Aanval op Dieppe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aanval op Dieppe
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
Achtergelaten Daimler Scout Car na de aanval.
Achtergelaten Daimler Scout Car na de aanval.
Datum 19 augustus 1942
Locatie Dieppe, Frankrijk
Resultaat Overwinning voor de asmogendheden
Strijdende partijen
Vlag van Canada 1957-1965 Canada
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Leiders en commandanten
Vlag van Verenigd Koninkrijk Louis Mountbatten
Vlag van Canada 1957-1965 John Hamilton Roberts
Vlag van nazi-Duitsland Gerd von Rundstedt
Troepensterkte
6.086 manschappen ca 1.500 manschappen
Verliezen
Vlag van Canada 1957-1965 907 doden, 468 gewonden en 1306 gevangenen (POW).
Vlag van Verenigd Koninkrijk 600 doden en vermisten
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) 4+
311 doden
280 gewonden
Westfront (Tweede Wereldoorlog)

Nederland · België · Frankrijk · Duinkerke · Engeland · Dieppe · Normandië · Cobra · Lüttich · Parijs · Dragoon · Siegfriedlinie · Maastricht · Market Garden · Hürtgenwald · Overloon · Aken · Schelde · Elzas · Ardennen · Colmar · Plunder · Lumberjack

De aanval op Dieppe, ook bekend als De slag om Dieppe of Operatie Jubilee, was een geallieerde aanval op de door de Duitsers bezette havenstad Dieppe, gelegen aan de noordelijke Franse kust, tijdens de Tweede Wereldoorlog, welke plaatsvond op 19 augustus 1942.

De aanval werd uitgevoerd door meer dan 6000 infanteriesoldaten, hoofdzakelijk Canadezen, ondersteund door Britse zeemacht en luchtmacht contingenten. Het doel van de operatie was om een belangrijke haven te veroveren en bezet te houden gedurende een periode, om te bewijzen dat dit mogelijk was en om informatie in te winnen en te kijken hoe de Duitsers zouden reageren. Ook was de aanval bedoeld om de Luftwaffe in een grotere slag te betrekken.

De aanval werd over het algemeen beschouwd als een tactische ramp, met geen van de hoofddoelen verwezenlijkt. 4384 van de in totaal 6086 mannen, welke tot aan de wal kwamen, werden gedood, verwond of gevangengenomen. De Royal Air Force en de RCAF verloren 119 vliegtuigen, terwijl de Royal Navy 555 slachtoffers telde. De catastrofe in Dieppe heeft latere geallieerde voorbereidingen voor Operatie Toorts en D-Day beïnvloed.[1]

Planning[bewerken]

In de lente van 1942 besloot de Britse opperbevelhebber admiraal Mountbatten, hoofd van de Combined Operations Headquarters, om een aanval uit te voeren op de, door de Duitsers bezette, Franse kust. De ervaringen die hierbij zouden worden opgedaan konden dienen als een richtlijn voor latere operaties. Ondanks de ongunstige ligging van Dieppe voor de Geallieerden werd de haven toch gekozen als aanvalsdoel, omdat het niet ver lag van Engeland en men dacht dat er geen zware kanonnen waren opgesteld om de haven te verdedigen.

Op 1 april 1942 werd het plan (Codenaam "Rutter") van Mountbatten geëvalueerd. De troepen zouden vooral moeten bestaan uit Canadezen van de 2de Canadese divisie onder bevel van generaal Roberts. De doelstellingen werden vastgesteld:

  • Vernietiging van de vijandelijke verdediging;
  • Vernietiging van het vliegveld;
  • Vernietiging van het radarstation;
  • Vernietiging van de elektriciteitscentrale;
  • Vernietiging van de spoorweg- en havenfaciliteiten;
  • Vernietiging van de brandstofvoorraden;
  • Luftwaffe verleiden tot een uitputtingsslag.

Op 13 mei werd het plan door de Chiefs of Staff goedgekeurd.

Voorbereiding[bewerken]

Op aandringen van Montgomery werd er een simulatie uitgevoerd op het eiland Wight. Deze vond plaats op 22 juni. De aanval eindigde in een nederlaag voor de aanvallende troepen, maar met enkele wijzigingen werd het plan goed genoeg geacht. Een tweede simulatie met herziene plan werd niet uitgevoerd. De aanvalsdatum werd vastgesteld, namelijk 4 juli, en op 2 juli werden de troepen ingescheept. Vanwege slechte weersomstandigheden werd de aanvalsdatum in eerste instantie verschoven, maar nadat er aanwijzingen waren dat het plan was gelekt en niet meer geheim was, werd het geannuleerd. Een maand later beval Churchill om de aanval toch door te zetten. Dit was het gevolg van het aandringen van Stalin op Churchill om een tweede front te openen, zodat de druk op het Oostfront enigszins zou afnemen. Het plan kreeg de nieuwe codenaam 'Jubilee'.

De locatie van de aanval.

Tactiek[bewerken]

De Geallieerde troepen moesten landen op de kustlijn bij Dieppe en op vier andere nabijgelegen kusten, namelijk Berneval, Pourville, Puys en Varengeville. Na de landingen moesten de troepen doorstoten naar de stad terwijl tegelijkertijd de batterijen bij Berneval en Varengeville uitgeschakeld moesten worden. Een goede coördinatie was in dit plan dus vereist. Kapitein Hugh Hallet had het bevel over de marine en generaal Robberts over de troepen. De troepen hadden een sterkte van 6086 manschappen. De marine bestond uit acht Destroyers, twee kanonneerboten, zestien vedettes, twintig gemotoriseerde barkassen en zeven jagers, in totaal 53 schepen. De amfibievloot bestond uit 191 landingsvaartuigen en schepen. Deze 191 vaartuigen waren verdeeld in drie groepen.

