Twaalftallig stelsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
  Getalsystemen   

Het twaalftallig stelsel (ook duodecimaal en (verouderd) patalig stelsel) is een talstelsel, gebaseerd op het grondtal 12. Het stamt waarschijnlijk uit Mesopotamië, maar wordt ook nog in sommige streken van Oost-Afrika gebruikt, door met de duim de 12 vingerkootjes van de overige vingers op een hand te tellen.

De getallen 0 t/m 9 worden net zo geschreven als in het decimale stelsel. In Westerse schriften wordt voor het getal 10 de letter A gebruikt, voor 11 de letter B, 12 wordt geschreven als 10.

In het Verenigd Koninkrijk, met inbegrip van de koloniën, werd tot aan de munthervorming van 1971 gewerkt met een twaalftallig stelsel voor de onderverdeling van de shilling in 12 pence.[1] Zo was een halve shilling 6 pence. Vandaar de muntstukjes van 3 en van 6 pence.

Overblijfselen[bewerken]

In het dagelijks leven zien we nog overblijfselen van het gebruik van dit talstelsel:

  • een dag of nacht bestaat uit 12 uren
  • een jaar heeft 12 maanden
  • de dierenriem kent 12 tekens
  • het woord dozijn (dat twaalf betekent) wordt met name in de handel veel gebruikt als eenheid, zo ook het woord gros (twaalf dozijn)
  • alle getallen tot en met 12 hebben 'eigen namen', vanaf 13 zijn de namen samengesteld (bijvoorbeeld 15: vijf-tien)
  • de twaalf punten in een augustijn, een typografische eenheid
  • bestek, borden, kop-en-schotels worden nog steeds per 12 (of per 6) aangeschaft

Goed deelbaar[bewerken]

Voor hoofdrekenaars en voor het verpakken van materialen is het twaalftallig stelsel ideaal, omdat het hogelijk samengesteld getal 12 deelbaar is door 2, 3, 4 en 6. Merk op dat 10 slechts deelbaar is door twee getallen, namelijk 2 en 5.

Zie ook[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Een shilling was 1/20 van een pond.