Riffijns

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Riffijns (Tarifit)
Gesproken in Marokko, met minderheden in Algerije, Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Verenigde Staten
Sprekers c.a. 6,4 miljoen

Vlag van Marokko Marokko 4.500.000
Vlag van Spanje Spanje 517.246
Vlag van Frankrijk Frankrijk 379.952
Vlag van Nederland Nederland 314.517
Vlag van België België 320.000
Vlag van Duitsland Duitsland 108.654
Vlag van Algerije Algerije c.a. 10.000
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 2.000

Rang onbekend
Taalfamilie
Varianten
▪ Westelijk-Riffijns
▪ Centraal-Riffijns
▪ Oostelijk-Riffijns
Alfabet Tifinagh, Arabisch en Latijns
Officiële status
Officieel in
Vlag van Marokko Marokko (erkende minderheidstaal)
Taalorganisatie geen
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Riffijns, ookwel Tarifit, Tarifiet of Tmazight genoemd, is een taal die gesproken wordt door mensen in het noorden van Marokko, voornamelijk in de Rif. De lokale bevolking identificeert zich dan ook als Riffijn, oftewel "Arifi" (meervoud: "Irrifiyen").

Het Riffijns behoort tot de Berbertalen en maakt deel uit van de Zenatitalen, een talengroep met in totaal 12 talen en dialecten gesproken in Algerije, Marokko, Libië en Tunesië.

Wereldwijd zijn er ongeveer 6,4 miljoen sprekers.

Verspreiding binnen Marokko[bewerken]

Het Riffijns wordt voornamelijk gesproken in de noordelijke steden van Marokko.

Alfabet[bewerken]

Het alfabet van het Riffijns is, zoals alle andere Amazighische talen het Tifinagh, maar daarnaast worden het Arabische en Latijnse alfabet ook gebruikt.

Dialecten[bewerken]

Het Tarifit bestaat uit drie dialecten. Deze verschillen nauwelijks van elkaar, maar kennen enkele typische verschillen in de uitspraak van bepaalde woorden. De drie dialecten zijn:

  • het westelijk-Riffijnse dialect (Ait Waryaghar, Ibaqouyen, Ait Ammarth en Ait Yetteft): Al Hoceima, Imzouren, Beni Bouayach en omgeving. Dit dialect staat er om bekend dat het de zachte "k" gebruikt, daar waar het centraal-Riffijnse dialect de zachte "k" omzet in een "ch"-klank (vergelijk: taknift en tacnift, amkan en amcan, tikri en ticri, aghak en aghac).
  • het centraal-Riffijnse Dialect (Igzenayen, Ait Touzine, Ait Temsaman, Iqeraiyen, Ait Uricec, Tafersite, Ait Saïd, Ibdarsen en Ait Buyahyi): Nador, Temsamane, Midar en omgeving. Dit dialect staat er om bekend dat het de "ch" klank veelvuldig gebruikt, daar waar de overige twee dialecten vooral de zachte "k" gebruiken. Een andere karaktereigenschap van dit dialect is de vaak nasale uitspraak van woorden die met een klinker eindigen.
  • het oostelijk-Riffijnse dialect (Ikebdanen en Ait Iznassen): Zaio, Aklim en Berkane. Dit dialect verschilt van de andere twee dialecten, omdat het de "l"-klank behoudt daar waar de andere twee dialecten de "l" hebben ingeruild voor de "r" of voor de "dj" (zo wordt het woord yedji in dit dialect uitgesproken als yelli en mermi als melmi).

Onderstaande tabel laat enkele verschillen in dialect zien.

Nederlands West-Tarifit Centraal-Tarifit Oost-Tarifit
Dochter Yedji Yedji Yelli
Hoe Mamek Mamec Mamek
Nacht Djireth Djireth Lileth
Wanneer Mermi Mermi Melmi
Ezel Aghyur Aghyur Aghyul
loopje Tikri Ticri Tikri
Jouw inek nnec nnek
Groet Sedjem Sedjem Sellem
Zwart Abarkan Abarcan Abarkan
het is Thedja Thedja Thella
Hij bidt It zadja It zadja It zalla
Gedachte Rbar Rbar Lbal
mooi Kna Cna Kna
Links Azermad Azermad Azelmad
Ram Ikari Icari Ikari

Verspreiding buiten Marokko[bewerken]

Tweetalig verkeersbord in het Arabisch en Tamazight

Het Tarifit (Riffijns) is de moedertaal van ongeveer 4,5 miljoen Riffijnse Marokkanen en van ongeveer 2,5 miljoen Marokkanen in Europa. Deze groep is vooral te vinden in Nederland, België, Frankrijk, Spanje en Duitsland. Verder is er nog een kleine groep Riffijnen in Algerije. Deze wonen in Tlemcen en Oran.

Arabisering[bewerken]

De Riffijnse taal wordt gesproken door zo'n 95 procent van de Riffijnen. Er is echter een klein aantal stammen dat in de loop der eeuwen is gearabiseerd. Het gaat hier om de Ait Bufrah en de Ait Gmil in het westen van de Rif. Deze twee stammen zijn grotendeels overgegaan op het Darija (Marokkaans-Arabisch). Deze twee stammen worden door de Riffijnen dan ook niet meer beschouwd als Riffijnen, zij worden gezien als Jebala. In het oosten van de Rif zijn de Ait Iznassen gedeeltelijk aan het arabiseren, hoewel het aantal Arabisch sprekende binnen deze stam beperkt blijft. Of de Ait Iznassen tot de Rif behoren, is altijd een discussiepunt geweest. Duidelijk is in ieder geval dat de meeste Ait Iznassen zich niet als Riffijnen beschouwen.

De overige stammen van de Rif zijn allen volledig Riffijns sprekend. Van arabisering binnen deze stammen is dan ook geen sprake. Integendeel, zij verzetten zich sterk tegen de Arabische invloeden in de Rif, zowel taalkundig als cultureel.