The Music Man (film)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
The Music Man
Regie Morton DaCosta
Producent Morton DaCosta
Scenario Meredith Willson
Marion Hargrove
Hoofdrollen Robert Preston
Shirley Jones
Ron Howard
Muziek Meredith Willson
Montage William H. Ziegler
Cinematografie Robert Burks
Distributie Warner Bros.
Première 19 juni 1962
Genre Muziek
Speelduur 151 minuten
Taal Engels
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
(en) IMDb-profiel
MovieMeter-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

The Music Man is een Amerikaanse film uit 1962 van Morton DaCosta met in de hoofdrollen Robert Preston en Shirley Jones.

Het scenario voor de film is gebaseerd op de gelijknamige Broadwaymusical uit 1957 geschreven door Meredith Willson en Franklyn Lacey. The Music Man was een groot succes in de bioscopen en bracht meer dan 8 miljoen op in 1962. Uiteindelijk zou de film $14.953.846 in de VS alleen al opbrengen. Ook de kritiek was enthousiast en voor de uitreiking van de Oscars werd de film genomineerd voor zes Oscars. Een Oscar, voor de beste flimmuziek, werd uiteindelijk verzilverd.

In 2000 werd de film voor conservatie opgenomen in het National Film Registry van de Library of Congress van de VS.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het stadje River City in Iowa krijgt in de zomer van 1912 bezoek van Harold Hill. Hill noemt zich professor, maar is in werkelijk een oplichter die graag de goedgelovige burgers het geld uit de zak wil praten. Al snel heeft hij zijn plannetje klaar. De streng gelovige burgers van River City zijn namelijk van mening dat de pas geopende biljarthal hel en verdoemenis heeft gebracht. Hill weet de inwoners er van te overtuigen dat het oprichting van een harmonie voor jongens een einde zal maken aan de corruptie van de jeugdige zieltjes. Uiteraard verkoopt Hill hiervoor de benodigde instrumenten en uniformen en belooft ook nog eens de jochies te leren spelen. Samen met zijn partner, de staljongen Marcellus Washburn weet Hill iedereen er van te overtuigen dat hij een gediplomeerd en ervaren muzikant is, afgestudeerd aan het conservatorium van Gary, Indiana. Het geld dat de bevolking van River City aan Hill geeft, wordt er gelijk door hem doorheen gejaagd. De enige die hem door lijkt te hebben is Marian Paroo, de pianolerares en bibliothecaresse. Maar voordat ze haar verdenkingen kan doorgeven aan de burgemeester wordt ze door Hill ingepalmd. Hij vertelt haar van zijn 'Gedachtemethode', waarmee iedereen kan leren spelen op basis van het denken aan het Menuet in G van Mozart. Marian is niet de enige die valt voor Hills gladde praatjes, het ruziemakende bestuur van de lokale school transformeert onder zijn leiding in een barbershop quartet. Als de instrumenten en uniformen eindelijk aankomen is de tijd gekomen dat Hill moet vertrekken. Maar ondanks aansporingen van Marcellus kan de oplichter geen afscheid nemen, hij is verliefd op Marian. Dan arriveert Charlie Cowell, een handelsreiziger, in het stadje. Zijn doel is de ontmaskering van Harold Hill. Als Marian aan Cowell vraagt om Hill met rust te laten, krijgt ze te horen dat haar geliefde in elke stad pianoleraressen heeft verleid. Al snel krijgt de lokale bevolking door dat ze zijn opgelicht en ze openen de jacht op Hill. De laatste wordt naar het gemeentehuis gebracht waar de harmonie gereed staat. Wanhopig staat Hill nu voor de groep jongens die geen noot kunnen spelen. Dan gebeurt er een wonder. Hill roept uit dat iedereen moet spelen volgens zijn 'Gedachtemethode' en tot zijn verbijstering klinkt een ruwe versie van het Menuet in G uit de instrumenten. Voor de ogen van de al even verbaasde bevolking paradeert de harmonie in alle pracht en praal door de straten van River City. Ze worden geleid door een stralende Harold Hill en Marian.

Rolverdeling[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Meredith Wilson was nauwelijks bekend toen hij in 1949 begon te schrijven aan The Music Man. Hij had een aantal liedjes geschreven voor Broadwaymusicals, en voor radio en film. Zijn grootste prestatie was de achtergrondmuziek voor de film The Great Dictator (1940) van Charlie Chaplin. Bijna acht jaar werkte Wilson aan zijn musical, gebaseerd op zijn kindertijd in Iowa, toen hij piccolo speelde in de band van John Philip Sousa. De producenten die hem aan het begin steunden, lieten hem vallen en alleen zijn mentor Frank Loesser bleef over. Loesser produceerde uiteindelijk The Music Man op Broadway. Het werd een succes. De musical opende op 19 december 1957 in het Majestic Theater en haalde 1375 voorstellingen en kreeg een Tony Award voor Beste musical in 1958. Aanvankelijk zou bandleider Phil Harris de rol van Harold Hill spelen, maar die had geen trek in Broadway. Vervolgens werd de rol aangeboden aan Gene Kelly, Danny Kaye en Ray Bolger. Geen van hen wilde de rol spelen, waarna Robert Preston werd aangetrokken. De filmrechten werd uiteindelijk verkocht aan Warner Bros.