De Duitse troepen hadden een sterkte van twee bataljons, twee geniecompagnieën en artillerie eenheden. De artillerie had beschikking over 24 stukken veldgeschut, 30 luchtafweerkanonnen en drie kustbatterijen.[2]

Aanval[bewerken]

Op 18 augustus werd het bevel gegeven om te verschepen en in de vroege ochtend van 19 augustus vertrokken de eerste schepen uit de Engelse havens. Om half vijf 's morgens was de aanval gepland. Aanvalsgroep 5, die verantwoordelijk was voor de aanval op Berneval en het uitschakelen van de kustbatterij die daar aanwezig was werd op zee echter opgemerkt door een Duits kustkonvooi die de aanvalsgroep uit elkaar sloegen. Het verrassingseffect was verdwenen. Bij Varengeville was dat effect wel aanwezig de Britse commando's konden de kustbatterij, die bestond uit zes kanonnen, vernietigen. Ook bij Belleville slaagde de landing, maar de troepen werden snel uiteen geslagen en slechts één commando van majoor Young slaagde erin veilig terug te keren.

Bij Puys ging het ook verkeerd voor de Geallieerden. De eerste aanvalsgolf kon niet doorstoten vanwege een muur van drie meter hoog en honderd meter lang met daarboven prikkeldraad. De Canadezen werden hier afgeslacht. De tweede aanvalsgolf kon hiervan niet op de hoogte worden gebracht, omdat de communicatiesystemen niet werkten. Van de 554 Canadezen die hier hadden gevochten konden slechts 65 Engeland weer bereiken. De aanval bij Pourville was een gedeeltelijk succes. De radarinstallaties konden worden vernietigd, maar de troepen konden niet doorstoten naar Dieppe. Door de nederlagen die elders werden geleden moesten de troepen na enkele tijd terugtrekken.

De aanval op Dieppe vond een half uur te laat plaats, omdat gewacht was tot de kustbatterijen waren uitgeschakeld. Deze waren echter maar deels uitgeschakeld en toen de aanval van start ging wachtte een moordend vuur de Geallieerde landingstroepen op. Om half zes werden Churchill tanks ontscheept, deze zouden moeten doorstoten het binnenland in. Het gehoopte succes bleef uit, de tanks liepen vast op het strand, omdat dit bezaaid was met grote keien. Om vijf over half tien werd het sein gegeven voor de algehele terugtocht en om half twee vertrok de laatste boot richting Engeland.[2]

Verliezen[bewerken]

Canadese krijgsgevangenen (POWs) in Dieppe.

In de slag verloren de Canadezen 907 troepen en raakten 568 militairen gewond. Daarnaast waren 1306 mannen gevangen genomen door de Duitse troepen. Dit was ongeveer 60% van de Canadese troepen. De Britten hadden 150 doden te betreuren. Ook had de Luftwaffe de destroyer HMS Berkeley tot zinken gebracht. Daartegenover vielen aan Duitse zijde 311 doden en 280 gewonden.

Canadese gesneuvelden en uitgeschakelde Churchill tanks op het strand bij Dieppe.

De RAF en RCAF verloren in deze strijd 106 toestellen door Flak en Luftwaffe. Daarnaast raakten 14 vliegtuigen onherstelbaar beschadigd. De Duitse Luftwaffe verloor 48 toestellen.

Luchtgevecht[bewerken]

De luchtgevechten die boven Dieppe plaatsvonden behoorden tot de grootste die tot die tijd zich op één dag hadden afgespeeld boven West-Europa. Het doel was om de Luftwaffe te verleiden een uitputtingsslag te voeren. Om dat te bereiken zetten de Geallieerden de volgende aantallen vliegtuigen in:

  • 46 eskadrons Spitfire jagers;
  • 8 eskadrons Hurricane jager-bommenwerpers;
  • 7 eskadrons Boston en Blenheim bommenwerpers;
  • 4 eskadrons Mustang verkenningsjagers;
  • 3 eskadrons Typhoon jager-bommwenwerpers.

Eén van deze eskadrons was het Belgische 350e squadron, dat op 11 februari 1942 was opgericht.[3]

Ondanks dat de Luftwaffe in de minderheid was wist zij bij het naderen van de middag toch de controle over het luchtruim te krijgen. Dit kwam vooral doordat de bases dichtbij lagen en omdat de Duitse Focke Wulf 190 jachtvliegtuigen technisch gezien het beste jachtvliegtuig van zijn tijd was en dit vliegtuig veelvuldig werd ingezet.

Opgedane ervaring[bewerken]

Ondanks, of misschien dankzij, de nederlaag konden de Geallieerden veel lessen trekken uit de aanval op Dieppe. Ten eerste was er een gebrek aan luchtsteun. Daarnaast was de communicatie slecht terwijl communicatie essentieel is voor een goede coördinatie. Ook was ondervonden hoe snel de Duitse troepen reageerden op Geallieerde aanvallen. Deze kennis zou belangrijk zijn in de voorbereiding voor operatie Overlord in 1944.[2]