De Sphinx

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Koninklijke Sphinx)
Ga naar: navigatie, zoeken
BV DE SPHINX MAASTRICHT
De Sphinx
Oprichting 1836
Sleutelfiguren Reginald Thal (algemeen directeur) [bron?]
Hoofdkantoor Stationsplein 12B
6221BT Maastricht
Producten sanitairartikelen
Website http://www.sphinx.nl
Portaal  Portaalicoon   Economie

De Sphinx is een aardewerkfabriek die door Petrus Regout in 1834 in Maastricht werd opgericht. Het bedrijf is vooral bekend als producent van sanitair, zoals toiletpotten en wastafels.

Geschiedenis[bewerken]

Periode Naam
1834-1870 Petrus Regout & Co.
1870-1899 N.V. Petrus Regout & Co.
1899-1958 N.V. De Sphinx v/h Petrus Regout & Co.
1958-1960 N.V. Sphinx-Céramique
1960-1994 N.V. Koninklijke Sphinx
1994-2001 N.V. Koninklijke Sphinx Gustavsberg
2001-2012 Koninklijke Sphinx B.V.
2012-heden B.V. De Sphinx Maastricht

De fabriek komt voort uit de in 1827 in Maastricht opgerichte glasslijperij Petrus Regout & Co. Daarnaast had Petrus Regout een groothandel in glas, kristal en aardewerk.[1] In 1830 braken er, door het uitbreken van de Belgische Opstand, moeilijke tijden voor het bedrijf aan. Handel met België was immers verboden en Maastricht was afgesloten van de rest van Nederland. Toen het in 1834 toegestaan werd grondstoffen en halffabricaten uit België in te voeren, verbeterde de situatie enigszins. In 1834 begon Regout een stoomglasfabriek en in 1836 begon hij ook aardewerk te produceren.[2] Aanvankelijk produceerde hij zogenaamd fayence commune, eenvoudig aardewerk met een zachte, rode scherf bestemd voor de lokale markt. Om zijn afzetgebied te vergroten moest hij echter concurreren met het toen zeer populaire Engelse creamware. Daarom nam Regout in de jaren 1840 Engelse vakarbeiders in dienst en liet hij zelfs Engelse grondstoffen importeren. Toen in 1870 zijn zoons mede-directeur werden, werd de naam van het bedrijf veranderd in NV Petrus Regout & Co.[1]

Vanouds was Sphinx een glas- en aardwerkfabriek, maar de glasfabriek is in 1925 afgesplitst en met Stella gefuseerd tot Kristalunie. Sinds 1879 werd de sfinx als beeldmerk gebruikt en sinds 1899 heet de onderneming De Sphinx (v/h Petrus Regout & Co). Van 1934 tot 1954 was de fabriek in handen van Adolphe Regout.[3] Na de fusie in 1958 met Société Céramique heette het bedrijf N.V. Sphinx-Céramique. In 1959 kreeg het bedrijf het predicaat Koninklijk, waarna het in 1960 zijn naam wijzigde in N.V. Koninklijke Sphinx. Dat jaar nam het bedrijf de N.V. Aardewerkfabriek De Toekomst van G. Lust in Oosterhout over.[4]

In 1994 nam het Zweedse bedrijf Gustavsberg op zijn beurt alle aandelen over en wijzigde de naam naar N.V. Koninklijke Sphinx Gustavsberg. Na een herstructurering in 1997 ging de tegeldivisie in datzelfde jaar verzelfstandigd verder onder de naam Sphinx Tegels. Eind 1999 neemt het Finse Sanitec het bedrijf over. In 2001 werd de naam van het bedrijf formeel Koninklijke Sphinx B.V. De verzelfstandigde tegeldivisie Sphinx Tegels ging in 2008 failliet. In juli 2009 werd bekendgemaakt dat de productieactiviteiten van Koninklijke Sphinx B.V. per 2010 volledig uit Maastricht zullen verdwijnen. De productie werd door eigenaar Sanitec verhuisd naar Zweden, de Maastrichtse fabriek is te klein om rendabel te produceren, zei Sanitec. Ruim honderd werknemers verloren hun baan. Alleen de marketingafdeling en een magazijn bleven in Maastricht.[5]

Productie en ontwerpers[bewerken]

Bord met decor Portici, voorzijde. Ca. 1880.
Bord met decor Portici, achterzijde. Ca. 1880.

