Philip Kohnstamm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Philip Kohnstamm
Philipp Kohnstamm
Philipp Kohnstamm
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 17 juni 1875
Geboorteplaats Bonn
Datum van overlijden 31 december 1951
Plaats van overlijden Ermelo
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Natuurkunde, filosofie, didactiek
Promotor J.D. van der Waals
Alma mater Universiteit van Amsterdam
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

Philipp (later Philip) Abraham Kohnstamm (Bonn, 17 juni 1875 - Ermelo, 31 december 1951) was een Nederlands natuurkundige, filosoof en pedagoog, en is bekend geworden als grondlegger van de wetenschappelijke pedagogiek en didactiek in Nederland.

Kinderjaren[bewerken]

Kohnstamm werd in Duitsland geboren als derde kind en enige zoon van de bankier Max Kohnstamm en Sarah Wertheim. Zijn moeder was een zuster van de Amsterdamse bankier en filantroop Abraham Carel Wertheim, naar wie het Wertheimpark in de Amsterdamse Plantage is genoemd. Gedwongen door een langdurige ziekte van zijn vader, die in een sanatorium moest worden opgenomen, verhuisde moeder met de kinderen naar Nederland. De familie was van liberaal-joodse huize. Aan het joodse geloof werd niet veel gedaan.

Universitaire loopbaan[bewerken]

Tijdens zijn HBS-tijd in Amsterdam woonde Philip (de derde p in zijn naam liet hij vallen) in huis bij zijn oom Abraham Carel Wertheim. In 1893 begon hij zijn studie in de natuurwetenschappen aan de Gemeente Universiteit. In 1901 promoveerde hij in de natuurkunde bij zijn leermeester J.D. van der Waals. Als experimenteel fysicus had Kohnstamm ook belangstelling voor de filosofie en met name de logica en kennisleer, waarin hij in 1907 aan dezelfde universiteit privaatdocent werd. Belangrijker was zijn benoeming, in 1908, tot buitengewoon hoogleraar in de thermodynamica, een afsplitsing van de leerstoel van Van der Waals. In 1918 volgde zijn overstap naar de pedagogiek, met een benoeming tot bijzonder hoogleraar in de opvoedkunde vanwege de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Van 1932 tot 1939 was hij tevens buitengewoon hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. In 1940 werd hij, samen met alle andere ambtenaren en docenten van Joodse afkomst, door de bezetter gedwongen zijn ambt neer te leggen. Na de bevrijding keerde hij terug en ging een jaar later met emeritaat.

Philip Kohnstamm wordt gezien als grondlegger van de empirische onderwijskunde in Nederland. Dit komt tot uiting in de naamgeving van het Kohnstamm Instituut en het gemeenschappelijk gebouw van de afdeling pedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, het Philip Kohnstamm-huis aan de Wibautstraat. In 1997 werd aan de Universiteit van Amsterdam een bijzondere leerstoel "Vormgeving van de beroepsopleidingen pedagogiek" ingesteld, de Kohnstamm-leerstoel genoemd.[1] Ook werd er een aantal basisscholen naar hem genoemd.[2]

Maatschappelijke functies[bewerken]

Kohnstamm was ook organisatorisch en maatschappelijk actief. In 1905 trad hij toe tot de Vrijzinnig Democratische Bond en hij was van 1907 tot 1918 voorzitter van die partij. Hij was medestichter van de Middenstands-Credietbank, actief lid van het Herstel Europa Comité en lid van de Onderwijsraad. In 1917 was hij, samen met de initiatiefnemer de rechtsgeleerde Paul Scholten, de natuurkundige Pieter Zeeman en de onderwijskundige Christiaan Pieter Gunning medeoprichter van het Amsterdams Lyceum. In 1918 was hij medeoprichter van het Nutsseminarium voor Pedagogiek, waarvan hij de eerste directeur werd. In 1936 stichtte hij het IVIO (Instituut Voor Individueel Onderwijs) dat bedoeld was voor de scholing van jeugdige werklozen in crisistijd. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij voorzitter van de onderwijscommissie van de Partij van de Arbeid.

Geloofsovertuiging[bewerken]

In zijn jaren als scholier was hij nog atheïst en humanist. Vanaf het begin van de 20e eeuw voelde hij zich steeds meer aangetrokken tot de christelijke kerk en, nadat hij vanwege zijn vriendschap met de Doopsgezinde predikant A.K. Kuiper, eerst nog een tijd overwogen had lid te worden van de Doopsgezinde Broederschap[3], besloot hij in 1917 zich te laten dopen in de Nederlandse Hervormde Kerk - omdat het karakter van de volkskerk hem lief was[3]- en ontwikkelde zijn denken zich in de richting van het christelijk personalisme. In zijn geloofsovertuiging werd hij sterk geïnspireerd door zijn leermeester, de natuurkundige en Nobelprijswinnaar J.D. van der Waals.

