Slag om Aken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag om Aken
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
GI machine gun crew in Aachen (Correct orientation).jpg
Datum 2 oktober - 21 oktober 1944
Locatie Aken, Duitsland
Resultaat Amerikaanse overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United States (1912-1959).svg Verenigde Staten Flag of the German Reich (1935–1945).svg Nazi-Duitsland
Leiders en commandanten
Flag of the United States (1912-1959).svg Courtney Hodges
Flag of the United States (1912-1959).svg Clarence R. Huebner
Flag of the United States (1912-1959).svg Leland Hobbs
Flag of the German Reich (1935–1945).svg Gerhard Wilck
Troepensterkte
100.000 soldaten 13.000 soldaten
5.000 Volkssturm
Verliezen
5.000 slachtoffers 5.000 slachtoffers
5.600 krijgsgevangenen.
Westfront (Tweede Wereldoorlog)

Nederland · België · Frankrijk · Duinkerke · Engeland · Dieppe · Normandië · Cobra · Lüttich · Parijs · Dragoon · Siegfriedlinie · Maastricht · Market Garden · Hürtgenwald · Overloon · Aken · Schelde · Elzas · Ardennen · Colmar · Plunder · Lumberjack

De Slag om Aken was een gevecht dat plaatsvond in oktober 1944 tijdens de Tweede Wereldoorlog in en rond de Duitse stad Aken. In 1939, bij de aanvang van de oorlog, telde de stad 160.000 inwoners. Veel burgers waren de naderende strijd ontvlucht en bij de aankomst van de Amerikanen woonden er nog slechts 20.000 burgers. De stad werd verdedigd door ongeveer 5000 Duitse troepen geleid door kolonel Gerhard Wilck. Deze troepen waren elementen van de 3e Pantserdivisie en een aantal Waffen-SS Kampfgruppen.

Wat voorafging[bewerken]

Na de uitbraak uit Normandië waren de Amerikanen snel opgerukt. Bij de eerste grotere Duitse stad, Aken, aangekomen, aarzelden de Amerikaanse commandanten om tot de bloedige stadsgevechten over te gaan. In plaats hiervan besloten zij om in Blitzkrieg-stijl de stad te omtrekken en het garnizoen te isoleren.

Aken is de stad van Karel de Grote en kroningstad van veel Duitse keizers. Voor Duitsland was deze daarmee geboortestad van het Heilige Roomse Rijk en tegelijk voor de nazi's van het Derde Rijk. Adolf Hitler gaf opdracht de stad ten koste van alles te houden.

Het Amerikaanse 9e Leger manoeuvreerde zich ten noorden en ten zuiden van de stad. Met het verstrijken van de tijd werd het Duitse garnizoen toch een te groot risico geacht. Men besloot tot een directe aanval.

Aanval[bewerken]

De aanval begon op 2 oktober. Op 11 oktober trokken Amerikaanse troepen, eenheden van de Amerikaanse 1e divisie, de buitenwijken in. Er volgden zware straatgevechten, waarbij de Duitsers het voordeel hadden van het terrein en een verdedigingsoorlog.

Ook probeerden de Duitsers het garnizoen in de stad te versterken. De 166e Pantserdivisie en de 3e pantsergrenadierdivisie, 23.300 man sterk, probeerden de stad te ontzetten. Meer dan 100 van hun rupsvoertuigen werden buiten de stad door de Amerikaanse luchtmacht uitgeschakeld.

Op 18 oktober stelden de Amerikanen een ultimatum aan de Duitsers om de stad te verlaten. Het ultimatum was gericht aan zowel de Duitse militaire bevelhebber als aan de burgemeester. De Amerikanen werd te verstaan gegeven dat de Duitsers niet op het ultimatum ingingen. Uit ondervraging van krijgsgevangenen wisten de Amerikanen dat de Duitse voorraden in de stad na een maand belegering op waren. Zo dronk men regenwater omdat de watervoorziening niet meer functioneerde.

Hierop volgden bombardementen door de Amerikaanse luchtmacht (P38 gevechtsvliegtuigen en P47 bommenwerpers) en beschietingen met 155 mm geschut. Eenheden van het 26e regiment van de Amerikaanse 1e divisie, ondersteund door het 745e tankbataljon, trokken hierna het centrum binnen en leverden daar enkele zeer zware gevechten.

De Duitse verdediging was echter slecht georganiseerd, waardoor het aantal Amerikaanse slachtoffers relatief beperkt bleef. De strijd om Aken kostte dan ook relatief minder geallieerde levens dan de Slag om het Hürtgenwald.

Vanuit het noorden trok de Amerikaanse 30e Infanteriedivisie de stad binnen. Tegen het bevel van Hitler in capituleerde Wilck op 21 oktober en ging in gevangenschap. De Amerikanen namen zo'n 12.000 man gevangen.