De kernactiviteit van De Sphinx is sinds 1836 aardewerk: eerste fayence commune en vanaf 1840 ook bedrukt aardewerk. Het grootste deel van de modellen en drukdecors werden ingevoerd uit Engeland, in het bijzonder aardewerkcentrum Stoke-on-Trent. Hierdoor onderscheidt het vroege Regout-aardewerk zich nauwelijks van het Engelse. Uitzondering hierop vormt het handbeschilderde boerenbont, dat van ca. 1840 tot 1969 geproduceerd werd,[6] en een curieuze serie rijstkommen, schalen en sakeflesjes, die Regout omstreeks 1859 speciaal voor een Japanse handelsmissie liet ontwerpen.[7] In de jaren 1880 nam Regout twee modelleurs, Lahaye en Lamour,[8] in dienst, maar het zou pas tot 1917 duren voor De Sphinx, zoals het bedrijf inmiddels heette, herkenbare producten ging produceren. Op 1 januari van dat jaar werd Johan Lint (1889-1956) als eerste gediplomeerde ontwerper en chef-modelleur in dienst genomen. Zijn belangrijkste ontwerp is servies Clary uit 1917. Eveneens in 1917 werd de sanitairafdeling opgericht.

In 1924 volgde Willem Rozendaal Lint op als ontwerper. Hij ontwierp verschillende gedenkborden en serviezen, waaronder het servies Serail (1925), dat uitgevoerd is in het zogenaamde gietproces, waarmee De Sphinx omstreeks 1900 was begonnen te experimenteren. Rozendaal werd in 1929 opgevolgde door de beeldhouwer Charles Vos, die een half jaar voor De Shinx werkte. Hij ontwierp het bekende beeldje van de liggende sfinx, dat diende als reclamemateriaal voor winkeliers die Sphinx-aardewerk verkochten. Van 1929 tot 1946 was Edmond Bellefroid als ontwerper in dienst bij De Sphinx, met uitzondering van de periode 1942-1944, omdat hij weigerde zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer. Bellefroid ontwierp in de jaren 30 meer dan 35 serviezen voor De Sphinx. Zo ontwierp hij, helemaal in de geest van de Nieuwe Zakelijkheid, voor De Bijenkorf het gestroomlijnde, bruin geglazuurde servies Maas (1934), en voor de Hema theeservies Strand (1934). Deze warenhuizen wilden exclusieve, bijzondere serviezen voor een modieus publiek. Toen het functionalisme uit de mode raakte, ontwierp Bellefroid klassiek aandoende serviezen, als Recamier uit 1939.[9] In 1930 begon De Sphinx met de productie van hotelporselein (Terra Nova genoemd) en na 1945 ook huishoudelijk porselein. In 1950 vertrok Bellefroid naar Mosa en pas in 1950 nam De Sphinx een nieuwe hoofdontwerper, Pierre Daems, in dienst tot het einde van de productie van Serviezen,[3] Wim Visser, die van 1954-1956 voor De Sphinx werkte.[4] In 1969 eindigde de productie van zowel huishoudelijk aardewerk als hotelporselein om zich volledig op keramische sanitairartikelen te richten. Tegenwoordig vervaardigt het bedrijf niet alleen sanitairproducten, maar ook aanverwante producten als baden en kranen.

Na de Eerste Wereldoorlog nam De Sphinx zelf ontwerpers in dienst, zoals van 1925-1946 en 1950-1969 Pierre Daems en van 1954-1956 Wim Visser.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Ailion, Charlie (1940). Dutch pottery and porcelain found in Japan. A short study of the origin of and the period when these were shipped to Japan. Kobe: s.n.
  • Bemmel, Helena A. van, ‘Ceramics inserted in walls on Bali’, Modern Quaternary Research in Southeast Asia, 11e jaargang (1988-1989): p. 55-70.
  • Bergvelt, Ellinoor (red.; 1985). Industrie en vormgeving in Nederland 1850-1950. Amsterdam: Stedelijk Museum (ISBN 9050060013).
  • Bogaers, Marie Rose (e.a.; [1988)]. Made in Holland. Gebruikskeramiek 1945-1988. 's-Hertogenbosch: Het Kruithuis, Museum voor Hedendaagse Kunst, 's-Gravenhage: SDU, Naarden: V+K Publishing.
  • Eliëns, Titus Maria (1990). Kunst, nijverheid, kunstnijverheid. De nationale nijverheidstentoonstellingen als spiegel van de Nederlandse kunstnijverheid in de negentiende eeuw. Zutphen: Walburg Pers (ISBN 9060117190).
  • Everwijn, J.C.A. (1912). Beschrijving van handel en nijverheid in Nederland. 's-Gravenhage: Boekhandel vh Belifante.