Conceptuele kunst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het werk Fountain by R. Mutt gemaakt door Marcel Duchamp in 1917 is een van de bekendste voorbeelden van vroegconceptuele kunst.

Conceptuele kunst (conceptual art) is een kunstvorm waarbij het idee ofwel het concept belangrijker is dan esthetische of materiaal-technische afwegingen.

Algemeen[bewerken]

Voor een conceptuele kunstenaar is zijn kunstwerk primair bedoeld als een uitdaging van het intellect. Een conceptueel kunstwerk hoeft in dat licht dus niet mooi te zijn en een conceptueel kunstwerk hoeft niet eens een object te zijn of tastbaar te zijn. Sol Lewitt legde in 1967 uit dat hij begon met een idee, een concept, in plaats van met een vorm. Het idee is de machine die het kunstwerk maakt.[1]

Taal speelt vaak een belangrijke rol in een conceptueel kunstwerk. Joseph Kosuth liet met zijn kunstwerk One and three chairs (1965), drie ideeën van een stoel zien: Een foto van een stoel, een stoel zelf en een op papier groot gedrukte definitie uit een woordenboek van een stoel. [2]

Bij conceptuele kunst kan het gaan om een streven kunst te bevrijden uit haar traditionele bindingen, zodat kunst en leven een eenheid zouden gaan vormen en de barrières tussen de verschillende disciplines opgedoekt worden.

Vertegenwoordigers[bewerken]

De Fransman Marcel Duchamp wordt wel gezien als het eerste grote voorbeeld van een conceptueel kunstenaar.

In 1952 hield John Cage aan het Black Mountains College een opmerkelijke lezing bovenop een hoge ladder, waarbij lange willekeurige onderbrekingen opgevuld werden met stilte, met muziek, met poëzie en met dans.

Ed Kienholz en George Segal zijn belangrijke beeldhouwers uit de omgeving van de conceptuele kunst.

De Fransman Yves Klein is een belangrijke schilder met zijn Antropometrieën, waarbij hij naakte met blauwe verf overspoten meisjes over het doek laat rollen. De Italiaanse Gina Pane en de Amerikaan Vito Acconci beoefenen een latere bodyart, terwijl de Weense Hermann Nitsch niet aarzelt zijn esthetiek van de wreedheid te creëren met zijn Orgieën Mysteriën Theater. De Duitser Joseph Beuys maakte furore met performances en installaties. Zijn credo luidde kunst is identiek aan het leven zelf. Hij maakte werken met dikwijls wonderlijk transcendentale parabetekenissen.

Andere betekenisvolle kunstenaars uit de conceptuele kunst zijn: Christo (Javacheff) met zijn immense verpakkingen, Wolf Vostell, Nam June Paik (Fluxus, Happening), Joseph Kosuth, Bruce Nauman, Walter De Maria, Dmitri Prigov en Robert Smithson.

Robert Barry, Lawrence Weiner, Art & Language en Douglas Huebler spelen in New York ook hun rol. In Nederland is deze stroming binnen de kunst ook sterk aanwezig sinds de jaren 60, onder meer in het fotografische werk van Jan Dibbets en Michel Szulc-Krzyzanowski.

In Nederland behoren Marinus Boezem, Jan Dibbets en Ger van Elk tot de belangrijkste eerste vertegenwoordigers van conceptuele kunst en arte povera. Voor België zijn Marcel Broodthaers en de vroege Danny Matthys belangrijke figuren.

Belangrijke conceptuele kunstenaars[bewerken]


Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Richard Osborne, Dan Sturgis. Art theory for beginners, (Zidane Press, London 2006), 144.
  2. Andrew Graham-Dixon. Kunst, meer dan 2500 werken van prehistorie tot nu ('s-Gravenland: Fontaine Uitgevers, 2009), 561.