Art deco

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Detail van het Niagara Mohawk-gebouw in Syracuse (New York)

Art deco was een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939 die haar weerslag had op de decoratieve en toegepaste kunst, bij zowel de architectuur, het grafische, industriële en interieurontwerp, als de beeldende kunst en kledingmode.

De beweging was in zekere zin eclectisch, d.w.z. een mengelmoes van vele verschillende stijl- en kunststromingen uit de eerste decennia van de 20e eeuw. Belangrijkste kenmerk van art deco, en tevens het onderscheid met de meer organische art nouveau, is de omarming van technologie in aanvulling op traditionele motieven. De stijl wordt vaak gekenmerkt door rijke kleuren, geometrische figuren en overdadige versieringen.

Geschiedenis[bewerken]

Na de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs formeerden een aantal Franse kunstenaars een informeel collectief, onder de naam La Société des artistes décorateurs (de sociëteit van de decoratieve vormgevers). Enkele van de grondleggers waren bekende art-nouveaukunstenaars als Hector Guimard en Eugène Grasset. De doelstelling hiervan was de leidende positie en ontwikkeling van de Franse decoratieve kunst te tonen aan de internationale wereld.

In 1925 organiseerden zij in Parijs de wereldtentoonstelling met het licht op de toegepaste kunst onder de naam: Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes waarvan de kunsthistoricus Bevis Hillier in 1968 met het boek Art Deco of the 20s and 30s de term 'art deco' afleidde.

Het was de eerste tentoonstelling waarbij artistieke vernieuwing als voorwaarde in de reglementen was opgenomen, wat leidde tot een keur aan nieuwe stijlelementen. Er ontstond ook een nieuw soort eclecticisme, waarbij kenmerken van verschillende stijlen en stromingen gecombineerd werden, zoals het expressionisme, kubisme, modernisme en functionalisme. Hierdoor kan het voorkomen dat een glazen vaas, een bronswerkje en een eetkamerameublement alle drie geclassificeerd kunnen worden als art deco, en tegelijk geen enkel uiterlijk stijlkenmerk gemeen hebben. Ook de internationale uitingen van de art deco verschillen op een groot aantal essentiële punten. Het vraagt in bepaalde gevallen een geoefend oog om in de architectuur bijvoorbeeld late geometrische art nouveau niet te classificeren als art deco, omdat beide een stijloverlapping kennen. Art deco is meer het tijdvenster tussen beide wereldoorlogen rond een verzameling van verschillende stijlen die in ieder geval met elkaar gemeen hebben dat zij alle een reactie waren op de organische ornamentiek van de Duits-Oostenrijkse jugendstil en de Frans-Belgische curvilineaire art nouveau. Het gebruik van de term art deco nam pas na 1971 een vlucht als gevolg van de door Hillier georganiseerde tentoonstelling in het Minneapolis Institute of Arts onder de naam Art Deco, en het als boek uitgegeven verslag daarvan: The World of Art Deco.

In de architectuur vormde art deco vaak een element binnen een andere architectuurstroming. In Nederland werd deze vormgeving bijvoorbeeld vaak geïntegreerd in de Amsterdamse School en ook het werk van de leden van de Stijlgroep is deels verwant aan de art deco. Bij de Amsterdamse School zijn dat de nadruk op de rechte en hoekige lijn en de toepassing van het verticaal cilindrisch gebogen vlak. Bij de Stijlgroep was dat de zo groot mogelijke eenvoud en abstractie, vaak vergezeld van het gebruik van de primaire kleuren. De Stijlgroep voerde een belangrijk aspect van de Nederlandse art deco tot in de uiterste consequentie door: dat van functionaliteit en zakelijkheid. Ze kreeg hierom als reactie op de "Nieuwe Kunst" bekendheid onder de term nieuwe zakelijkheid. De aanhangers van deze richting waren wars van elke vorm van versiering en hielden bij het ontwerpen reeds rekening met de beperkingen van machinale productie. De consequentie hiervan op het uiterlijk van voorwerpen mag zeker ook als een van de stijlkenmerken van de art deco worden beschouwd.

Art deco als totaalconcept[bewerken]

Trappenhuis in het Chrysler Building

Napier (Nieuw-Zeeland) is een populaire toeristische stad, met een sterke concentratie van art-deco-architectuur: op 3 februari 1931 werd Napier getroffen door een aardbeving. Het stadscentrum werd verwoest en herbouwd in de populaire art-decostijl. Duizenden mensen komen elke februari naar Napier voor het Art Deco Weekend-evenement, een viering van het art-deco-erfgoed en de geschiedenis van Napier.

Het Chrysler Building in New York, gebouwd in 1928-1930 naar ontwerp van William van Alen, is een van de grootste en bekendste gebouwen die geheel in art deco zijn uitgevoerd.

Art-decoarchitectuur in Nederland en België[bewerken]

In de Nederlandse architectuur is art deco voor velen synoniem met het realisme van Berlage, de Amsterdamse School van Michel de Klerk, Piet Kramer en Jo van der Mey en het functionalisme van Rietveld. Van dit rijtje komt de Amsterdamse School nog het meest overeen met de internationale stijldefinities van de art deco, maar ook in andere steden zijn soms omvangrijke stadsuitbreidingen, kerken, openbare gebouwen en villa's in art deco verrezen.
In België was art deco een veelgebruikte bouwstijl, die naadloos voortvloeide uit de art nouveau. Monumentale gebouwen zijn bijvoorbeeld de Nationale Basiliek van het Heilig Hart in Koekelberg en het symmetrische Maison du Peuple in Dour. Ook de zogenaamde Boerentoren te Antwerpen (ooit hoogste wolkenkrabber van Europa) is een gekend voorbeeld van deze stijl.

Voorbeelden[bewerken]

Bouwkunst[bewerken]

Interieurs[bewerken]

Lampen[bewerken]

Naast de vertrouwde gloeilamp deed in de jaren dertig van de 20e eeuw de tl-buis haar intrede.
Deze nieuwe vorm van verlichting paste goed bij de rechte lijn als een van de stijlkenmerken van de art deco.
Om deze reden vond de tl-buis in die tijd ook haar weg naar hangende en staande armaturen.

Details[bewerken]

Varia[bewerken]

Automobielen[bewerken]

Aardewerk, porselein, glas en kristal[bewerken]

Verwante stromingen en stijlen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Rob Aardse (2006): Art Deco. Zwier en melodie.
  • Patricia Bayer (1999): Art Deco Architecture. Design, Decoration and Detail from the Twenties and Thirties. London.
  • Eva Weber (1985): Art Deco in America. New York.
  • Arie van de Lemme: Art Deco 1920 - 40 An Illustrated Guide to the Decorative Style. London
  • Christie's (International): Art Nouveau and Art Deco, Illustrated Catalogue, Hotel Richemond, Geneva, June 20, 1979
  • Stichting Architectuurmuseum: Amsterdamse School 1910 - 1930, Uitgave t.g.v. de tentoonstelling: het Archtectuurkwartet