Twan Tak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Antonius Quirinus Cornelis Tak (Luyksgestel, 25 december 1942) is een van de grondleggers van de Maastrichtse School en een van Nederlands meest vooraanstaande kenners van het bestuursprocesrecht. Hij is werkzaam als hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en als raadsheer bij de Centrale Raad van Beroep.

Twan Tak is een broer van Jan Tak, gemeenteraadslid namens de Socialistische Partij (SP) in Weert.

Kritiek op het bestuursprocesrecht[bewerken | brontekst bewerken]

Taks kritiek op het bestuursprocesrecht is dat de rechter zich te veel bezighoudt met formele aspecten, en niet met de materiële kant van het geschil. Dit ligt volgens Tak onder andere aan het feit dat in de Nederlandse Algemene wet bestuursrecht het besluit centraal staat, en niet bijvoorbeeld (de consequenties van) het overheidshandelen. Doordat de rechter geen doelmatigheidstoets van het aangevallen besluit mag en wil doen (omdat hij anders op de stoel van het bestuursorgaan gaat zitten), moet hij zich beperken tot een rechtmatigheidstoets. Bij het toewijzen van een klacht moet de rechter het aangevallen besluit geheel of gedeeltelijk vernietigen. Dit betekent dat ofwel de rechter, ofwel het bestuursorgaan een nieuw besluit zal moeten nemen, met alle gevolgen van dien voor derden die geen partij in het geschil zijn geweest.

Alternatief[bewerken | brontekst bewerken]

Taks oplossing houdt in het markeren van het zogenoemde moment-X waarin het proces de sfeer van het bestuur (en dus de doelmatigheidstoetsing) verlaat en terechtkomt in een gerechtelijke sfeer. Na het passeren van dit moment-X zou het object van het geschil niet meer het besluit moeten zijn, maar de gevolgen van dit besluit voor de klager. Als de klager in het gelijk wordt gesteld, zal dit meestal tot schadevergoeding leiden, aangezien het besluit in stand blijft en gewoon uitgevoerd kan worden.

Voordelen hiervan zijn:

  • snellere afhandeling van procedures
  • geen gevolgen voor derden die geen partij geweest zijn in het geschil
  • het wordt moeilijker om misbruik te maken van procesrecht met het doel om bepaalde procedures te vertragen (denk met name aan milieuzaken, bestemmingsplannen, bouwvergunningen etc.)
  • meer nadruk op inhoud, minder op formele aspecten
  • geen gevaar van doorbreking van de scheiding der machten.

Reactie van de politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Tak heeft deze kritiek in verschillende werken geuit. Na het verschijnen van Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk in 2002, waarin Tak forse kritiek uitte op het gebrek aan rechtsbescherming in het bestuursrecht, heeft het Tweede Kamerlid Jan de Wit (SP) hierover vragen gesteld aan de regering.

De reactie van premier Balkenende en de ministers Donner van Justitie en Remkes van Binnenlandse Zaken was: "Prof. dr. A. Tak geeft ook aan dat zijn oordeel is gebaseerd op impressies en niet is onderbouwd met sociaal-wetenschappelijk en/of bestuurskundig empirisch onderzoek."

Deze stelling is echter niet juist, omdat zij niet verwijst naar Het Nederlands bestuursprocesrecht, maar naar (enkele jaren ouder) tijdschriftartikel van Twan Tak, waarin deze inderdaad aangeeft zijn oordeel te baseren op impressies. Voor het tot stand komen van Het Nederlands bestuursprocesrecht heeft Tak juist wel voor de onderbouwing met empirisch onderzoek gezorgd.

Tak heeft hierop om opheldering gevraagd, maar deze niet gekregen. Tak voelde zich aangetast in zijn integriteit als wetenschapper en heeft daarom een klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman, die hem op 24 augustus 2004 in het gelijk stelde: "[dat] de mededeling dat professor Tak in zijn boek zelf heeft aangegeven dat zijn oordelen gebaseerd zijn op impressies en niet zijn onderbouwd met sociaal-wetenschappelijk en/of bestuurskundig onderzoek, feitelijk onjuist was en derhalve onvoldoende zorgvuldig".

Dit leidde op 14 oktober opnieuw tot Kamervragen van Jan de Wit aan de drie voornoemde bewindslieden:

Aanhalingsteken openen

1. Bevestigt u in uw antwoord op vraag 2 van mijn eerdere vragen 1) dat u geen excuses aanbiedt aan professor Tak voor uw – volgens de Nationale Ombudsman – «onjuiste en onbehoorlijke» mededeling dat de oordelen van professor Tak gebaseerd zijn op impressies en niet op sociaal-wetenschappelijk en/of bestuurskundig onderzoek?

2. Deelt u de mening dat, gezien de ernst van de door u gemaakte fout, een excuus aan professor Tak op zijn plaats is en dat «het oordeel van de Nationale ombudsman alsmede de aandacht in de media die dit heeft meegebracht», voor professor Tak geen afdoende genoegdoening is? Zo ja, bent u bereid om professor Tak excuus aan te bieden? Zo neen, waarom niet?

Aanhalingsteken sluiten

Het antwoord van Balkenende, Donner en Remkes was:

Aanhalingsteken openen

1. Antwoord Ja, al tekenen wij daarbij aan dat het oordeel van de Nationale ombudsman anders luidde dan in deze vraagstelling is verwoord. Dit oordeel luidde dat de mededeling dat professor Tak in zijn boek zelf heeft aangegeven dat zijn oordelen gebaseerd zijn op impressies en niet zijn onderbouwd met sociaal-wetenschappelijk en/of bestuurskundig onderzoek, feitelijk onjuist was en derhalve onvoldoende zorgvuldig.

2. Antwoord Nee, die mening delen wij niet, omdat wij, zoals wij bij de hier geciteerde beantwoording van de genoemde eerdere vragen al hebben gezegd, van mening zijn dat met het oordeel van de Nationale ombudsman, alsmede de aandacht in de media die dit heeft meegebracht, aan de heer Tak reeds genoegdoening is verschaft. Daaraan hebben wij niets toe te voegen.

Aanhalingsteken sluiten

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • Het huisrecht - Hoenderloo :s.n. 1973
  • Overheidsbestuur en privaatrecht - Samsom 1978
  • Bevoegdheidsafbakening van de AROB-rechter; kunstig of gekunsteld? - Kluwer 1984
  • Hoofdlijnen van het Nederlands administratief procesrecht, met J.B.J.M. ten Berge - W.E.J. Tjeenk Willink 1987
  • De Algemene wet bestuursrecht : het nieuwe bestuursprocesrecht - W.E.J. Tjeenk Willink 1992
  • Hoofdlijnen van het Nederlands bestuursprocesrecht - W.E.J. Tjeenk Willink 1995
  • De overheid in het burgerlijk recht - VUGA 1997
  • Spectraal recht? : de bevoegdheidsuitoefening door de overheid als rechtsfeit, met Linden, E.C.H.J. van der - Sdu Uitgevers 1998
  • De overheid in het maatschappelijk rechtsverkeer - SDU 1999
  • Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk - Sdu 2002

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Rapport Nationale Ombudsman, 2004/328, 24-8-2004
  • Observant 2 september 2004 "Ombudsman stelt Maastrichtse hoogleraar in het gelijk"
  • Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk, A.Q.C. Tak - Sdu 2002