Beni Bouayach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beni Bouayach
Plaats in Marokko Vlag van Marokko
Beni Bouayach
Beni Bouayach
Situering
Provincie Taza-Al Hoceïma-Taounate
Coördinaten 35° 6′ NB, 3° 50′ WL
Algemeen
Oppervlakte 26,19 [1] km²
Inwoners (2014) 18.271 [1] (697,63 inw./km²)
Portaal  Portaalicoon   Afrika

Beni Bouayach (Arabisch: بني بوعياش), in het Riffijns Ait Bouayach genoemd, is een kleine Riffijnse stad in de provincie Al Hoceima en de regio Taza-Al Hoceïma-Taounate, gelegen in Nekour-vallei in de Rif-streek. Beni Bouayach ligt op een afstand van 22 kilometer van de kuststad Al Hoceima. In het jaar 2015 telde de stad 18.271 (plaatselijke) inwoners. Tijdens de zomerperiode komen er vele Marokkanen uit Nederland, België, Duitsland en Spanje. Hierdoor loopt het aantal mensen op tot wel 35.000.

De grootste omliggende dorpen zijn Tifarouin, Issoufien, Ait Taa, Tazourakht, Bayenti, Arbaa Taourirt en Mnoud Nekkour.

De stad ligt midden in het Rifgebergte, in het gebied van de Ait Wayagher.

Beni Bouayach tijdens de "Jaren van Lood"[bewerken]

De stad heeft in de 20ste eeuw roerige perioden gekend; zowel tijdens de postkoloniale "Rif-Intifada" van 1956 tot en met 1959 als ook de hongerrellen in de jaren 80 was de stad toneel van hevige onlusten. Vele mensen zijn om het leven gekomen tijdens de heerschappij van wijlen Hassan II.

Beni Bouayach behoort ook tot een van de vele steden in het noorden van Marokko die in de steek is gelaten door de Marokkaanse overheid. Terwijl steden zoals Rabat, Casablanca, Fes en Agadir compleet omgebouwd werden tot moderne steden, moesten de Riffijnen het doen met gebouwen en woningen die dateren uit de Franse koloniale tijd. Marokkanen uit Europa hebben een grote bijdrage geleverd aan Beni Bouayach door jaarlijks geld op te sturen naar vrienden en familie.

Geschiedenis[bewerken]

749 - 1080: Koninkrijk Nekor[bewerken]

Gelegen in de Nekorvallei werd tussen 749 en 761 na Christus het koninkrijk Nekor opgericht door emir Idris ibn Salih. De hoofdstad van het koninkrijk was tijdens zijn regeerperiode van Temsamane, maar toen zijn zoon Sa'id I ibn Idris aan de macht kwam werd dat Nekor. De stad Beni Bouayach viel tijdens deze periode, net als Imzouren, binnen de grenzen van het Koninkrijk.

Tussen 859 en 862 werd het koninkrijk binnengevallen door de Vikingen. Vervolgens werd het door de Almoraviden van Yusuf ibn Tashfin verwoest in het jaar 1080, tijdens zijn verovering van het Rifgebergte.

1920 - 1926: De Rifoorlog[bewerken]

Tijdens de periode waarin Beni Bouayach binnen de grenzen van Spaans-Marokko viel, telde het niet meer dan 1.000 inwoners. Desalniettemin was de stad een bolwerk van verzet tegen de Spaanse overheersers, die het erg moeilijk werd gemaakt. Tijdens de Rifoorlog werden wapens van het Spaanse leger gesaboteerd in een lokale fabriek in Beni Bouayach. Daarnaast werd het Riffijnse verzet voorzien van wapens, die ze kregen van het personeel van de fabriek. Later kwam er een eind aan de fabriek en het verzet, doordat Spanje overging tot gruwelijke gifgasaanvallen. De Spanjaarden hebben samen met de Fransen gebruik gemaakt van mosterdgas om de Riffijnen te onderdrukken. De gifgasaanvallen hebben voor duizenden slachtoffers gezorgd in het Rifgebied. De leider van de Riffijnen, Mohammed Abdelkrim El Khattabi], was bang dat de bezetters niet zouden stoppen totdat de toenmalige Rif-Republiek zich gewonnen gaf. Abdelkrim El Khattabi zag geen ander uitweg voor zijn volk, en gaf zich in het jaar 1926 gewonnen.

1961 - 1999: De 'Jaren van Lood'[bewerken]

De stad heeft in de 20ste eeuw roerige perioden gekend; zowel tijdens de postkoloniale "Rif-Intifada" van 1956 tot en met 1959 als ook de hongerrellen in de jaren 80 was de stad toneel van hevige onlusten. Vele mensen zijn om het leven gekomen tijdens de heerschappij van wijlen Hassan II, wat langzamerhand de 'Jaren van Lood' is gaan heten.

Beni Bouayach behoort tot de steden in het noorden van Marokko die in de steek gelaten zijn door de Marokkaanse overheid. Terwijl steden zoals Rabat, Casablanca, Fes en Agadir omgebouwd werden tot moderne steden, moesten de Riffijnen het doen met gebouwen en woningen die dateren uit de Franse en Spaanse koloniale tijd. Marokkanen uit Europa hebben een grote bijdrage geleverd aan Beni Bouayach door jaarlijks geld op te sturen naar vrienden en familie.

2004: Aardbeving[bewerken]

In 2004 werd Beni Bouayach opgeschrikt door een heftige aardbeving, waarbij bijna 700 mensen om het leven kwamen. Beni Bouayach was vrijwel geheel verwoest en werd vervolgens grotendeels herbouwd door Riffijnse Europeanen.

Economie[bewerken]

De grootste en belangrijkste inkomstenbron van Beni Bouayach is de eeuwenoude 'Maandag-markt'. Deze markt brengt brengt wekelijks duizenden handelaren en consumenten bij elkaar. De markt heeft een renovatie/verbouwing ondergaan. Vroeger was het zo dat de wekelijkse markt gehouden werd op een vaste terrein. Op dit terrein staat er nu een 'Markthal', waarbij de oude markt tegenwoordig niet meer in de open lucht, maar binnen te vinden is.

Doordat de Marokkaanse overheid (buitenlandse) investeerders nauwelijks de kans geeft om een bedrijf of multinational te openen in het Rifgebied zijn de steden in het noorden van Marokko sterk afhankelijk van de lokale ondernemingen. De lokale ondernemingen zijn vaak eenmanszaken, met een klein aantal werknemers, waardoor een groot deel van de lokale bevolking afhankelijk is van de Riffijnen in steden zoals Tanger en Tetouan, maar ook Riffijnen die wonen in Europa. De Riffijnen van Beni Bouayach komen vooral uit Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Spanje. Zij zorgen er jaarlijks voor dat er geldoverdrachten plaatsvinden, zodat (werkloze) vrienden en familieleden het jaar door kunnen brengen.

Tijdens de zomerperiode groeit de lokale economie sterk, doordat buitenlandse Riffijnen hun stad komen bezoeken. Deze leveren Beni Bouayach een grote bijdrage. Tijdens de zomerperiode is de stad veel drukker dan gewoonlijk, het telt dan tot wel 30.000 inwoners.

Bezienswaardigheden[bewerken]

  • De Abdelkrim El Khattabi-dam
  • Rondom de stad liggen veel oude maraboets die een bezoekje waard zijn, ook oude waterbronnen, oude moskeeën en traditionele huizen.
  • De eeuwenoude maandagmarkt. Verschillende stammen kwamen daar hun producten verhandelen.