Gezinsleven[bewerken]

Kohnstamm trouwde in 1903 met An Kessler, de oudste dochter van J.B.August Kessler, een van de oprichters van de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij. Zij kregen zes kinderen, van wie de jongste, Max Kohnstamm, later het bekendst werd. In 1907 lieten Philip en An naar eigen ontwerp een houten zomerhuis bouwen in Ermelo. In de loop der jaren werd dat huis een ontmoetingsplaats voor tal van bevriende intellectuelen, waaronder de natuurkundige Paul Ehrenfest, de rechtsgeleerde Paul Scholten en de pedagoog Martien Langeveld. In 1926 verhuisde het gezin definitief van Amsterdam naar Ermelo.

Enkele malen werd Kohnstamm getroffen door aanvallen van manisch-depressiviteit, de ziekte waaraan ook zijn vader leed. De eerste keer kwam in een periode van overspannenheid tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij meehielp vluchtelingen uit het gebombardeerde Antwerpen per vrachtauto naar Amsterdam te brengen.

In de Tweede Wereldoorlog lieten de Duitsers hem aanvankelijk met rust. Het feit dat hij getrouwd was met een niet-Joodse vrouw beschermde hem tegen deportatie. Wel werden zijn beide zusters gedeporteerd en in Auschwitz vermoord. Toen de SS hem in 1944 wilde arresteren, werd hij tijdig gewaarschuwd door een SD-officier uit Ermelo met wie hij enkele levensbeschouwelijke gesprekken had gevoerd. Van 1942 tot 1944 zat zijn jongste zoon Max als gijzelaar gevangen in kamp Sint-Michielsgestel.

Publicaties[bewerken]

Kohnstamm schreef over een sterk uiteenlopend gebied: van natuurkunde, politiek, filosofie, pedagogiek tot theologie. Hij schreef honderden artikelen en een dertigtal monografieën.[4] Een selectie:

  • 1908, Determinisme en natuurwetenschap
  • 1914, Democratie
  • 1915, Warmteleer Uitgeverij Wereldbibliotheek
  • 1916, Ontwikkeling en onttroning van het begrip natuurwet
  • 1917, De toekomst der democratie en de oorlog
  • 1919, Staatspaedagogiek of Persoonlijkheidspaedagogiek
  • 1921, Over natuurwetten, wetmatigheid en determinisme
  • 1923, Het levenswerk van J.D. van der Waals
  • 1925, De nieuwe school'
  • 1925, Modern agnosticisme
  • 1925, Paedagogische en ethische vragen op het gebied van het sexueele leven
  • 1925, Persoonlijkheid en idee
  • 1926, Schepper en schepping: een stelsel van personalistische wijsbegeerte op bijbelschen grondslag. Deel 1. Het waarheidsprobleem. Grondleggende kritiek van het christelijk waarheidsbewustzijn
  • 1926, Sexueele opvoeding
  • 1929, Individu en gemeenschap : verzamelde sociaal-paedagogische opstellen
  • 1929, Schepper en schepping: een stelsel van personalistische wijsbegeerte op bijbelschen grondslag. Deel 2. Persoonlijkheid in wording. Schets eener christelijke opvoedkunde
  • 1931, Modern-psychologische opvattingen omtrent godsdienst en religie : een kritisch overzicht
  • 1931, Schepper en schepping: een stelsel van personalistische wijsbegeerte op bijbelschen grondslag. Deel 3. De Heilige. Proeve van een christelijke geloofsleer voor dezen tijd
  • 1932, Over denken en leeren denken
  • 1933, De wijsbegeerte in haar verhouding tot ons Hooger Onderwijs
  • 1933, Psychologie van het ongeloof
  • 1934, De formele logica en het kinderlijke denken
  • 1934, Democratie, dictatuur en opvoeding
  • 1934, Hoe mijn "bijbelsch personalisme" ontstond
  • 1934, Psychologie van het anti-semitisme
  • 1935, Paedagogiek als wetenschap
  • 1936, Het nationaalsocialisme als geestelijk gevaar
  • 1938, Democratie in de branding
  • 1938, Politiek en ethiek
  • 1947, Mensch en wereld
  • 1947, Vrije wil of determinisme : een mathematisch-fysische en kennis-theoretische uiteenzetting voor juristen, paedagogen, theologen en andere niet-fysici
  • 1948, Keur uit het didactisch werk van Prof. Dr. Ph. Kohnstamm
  • 1949, Existentialisme, personalisme en paedagogiek
  • 1981, (postuum verschenen) Persoon en samenleving; opstellen over opvoeding en democratie

