Naar inhoud springen

Theo van Lier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Theo van Lier
Van Lier tijdens een debat (25 mei 1966).
Van Lier tijdens een debat (25 mei 1966).
Algemeen
Volledige naam Theo Johan Antoine Marie van Lier
Geboortedatum 11 mei 1916Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats HeerlenBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 6 juni 1992Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Den HaagBewerken op Wikidata
Partij PvdA
Functies
1952-1973 Lid Tweede Kamer
1973-1986 Lid Raad van State
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Theo Johan Antoine Marie van Lier (Heerlen, 11 mei 1916 - Den Haag, 6 juni 1992) was verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog was hij namens de PvdA 21 jaar lid van de Tweede Kamer en was daarna lid van de Raad van State.

Theo van Lier werd in het Limburgse Heerlen geboren, maar groeide in Den Haag op als zoon van een ambtenaar van Sociale Zaken. Hij werd tijdens zijn diensttijd opgeleid tot kornet van het Wapen der Artillerie, aan de School Reserve Officieren in Ede.

Tweede Wereldoorlog: in het verzet

[bewerken | brontekst bewerken]

Van Lier was van 1 april 1941 tot in 1944 plaatsvervangend directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) in Nijmegen. Tegelijkertijd zat hij in het verzet. Vanaf maart 1943 nam van Lier deel aan de spionage- en inlichtingengroep “Albrecht” en was een van haar leiders als rapporteur en stafverkenner. Hij organiseerde koeriersdiensten, die met grote regelmaat informatie op microfilms afleverden, verzorgde radiografische verbinding met Londen en hij verkende hij Noord-Brabant en een groot gedeelte van Zuid-Holland.

In de periode 1943-1944 ondernam Van Lier verschillende pogingen om naar Engeland over te steken. Bij een van deze pogingen met zijn broer en kompanen overmeesterden ze op 17 September 1943 een Duitse Schnellboot in de haven van Scheveningen, maar de motor weigerde dienst. Ze wisten daarna uit Duitse handen te blijven. Na de arrestatie van de groepsleider nam hij de leiding van de groep Albrecht eind 1943 over.

Toen Van Lier in april 1944 Lourens Baas Becking en Victor Henri Rutgers wilde overbrengen, werd hij gevangen genomen en tot 15 jaar tuchthuis veroordeeld.[1] Hij werd via Rheinbach naar het tuchthuis van Waldheim gestuurd. Na de capitulatie van Duitsland keerde hij terug naar Nederland.

Op 14 december 1949 werd Van Lier benoemd tot Ridder der 4e klasse der Militaire Willems-Orde voor zijn bijdrage "aan een der grootste inlichtingengroepen op militair gebied" tijdens de bezettingsjaren en zijn moedige pogingen naar Engeland over te steken. In 1960 werd Van Lier ontslagen uit de militaire dienst.

Politieke carrière

[bewerken | brontekst bewerken]
Van Lier en Bill Minco bij een persconferentie over het regeringsvoorstel tot vrijlating van de "Twee van Breda" in 1989.

Na de oorlog keerde van Lier terug bij het Gewestelijk Arbeidsbureau en was directeur van het GAB in Apeldoorn (1945), Dordrecht (1946) en Nijmegen (1947-1952). Daarnaast was hij in 1949-1950 territoriaal officier van de sociale dienst in West-Java en Noord-Sumatra in Nederlands-Indië. Beïnvloed door de Doorbraakbeweging en de Nederlandse Volksbeweging, verliet de katholieke Van Lier de confessionele Roomsch-Katholieke Staatspartij en werd op 9 februari 1946 lid van de Partij van de Arbeid.

Van Lier was vervolgens namens de PvdA van 15 juli 1952 tot 1 september 1973 lid van de Tweede Kamer. Hij maakte onder andere deel uit van de parlementaire enquêtecommissie die het regeringsbeleid in de Tweede Wereldoorlog onderzocht. Van Lier werd gedurende zijn kamerlidmaatschap een gerespecteerd specialist op het gebied van de sociale zekerheid. In de jaren zestig was hij samen met Harry Peschar fractiesecretaris PvdA in de Tweede Kamer.

In het schaduwkabinet-Den Uyl van PvdA, D66 en PPR bekleedde Van Lier in 1971 de functie van minister van Sociale Zaken. Voor de beoogde regering-Den Uyl was Van Lier kandidaat als defensieminister, maar uiteindelijk kreeg Henk Vredeling de voorkeur. Na zijn Kamerlidmaatschap werd Van Lier op 1 september 1973 lid van de Raad van State, wat hij tot 1 juni 1986 bleef.

Tevens leidde hij van 1974 tot 1988 de Nederlandse stay-behindorganisatie Operatiën & Inlichtingen (O&I), een organisatie die tot doel had verzet en inlichtingenverzameling te coördineren in tijden van bezetting, namens een in ballingschap verblijvende regering.

Zie de categorie Theo van Lier van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.