Nieuwe Economische Politiek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Nieuwe Economische Politiek (NEP; Russisch: НЭП – Новая экономическая политика, NEP - Novaja ekonomitjeskaja politika) is de naam waaronder een aantal maatregelen bekend zijn geworden, die in de zomer van 1921 door Lenin werden genomen. Met deze maatregelen verliet Lenin het strakke oorlogscommunisme van de jaren daarvoor. Die aanpak was rampzalig gebleken voor zowel landbouw als industrie en had geleid tot boerenopstanden en hongersnood.

Op het 10e Congres van de CPSU werd op 21 maart 1921 een decreet aangenomen dat het regime van voedselrekwisities (inbeslagname van de oogst) verving door een vaste opbrengstbelasting op alle voedselproductie. Aanvullende decreten verbreden dit tot sommige industrieën.

Onder de NEP mochten boeren er weer een eigen bedrijfje op na houden. De boeren mochten hun overschotten, na betaling van belasting in natura, op de vrije markt brengen. Ook in de handel en de lichte industrie kregen particulieren meer mogelijkheden. De zware industrie, het bankwezen, het transport en de buitenlandse handel (die bijna niets meer voorstelde), bleven stevig in handen van de staat. Ook moest het politiek bewustzijn verhoogd worden. Hier riep Lenin de hulp van de Sovjets in.

De NEP bleek al spoedig een succes. Rechtlijnige communisten waren echter van mening dat met de NEP te veel werd afgeweken van het ware communisme en zij zagen met lede ogen aan hoe boeren zich als kleine ondernemers konden ontwikkelen.

Nadat Stalin de macht had overgenomen maakte hij in 1928 een einde aan de NEP en voerde het eerste vijfjarenplan in alsmede een centraal planbureau. Tegelijk zette hij de collectivisatie van de landbouw met harde hand door.