Telex (communicatie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Historisch telexapparaat
Een telexbericht

Telex (of verreschrift; Engelse afkorting van Teleprinter exchange) was een manier om op elektrische wijze brieven of berichten te versturen of schriftelijk te communiceren.

De telex ontstond in de jaren twintig en was een manier om teksten af te drukken op een schrijfmachine op afstand. Een telexapparaat bestond uit een schrijfmachine met een toetsenbord, die zowel geschikt waren om een bericht te ontvangen, door het uit te schrijven, als te verzenden, door het te typen. Daarbij konden de uitgewisselde berichten op ponsband worden vastgelegd.

Geschiedenis[bewerken]

De al sinds 1867 bestaande stock ticker kon alleen beurskoersen en dergelijke ontvangen, en afdrukken op een strook papier, maar dit was uitsluitend eenrichtingsverkeer.

De telex heeft een rijke geschiedenis en lag mede aan de basis van de economische internationalisering van de laatste decennia. Vanaf de jaren tachtig heeft de telex een enorme concurrentie gekregen van de fax, die inmiddels ook al door de sterke opkomst van e-mail achterhaald is. Toch hebben veel bedrijven en organisaties behalve andere communicatiemiddelen nog wel een fax. Wetgeving met betrekking tot de geldigheid van documenten speelt hierin onder andere een rol. Telex hield nog enige tijd stand tegen de fax, omdat hiermee verstuurde berichten rechtsgeldig waren en de met fax verstuurde berichten toen nog niet. Toen de rechter faxberichten erkende als rechtsgeldig werd de telex definitief overbodig.

In Nederland werd de telex in 1933 geïntroduceerd. De KPN is op 9 februari 2007 na 74 jaar gestopt met het mogelijk maken van telexverkeer. Er waren toen nog ongeveer 200 gebruikers.[1] De telex, radioteletype, wordt echter tot op heden nog steeds gebruikt in de luchtvaart en maritieme industrie.[bron?]

Codering[bewerken]

De telex is een digitale vorm van communicatie die op de Baudotcode is gebaseerd, genoemd naar Émile Baudot. Op deze code bestaan vele varianten, waarvan de Murraycode de bekendste is. De originele Baudotcode was geoptimaliseerd voor het coderen met behulp van een toetsenbord: de meest gebruikte letters vergden de gemakkelijkste vingerbewegingen. De Murraycode is geoptimaliseerd naar de bandbreedte van een telexverbinding: de meest gebruikte letters veroorzaken de laagste frequentiecomponenten in het signaal op de lijn.

De Baudotcode bestaat uit 5 bits en telt dus 32 verschillende combinaties. Om de 26 letters uit het alfabet en de 10 cijfers af te drukken heeft men dus een probleem, dat opgelost werd door middel van de shift-toets, die we vandaag nog altijd op een toetsenbord kennen. Deze functie liet letterlijk op afstand de wagen van de schrijfmachine optillen, zodat andere en meer karakters, ook leestekens, konden worden afgedrukt en ook hoofdletters konden worden geschreven.

Andere functies die we nog steeds in de computerwereld kennen zijn de carriage return en de line feed. Deze commando's gaven respectievelijk het bevel aan de andere schrijfmachine om de wagen terug te voeren naar het begin van de regel, om bijgevolg opnieuw aan de kantlijn te schrijven en om de papierrol naar boven te bewegen om een nieuwe regel te beginnen. Deze functies hebben nog steeds een eigen ASCII-code.

Techniek[bewerken]

Het grote nadeel van de telex is dat deze een eigen netwerk van centrales en kabels nodig heeft. Het kiezen gebeurde via de cijfers op het toetsenbord (onder meer in Nederland) of via een losse draaischijf. Ruis en dergelijke waren minder hinderlijk dan bij telefoonverbindingen, en ten opzichte van telefonie was al eerder volautomatisch internationaal verkeer mogelijk.