Scenario[bewerken]

Bij het schrijven van het scenario werd er weinig veranderd ten opzichte van het libretto van de Broadwaymusical. Op één na werden alle liedjes gebruikt (zie ook het onderdeel Liedjes). Wel werden bepaalde uitspraken aangepast. Een kreet als Jeely Kly! dat het personage Tommy Djilas uitroept, werd gezien als te bepalend voor het accent van het middenwesten van de VS. Het werd veranderd in Great Honk!, wat zo iets betekent als 'Grote Goedheid!'. Een van de uitdrukkingen bevat het woord 'Shipoopi', dit had Meredith Wilson zelf bedacht en had verder geen betekenis.

Acteurs[bewerken]

Voor de film werd een aantal spelers van de originele Broadway musical aangetrokken, Pert Kelton bijvoorbeeld en het barbershop quartet The Buffalo Bills. Ook Robert Preston had de rol van Harold Hill met groot succes op het toneel gespeeld. Toch was hij niet de eerste keuze voor de rol. In de filmwereld was hij eerder bekend als een acteur die speelde in B-films of bijrollen in A-films. Studiobaas Jack Warner wilde liever een echte ster in de hoofdrol en stelde voor Cary Grant in te zetten als Hill. Grant weigerde de rol echter, waarop Warner voorstelde om de rol te geven aan Frank Sinatra of Bing Crosby. De auteur van de musical, Meredith Wilson, ging echter dwarsliggen, hij wilde Preston, waarna Warner toegaf. Voor Preston betekende het zijn grote doorbraak.

Productie[bewerken]

De harmonie aan het einde van de film was in werkelijkheid de band van de Universiteit van Zuid Californië, de 'Spirit of Troy' genaamd. Het opnemen van de eindscène waar de band door de stad marcheert kostte acht uur, verdeeld over twee dagen. De band speelde op instrumenten die waren gemaakt door de Olds Instrument Company in Fullerton, Californië.

Filmmuziek[bewerken]

De volgende liedjes zijn in de film te horen (tekst en muziek: Meredith Wilson):

  • Ya Got Trouble – uitgevoerd door Robert Preston en ensemble
  • Piano Lesson / If You Don't Mind My Saying So – uitgevoerd door Shirley Jones en Pert Kelton
  • Goodnight, My Someone – uitgevoerd door Shirley Jones
  • Ya Got Trouble / Seventy-six Trombones – uitgevoerd door Robert Preston en ensemble
  • Sincere – uitgevoerd door de Buffalo Bills
  • The Sadder But Wiser Girl – uitgevoerd door Robert Preston
  • Pick-a-Little, Talk-a-Little – uitgevoerd door Hermione Gingold en Biddys
  • Marian The Librarian – uitgevoerd door Robert Preston
  • Being in Love – uitgevoerd door Shirley Jones
  • Gary, Indiana – uitgevoerd door Robert Preston
  • Wells Fargo Wagon – uitgevoerd door het ensemble
  • Lida Rose / Will I Ever Tell You – uitgevoerd door de Buffalo Bills en Shirley Jones
  • Gary, Indiana (Reprise) – uitgevoerd door Ron Howard
  • Lida Rose (Reprise) uitgevoerd door de Buffalo Bills
  • Shipoopi – uitgevoerd door Buddy Hackett en ensemble
  • Till There Was You – uitgevoerd door Shirley Jones
  • Goodnight, My Someone – uitgevoerd door Shirley Jones, Robert Preston en ensemble
  • Seventy-six Trombones - uitgevoerd door ensemble

Het liedje My White Knight, uit de Broadwayproductie werd vervangen door Being in Love. Aangezien Meredith Wilson delen van de oorspronkelijke tekst hergebruikte was er niet echt sprake van een compleet nieuw liedje. Wel veranderde Wilson de toonhoogte, waarmee het nummer beter paste bij het stembereik van Shirley Jones. Volgens een hardnekkige legende was er eigenlijk een andere reden voor het vervangen van My White Knight. Er werd gefluisterd dat het nummer eigenlijk was geschreven door Frank Loesser, de mentor van Meredith. Loesser had zijn pupil acht jaar begeleid bij het schrijven van de musical en zou geweigerd hebben om het nummer aan Warner Bros. te verkopen. Het is echter nooit bewezen dat Loesser de auteur was van het nummer.

Prijzen en nominaties[bewerken]

De film werd onderscheiden met een Oscar voor de beste filmmuziek en kreeg nominaties voor Beste film, Beste kostuums, Beste decors, Beste montage en Beste geluid

Trivia[bewerken]

Actrice Shirley Jones was enthousiast begonnen aan de film, tot ze merkte dat ze zwanger was. Tijdens een lunch lichtte ze regisseur/producent Morton DaCosta in. DaCosta stelde haar gerust en zei dat hij het probleem zou ondervangen door de kostuums te laten veranderen en Jones vanaf haar heupen te filmen. Hij liet haar echter beloven tegen niemand iets te zeggen.

Robert Preston kwam het echter spoedig te weten. Bij de opnames van een liefdesscène bij een voetbrug schopte de baby terwijl Preston Shirley Jones wilde kussen. Preston schrok en riep: "Wat is dat?". Jones antwoordde: "Dat is Patrick Cassidy, zeg maar hallo!". Jaren later ontmoette Patrick Cassidy, inmiddels volwassen, de voormalige tegenspeler van zijn moeder. Hij zei, "Hallo, ik ben Patrick Cassidy". "Ik weet het, we hebben elkaar al eens ontmoet", antwoordde Preston gevat.

Bronnen[bewerken]

  • Making of The Music Man featurette op de dvd
  • Meredith Wilson, But He Doesn't Know the Territory, 2009
  • Rick R. Altman, The American film musical, 1988
  • Jane Feur The Hollywood Musical, 1993