Decimaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met decimaal wordt in het decimale talstelsel elk van de cijfers achter de komma aangeduid. Daarnaast wordt de term decimaal bijvoeglijk gebruikt in de betekenis van 'tiendelig, of 'tientallig'. Het woord decimaal is afkomstig van het Latijnse decima, tiendelig, afgeleid van decem, tien.

Voorbeelden[bewerken]

  • Het getal 197,25 heeft twee decimalen, namelijk de cijfers 2 en 5 achter de komma.
  • Van het getal π = 3,141 592 ..., waarvan hier 6 decimalen staan, zijn inmiddels meer dan een miljoen decimalen bekend.

Decimaal, als aanduiding van nauwkeurigheid[bewerken]

Notatie getal Aantal
decimalen
nauwkeurig
China, India, VS, Japan 475.923 3
Vasteland van Europa 475,923 3
Wetenschappelijk 4,75923×10² 3

Uitsluitend in het tientallige stelsel wordt een komma als scheidingsteken gebruikt. Een getal met twee decimalen is ieder willekeurig getal waarbij twee cijfers achter de komma staan. Eventuele volgnullen veranderen de waarde van het getal niet (2,50 is evenveel als 2,5), maar het aantal decimalen is vaak wel een indicatie van de nauwkeurigheid van het getal, ofwel de mate van afronding.

Bij het uitwerken van natuurkundige formules wordt de uitkomst meestal afgerond op evenveel decimalen als het minst nauwkeurige getal dat gebruikt is. Als een lichaam vanuit rust gedurende 3,75 seconden eenparig versneld wordt met 9,8 m/s² dan is de snelheid van dat lichaam 36,8 m/s. Zuiver rekenkundig gezien is 3,75 × 9,8 = 36,75. Als de versnelling, net als de tijdsduur, met twee decimalen gegeven is (bijvoorbeeld 9,81 m/s²), dan wordt ook de uitkomst op twee decimalen afgerond (36,79).