Testerep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kust van West-Vlaanderen in de middeleeuwen

Testerep (soms verbasterd tot Ter Streep) was de naam van het eiland dat vroeger voor de Belgische kust lag. In het West-Vlaams betekent Testerep letterlijk 'het is er op', wat logisch is aangezien de landtong inderdaad een verhoging was in het landschap.[1]

Historiek[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Tussen de vijfde en zesde eeuw ontstond er voor de Belgische Noordzeekust tussen Nieuwpoort en Bredene ten gevolge van de getijdenwerking het eilandje Testerep. De landtong, in de volksmond ook wel Ter Streep genoemd, werd van het vasteland gescheiden door de Testerepvliet, een zuidelijk gelegen getijdengeul die bij vloed helemaal onder water stond. Deze oostelijke zijgeul van de IJzer stroomde noordoostwaarts naar het 'Brede Ee', een ide (inham) van de Noordzee ten westen van het huidige Bredene.[2] Omdat Testerep in de daaropvolgende eeuwen regelmatig werd overstroomd was vaste bewoning op het eiland niet mogelijk. Pas wanneer zich in de tiende eeuw een beschermende duinengordel had gevormd ontstonden er op het eiland bescheiden nederzettingen van hoofdzakelijk vissers en schaapherders. Eerst ontstond Oostende in de jaren 990 op het oostelijke uiteinde ("oost-einde") van Testerep, daarna volgden nog Westende op het westelijke uiteinde ("west-einde") en Middelkerke ("Middelkerca") in het midden tussen beide gemeenten in. Later ontstonden nog andere kleinere vissersdorpjes op het eiland zoals Walraversijde, "Sancta Mariae Capella" (het huidige Mariakerke) en Lombardsijde. Het eiland was eigendom van de Vlaamse graaf die het aan de Sint-Pietersabdij in Gent had verpacht.

Ondergang[bewerken]

In 1266 kende de gravin van Vlaanderen Margaretha van Constantinopel de Oostendse nederzetting stadsrechten toe. Bij de verdere ontwikkeling en uitbreiding van de stad werd de omringende duinengordel in het oosten van Testerep stelselmatig afgeplat. Door het verdwijnen van deze natuurlijke bescherming kregen stormvloeden vrij spel over het eiland. Zo overspoelde en ruïneerde de Sint-Clemensvloed van 23 november van 1334 het kwetsbare eiland. De enorme watersnood tijdens de Sint-Vincentiusvloed van 22 januari 1394 betekende de doodsteek voor de nog jonge, kwetsbare stad. Duizenden stedelingen verlieten noodgedwongen de oorspronkelijke stad en stichtten vijfhonderd meter landinwaarts een nieuw Oostende. In de vijftiende en zestiende eeuw zouden de verwoestende vloedgolven van een nieuwe reeks van stormvloeden de noordelijke helft van Testerep uiteindelijk in de Noordzee doen verdwijnen. Het zuidelijk deel zou na inpoldering van de Testerepvliet vanaf de twaalfde eeuw deel uitmaken van het vasteland.

Heden[bewerken]

Tijdens de inpoldering van de nieuw aangeslibde geulgronden werd de Testerepvliet gekanaliseerd tot het zgn. 'Groot Geleed', een nog steeds bestaande afwateringsgracht ten noorden de Moere-Blote- en Moere-Nieuwlandpolder.[3] De IJzer (huidige havengeul bij Nieuwpoort) heeft aan zijn oostelijke oever nog enkele slikken en schorren als kleine restanten van de oude kreek. Samen met het natuurreservaat IJzermonding, het Sint-Laureinsstrand met de achterliggende duinen en de voormalige marinebasis in Lombardsijde vormde dit gebied vroeger het IJzerestuarium.