1920-1929

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit 1976 over de Amsterdamse School. Met commentaar van architect Hendrik Wijdeveld.

De jaren 1920-1929 (van de christelijke jaartelling) zijn een decennium in de 20e eeuw. Het eerste decennium van het interbellum (de periode tussen de beide wereldoorlogen) wordt ook wel de roaring twenties genoemd.

Gebeurtenissen en ontwikkelingen[bewerken]

Het eerste decennium van het interbellum (de periode tussen de beide wereldoorlogen) wordt ook wel de roaring twenties genoemd.

Europa[bewerken]

  • Het Verdrag van Versailles valt het overwonnen Duitsland zwaar. Het Rijnland is gedemilitariseerd, het Saarland onder Frans mandaat geplaatst. Van 1921 tot 1925 bezetten Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied. Duitsland moet enorme herstelbetalingen doen, die in 1923 leiden tot een hyperinflatie met alle gevolgen van dien (er zijn ook schrijvers die beweren dat de Duitse regering de hyperinflatie moedwillig veroorzaakte om onder de herstelbetalingen uit te komen).
  • Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk moeten hun oorlogskredieten aflossen, en gaan daaronder net zo zwaar gebukt als Duitsland onder de herstelbetalingen. Frankrijk en het VK kunnen hun status van grote mogendheid nauwelijks handhaven. België is van een jonge, veelbelovende staat ineens een innerlijk verdeeld land geworden en zal zich nooit volledig herstellen.
  • Er heerst een idealistische en optimistische geest in Europa. De meeste landen worden nu democratisch geregeerd, ook de nieuwe staten in Oost-Europa. Uitzonderingen zijn Italië (fascistisch), Spanje (militair) en de Sovjet-Unie (communistisch).
  • Duitsland sluit verdragen met het Westen (Verdrag van Locarno) en met de Sovjet-Unie (Verdrag van Rapallo). De Volkenbond boekt enkele bescheiden successen.
  • Lenin kondigt in 1921 de Nieuwe Economische Politiek af. De zware industrie en de buitenlandse handel blijven in staatshanden, maar boeren en ambachtslieden mogen weer in beperkte vrijheid ondernemen. Na de dood van Lenin breekt een machtsstrijd uit. Inzet is de vraag of de krachten moeten worden gericht op de ontketening van revoluties in andere landen (Trotski), of op de uitbreiding van het communisme in één land (Stalin). Trotski vlucht in 1929 naar Mexico en Stalin wordt de machtigste man.
  • De Ierse Vrijstaat komt tot stand in een verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en de gematigde vleugel van Sinn Fein. De organisatie scheurt en drie maanden lang bestrijden de fracties elkaar in alle hevigheid. De eerste premier van de Vrijstaat Michael Collins wordt door radicalen vermoord. Zij vormen onder leiding van Eamon de Valera de oppositiepartij Fianna Fáil (Soldaten van het Lot). De zes noordelijke graafschappen van Ulster blijven buiten de Vrijstaat.
  • Aan zestig jaar liberale democratie in Italië komt een einde als de journalist Benito Mussolini in 1922 de Mars op Rome organiseert. Hij vormt een coalitieregering en schakelt geleidelijk de oppositie en de vrije pers uit. Fascistische knokploegen beheersen het straatbeeld en intimideren elke mogelijke tegenstander van het regime. In 1924 wordt de socialist Giacomo Matteotti doodgeslagen. Met een andere tegenstander van de voormalige liberale staat, paus Pius XI, sluit Mussolini in 1929 het Verdrag van Lateranen.
  • Het "fascismo di frontiera" (grensfascisme) is een op rassentheorie gebaseerde vernietiging van niet-Italiaanse kenmerken in de nieuw verworven gebiedsdelen. De inwoners van Primorska, Istrië, Dalmatië, Triëst en Zuid-Tirol zijn allen slachtoffer van het italianiseren. Al deze volkeren worden gedwongen Italiaanse namen aan te nemen en Italiaans te spreken in de kerken en in het openbaar. Italianen worden aangemoedigd zich te vestigen in gebieden waar de Italiaanse cultuur niet dominant is, om zo de Italiaanse cultuur verder op te dringen. In West-Slovenië worden intellectuelen, zoals priesters en onderwijzers, gedeporteerd naar het binnenland van Italië of op Sardinië, Ventotene, Medea en andere strafkampen gevangengezet. De niet-Italiaanse media, politieke en culturele organisaties worden verboden, het niet-Italiaanse bankwezen en bedrijfsleven wordt systematisch onteigend.
  • Het fascistische bewind in Italië stuurt in 1924 Cesare Mori naar Sicilië om de cosa nostra te bestrijden. In de volgende jaren schuwt de "ijzeren rechter" geen enkel middel in zijn campagne. Familieleden van verdachten worden gegijzeld, hun bezittingen geconfisceerd en met martelingen worden bekentenissen afgedwongen. Zo slaagt Mori erin om de Maffia er onder te krijgen, maar als hij in 1929 relaties blootlegt tussen deze bendes en de plaatselijke leiding van de Fascistische partij wordt hij direct teruggeroepen naar Rome.

