Type C1-schip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Type C1-schepen waren kleine vrachtschepen die werden gebouwd voor de United States Maritime Commission voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. De C1-typen waren de kleinste van de drie originele ontwerpen van de Maritime Commission.

C1-A, C1-B[bewerken]

De scheepstypen C1-A en C1-B waren van een gelijk ontwerp. Beide typen werden gebouwd met ofwel een dieselmotor, ofwel een stoomturbine en hadden een topsnelheid van 14 knopen. Het belangrijkste verschil was dat de C1-A een shelterdekschip was, terwijl de C1-B een full scantling-schip was.

Alle schepen van het type C1-A werden gebouwd door Pennsylvania Shipyards, Inc. in Beaumont, Texas. De schepen van het type C1-B werden op zes verschillende werven gebouwd, de meerderheid daarvan bij Consolidated Steel Corporation in Wilmington, Californië. Met uitzondering van de schepen die voor specifieke lijndiensten werden gebouwd, kreeg de meerderheid van de C1-A's en C1-B's een naam die begon met Cape, zoals het SS Cape Hatteras.

Het subtype C1-S-AY1 — alle gebouwd bij Consolidated in Californië — was een aangepast ontwerp van het C1-A/C1-B-type voor gebruik als troepenschip door Groot-Brittannië. Deze schepen kregen alle namen beginnend met Empire, zoals het SS Empire Spearhead.

C1-M Type[bewerken]

De schepen van het type C1-M waren ontworpen voor kleinere afstanden, hetzij langs de kust, hetzij voor island hopping in de Grote Oceaan, en hadden een snelheid van 11 knopen.

Het subtype C1-M-AV1, een vrachtschip met stoomturbines, was het meest talrijk. Ongeveer 215 schepen van dit type werd op tien verschillende werven gebouwd. Consolidated Steel Corp., Ltd. in Wilmington, Californië bouwde de meeste schepen, ongeveer een kwart van het totaal. Deze schepen werden naar knopen (knot) vernoemd, zoals het SS Emerald Knot, of waren namen die begonnen met "Coastal", zoals het SS Coastal Ranger. Ongeveer 65 schepen van dit subtype werden voor de Amerikaanse marine gebouwd. Deze schepen werden over het algemeen naar counties in de VS vernoemd.

Van het subtype C1-ME-AV6 werd slechts één schip gebouwd, het SS Coastal Liberator. In plaats van een stoomturbine maakte dit schip gebruik van diesel-elektrische voortstuwing van 2200 pk. Vier schepen van het subtype C1-MT-BU1 werden gebouwd als houtschepen. Deze kregen een naam die bestond uit een combinatie van Amerikaanse staten en bomen, zoals het SS California Redwood.

Het laatste subtype, C1-M-AV8, had een verstelbare schroef. Oorspronkelijk was er maar één schip van dit type gepland, maar later werden vijf C1-M-AV1-schepen omgebouwd naar dit type voor Frankrijk.

Specificaties Type C1[bewerken]

Type C1-A
Shelterdek
C1-B
Full scantling
C1-M
Lengte over alles 125,6 m 127,3 m 103,2 m
Breedte op de spanten 18,3 m 18,3 m 15,2 m
Holte 11,4 m 11,4 m 8,8 m
Diepgang 7,2 m 8,4 m 5,5 m
Bruto tonnage 5028 6750 3805
Draagvermogen, stoom 6240 7815 N/A
Draagvermogen, diesel 6440 8015 5,032
Snelheid 14 knopen 14 knopen 11 knopen
Vermogen (pk) 4000 4000 1750

Aantallen Type C1[bewerken]

Type Aantal Benaming
C1-A 67 Cape-schepen, SS Cape Farewell
C1-B 95 ook Cape-schepen SS Cape Kumukaki
C1-S-AY1 13 Empire-schepen, SS Empire Spearhead
C1-M-AV1 217 Knot-schepen, SS Emerald Knot
Coastal schepen, SS Coastal Ranger
C1-MT-BU1 4 Tree-schepen, SS California Redwood
C1-ME-AV6 1 Slechts één, SS Coastal Liberator
C1-M-AV8 11 Oorspronkelijk Knot

Flying Enterprise[bewerken]

De Flying Enterprise is waarschijnlijk het meest bekende C1-schip. Tijdens een zware storm op 28-29 december 1951 maakte het vrachtschip zware slagzij naar bakboord. Er werd om hulp gevraagd en de kapitein Kurt Carlsen gaf al zijn bemanningsleden opdracht om van boord gaan. Hijzelf bleef alleen achter op het schip in de buurt van de radiokamer. Na dertien dagen, op 10 januari 1952 begon het vrachtschip nog gevaarlijker over te hellen, zodat Carlsen het schip ook moest verlaten. Het vrachtschip ging ten onder in zware zee, op 60 kilometer ten westen van Cornwall. Heel de wereld volgde destijds de avonturen van deze kapitein, die ondanks de zware omstandigheden aan boord bleef. Kapitein Carlsen werd als een held rondgevoerd in een open limousine tijdens een Ticker-tape Parade door de straten van New York City, onder gejuich van de vele toeschouwers.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referentie[bewerken]

  • Frederic C. Lane, Ships for Victory: A History of Shipbuilding under the U.S. Maritime Commission in World War II, 1951. Baltimore: Johns Hopkins University Press, 2001, ISBN 0-8018-6752-5