Literatuur over Philip Kohnstamm[bewerken]

  • Goslinga, A.; Prof. Kohnstamm en het conflict Groen-van der Brugghen, Uitg. Holland Amsterdam, 1926
  • Snethlage, J.L.; Openbaring en het debat Kohnstamm-Snethlage : met aanteekeningen, Van Loghum Slaterus Arnhem, 1926
  • Hoogwerf, P.H.; De paedagogiek van Prof. Dr. Ph. Kohnstamm : met een inleiding tot zijn werken, Wolters Groningen, 1933
  • Poortland, J.J.; Indeterminisme of determinisme? : een beschouwing naar aanleiding van Prof. Dr Ph. Kohnstamm's "Vrije wil of determinisme",Van Gorchum Assen, 1949
  • Praag, H. van; Philip Abraham Kohnstamm, een man Gods, Ten Have Amsterdam, 1952
  • Erasmus, O.c.; Die personalisme van Kohnstamm als grondslag vir sy filosofie van die opvoeding, Meulenhoff Amsterdam, 1962
  • Hofstee, H.; Het bijbels personalisme van prof. dr. Ph.A. Kohnstamm : ontstaan en grondslagen, proefschrift Groningen, 1973
  • Poll, G.J. van de; "Kohnstamm, Philipp Abraham (1875-1951)," in Biografisch Woordenboek van Nederland 1. Den Haag, 1979. Online 12-11-2013
  • Vermeer, A.H.L.; Philipp A. Kohnstamm over democratie, proefschrift Utrecht, 1987
  • Hilvoorde, I. van; Grenswachters van de pedagogiek, proefschrift Utrecht, 2002.
  • Hollestelle, M.; Beperkte spontaniteit; leven en werk van Philip Kohnstamm, Masters thesis Utrecht, 2004
  • Exalto, J., Groenendijk, L.F. en S. Miedema, "Philipp Abraham Kohnstamm (1875-1951)- Opvoedingswetenschap op filosofische en empirische grondslag." In: V. Busato, M. van Essen en W. Koops (red.), Vier grondleggers van de pedagogiek, Amsterdam, Bert Bakker / Prometheus, 2015, pp. 29-95

Citaten[bewerken]

  • "Al acht ik ook de bezwaren tegen paedagogiek als wetenschap ten eenen male onjuist, dit staat bij mij vast, dat zij alleen ontzenuwd kunnen worden door een opvoedkunde die in het nauwste contact treedt met de vragen van levensleer en wereldbeschouwing. Slechts als deel der praktische wijsbegeerte is de pedagogische wetenschap mogelijk; de pedagogiek zal filosofisch zijn of ze zal niet zijn."
    • Kohnstamm (1919), geciteerd in: J. W. van Hulst. De beginselleer van Hoogvelds pedagogiek. 1962. p. 141
  • "Hoe ver gaat nu de vormbaarheid van het denken binnen de schooljaren? Hier staan wij nog voor betrekkelijk onontgonnen terrein, mede door de schromelijke tekorten aan hulpmiddelen, waarover het empirisch-didactisch onderwijs beschikt."
    • Kohnstamm (1940), geciteerd in: Aldert Leen. De ontwikkeling van het rekenonderwijs op de lagere school in. 1961, p. 142.
  • "Zonder theologie kunnen wij geen naar de diepte afstekende menskunde, en ook geen pedagogiek beoefenen."
    • Kohnstamm, geciteerd in: Harm Hofstee. Het Bijbels personalisme van Prof. Dr. Ph. A. Kohnstamm. 1973. p.
  • "Echt nationaal bewustzijn [levert een] onderlinge band, die de scheidslijnen die feitelijk in een volk nu eenmaal bestaan, ja zonder welke een volk geen levende gemeenschap zijn zou [erkende]."
    • Kohnstamm, geciteerd in: Henk te Velde. Gemeenschapszin en plichtsbesef. 1992. p. 200.
  • "Onze gewone Nederlandsche fout van versnippering doet zich ook juist in de paedagogische literatuur gelden en we krijgen op die wijze verschillende tijdschriften, die elk op zichzelf te zwak zijn om te leven en te sterk om te sterven. Ik denk bijv. aan het nieuwe tijdschrift van Dr. Hamaker en ook aan de "Paedagogische studiën", in wier redactie ik zelf zit."
    • Kohnstamm, geciteerd in: I. van Hilvoorde, Grenswachters van de pedagogiek, 2002. p. 57

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]