Rifgebergte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rifgebergte
Rifgebergte
Hoogste punt Adrar Tidghine (2456 m)
Lengte 350 km
Locatie Marokko
Type Middelgebergte
Detailkaart
Kaart van Rifgebergte
Kaart die de grenzen van de Rif aangeeft (voormalig Spaans protectoraat in het noorden van Marokko van 1912 tot 1956)
Foto's
Riffijnse kunst
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen
het Rifgebergte met Chefchaouen

Het Rifgebergte of de Rif (Berbers: ⴰⵔⵉⴼ Arif) is een gebied in het noorden van Marokko dat zich uitstrekt over een acht Marokkaanse provincies. Het Rifgebied bestaat niet alleen uit een gebergte, maar het bevat ook vlaktes geschikt voor landbouw. Het Rifgebergte maakt deel uit van de Betische cordillera, een gebergteboog die zich gedeeltelijk in Marokko en gedeeltelijk in Spanje bevindt. Het Rifgebergte strekt zich uit tot dicht bij het Spaanse vasteland, en vermoed wordt dat het ooit deel heeft uitgemaakt van het Europese continent, voor de Straat van Gibraltar gevormd werd. De hoogste top, is de Adrar Tidghine (2456 m).

Deze regio onderscheidt zich sinds de tijd van de twee protectoraten van de rest van Marokko. De Rif stond onder Spaans protectoraat met Tetouan als hoofdstad, en de rest van Marokko stond onder Frans protectoraat met Rabat als hoofdstad.

De Rif omvat acht provincies in het noorden van Marokko, dat wil zeggen de acht provincies die onder Spaans protectoraat stonden :

De provincie Tétouan (44)

De provincie M'diq-Fnideq (75)

De provincie Fahs-Bni Mkada (41)

De provincie Larache (42)

De provincie Chefchaouen (43)

De provincie Al Hoceima (45)

De provincie Driouch (76)

De provincie Nador (50).

Geografie[bewerken | brontekst bewerken]

Belangrijke steden in het gebied zijn Tétouan, Berkane, Al Hoceima, Nador, Tanger en Chefchaouen. Daarnaast zijn er de Spaanse enclaves Melilla en Ceuta.

Bevolking[bewerken | brontekst bewerken]

De bevolking van de Rif wordt gevormd door de Riffijnen, Ghomara, en Jebela. De Riffijnen wonen in het noorden en spreken Riffijns (meestal "Tarifit" genoemd door de Riffijnen). In het onderwijs worden ze, omwille van de Arabisering van Noord-Afrika, verplicht om het Arabisch te gebruiken, waardoor de meeste Riffijnen tweetalig zijn; Riffijns en Darija. De Ghomara wonen centraal in het Rifgebergte en spreken Ghomara en Darija. Het Ghomara is omwille van de Arabisering een met uitsterving bedreigde taal. De Jebala wonen in het westen en spreken, vanwege de Arabisering, hoofdzakelijk Darija. Sommige stammen houden dialecten van het Tachelhit in stand, waaronder het Senhaja-Srair dialect.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In de middeleeuwen was er een koninkrijk genaamd Nekor (Zie Emiraat Nekor) in het Rifgebied.

Tijdens de Rifoorlog (1920-1926) verklaarde de regio zich onder aanvoering van Mohammed Abdelkrim El Khattabi onafhankelijk. De Rif-Republiek slaagde er gedurende enkele jaren in een Frans-Spaanse invasie af te slaan. Uiteindelijk hebben Spanje en Frankrijk gebruik gemaakt van mosterdgas.[1] Duizenden mensen, waaronder vrouwen, bejaarden en kinderen kwamen hierbij om het leven. De republiek werd dan in 1926 opgeheven.

De gevolgen van het mosterdgas zijn nog steeds te zien. Van alle Marokkaanse kankerpatiënten komt ruim zestig procent uit het Rifgebied, vooral uit Beni Bouayach, Imzouren, Ajdir en Al Hoceima.[2]

Zie de categorie Rif van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.