vier dagen na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Luchtslag om Engeland (Len Deighton)
  • Luftwaffe (Barrie Pitt en Sir Basil Liddel Hart)
  • German General Staff (Barrie Pitt)

Beluister

(info)