Stad en land[bewerken]

Landelijke stijl van de Amsterdamse School in Tuindorp Nieuwendam

Economie[bewerken]

  • Nederland maakt gebruik van de mogelijkheden die het Spitsbergenverdrag biedt. De Nederlandse Spitsbergen Compagnie, kortweg Nespico, weet binnen enkele jaren in het barre niemandsland een voor deze tijd hypermoderne mijnonderneming uit de grond te stampen.

Godsdienst en levensbeschouwing[bewerken]

Amerika[bewerken]

Climax van de nieuwe architectuurstijl: het Chrysler Building in New York wordt gebouwd als de Europese golf van art deco de VS bereikt
  • De Verenigde Staten zijn na hun deelname aan de oorlog een wereldmacht geworden. Daar heerst toenemend optimisme en economische groei. Het gebruik van de auto neemt hand over hand toe en men neemt afstand van veel van de sociale conventies die door de Eerste Wereldoorlog op de helling waren komen te staan.
  • Vanaf januari 1920 is de verkoop van alcohol in de Verenigde Staten illegaal. Zo poogt men verwildering van het land na de Eerste Wereldoorlog en de demobilisatie van honderdduizenden soldaten te voorkomen. De drooglegging heeft het tegenovergestelde effect. De handel in sterkedrank komt in handen van de Cosa Nostra en andere genootschappen, en het "Wilde Westen" verplaatst zich naar de grote steden aan de oostkust. Aan het eind van het decennium staat de mislukking van de campagne vast.
  • In de VS leidt het optimisme over de economie tot beursspeculatie op grote schaal. Eenvoudige mensen laten zich verleiden om met geleend geld te speculeren. De zeepbel barst op 24 oktober 1929 als de beurs van Wall Street in elkaar stort.
  • De Chrysler Building in New York is een voorbeeld van Amerikaanse art deco. Het is even het hoogste gebouw ter wereld. De spits en een aantal ornamenten zijn gemaakt van een nieuw materiaal dat in 1921 op de markt kwam: roestvrij staal.
  • In het revolutionaire Mexico luidt de verkiezing van de radicaal Plutarco Elías Calles in 1924 een periode in van antiklerikalisme. De katholieken leggen zich hier niet voetstoots bij neer en richten de "Liga ter Verdediging van de Godsdienstvrijheid" op. De polarisatie leidt in 1926 tot de Cristero-oorlog, die in 1929 door de regering wordt gewonnen.
  • Op uitnodiging van de Mexicaanse regering migreren 25.000 Canadese mennonieten naar Mexico.
  • Miriam Amanda Wallace (Ma) Ferguson is van 1925 tot 1927 de eerste vrouwelijke gouverneur van Texas.

Azië[bewerken]

  • De Republiek China valt uiteen in semiautonome gebieden waar krijgsheren de dienst uitmaken. In de zuidelijke regio's heerst een min of meer beschaafde regering onder dr. Sun Yat-Sen. Na zijn dood in 1925 komt generaal Chiang Kai-shek aan de macht, die ook de noordelijke gebieden onderwerpt. Vanaf 1927 raakt de regering van de Kwomintang in oorlog met de communisten.
  • In Nederlands-Indië richten jonge intellectuelen als Mohammed Hatta, Soetan Sjahrir en Soekarno in navolging van de oudere arts Soetomo "studieclubs" op, waarin ze kader gaan vormen voor een nationalistische beweging.
  • Ki Hadjar Dewantara richt in 1922, ondanks politieke beperkingen, Taman Siswa op, een organisatie ter promotie van nationale educatie. Taman Siswa ('Tuin der leerlingen') focust primair op nationalisme en op de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Ondanks tegenstand van de koloniale regering worden binnen acht jaar 40 Taman Siswascholen geopend, waaronder 3 in Oost-Sumatra en 4 in Oost- en Zuid-Kalimantan, met in totaal 5140 leerlingen.

Nabije Oosten[bewerken]

Afrika[bewerken]

Wetenschap en techniek[bewerken]

  • De kwantumtheorie wordt opgevolgd door de revolutionaire kwantummechanica.
  • De Schot John Logie Baird slaagt erin beelden te verzenden over steeds grotere afstanden. Zijn elektromechanische "televisor" wordt ook in productie genomen, maar de kwaliteit van het beeld is onvoldoende voor de markt.
  • Willem Frederik Donath en Barend Coenraad Petrus Jansen doen in Nederlands-Indië onderzoek naar vitamines en dan met name naar de onbekende voedingsstof waarvan Christiaan Eijkman denkt dat deze verantwoordelijk is voor de ziekte beriberi. In 1926 slagen ze erin om uit honderden kilogrammen rijstzemelen één gram van deze stof in gekristalliseerde vorm te isoleren: vitamine B1 (of aneurine, zoals Jansen de stof noemt).
  • In de Verenigde Staten komen nieuwe elektrische apparaten op de markt, zoals het hoortoestel en de broodrooster.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Amusement[bewerken]

Alberta Hunter zingt "Downhearted Blues". Opname uit 1922
"Louis Collins" door Mississippi John Hurt. Opname uit 1928

Kunsten[bewerken]

Sport[bewerken]