Van Lawick

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Van Lawick (ook: Van Lawick van Pabst) is een oud-adellijk geslacht uit de Over-Betuwe waarvan leden vanaf 1893 werden erkend te behoren tot de Nederlandse adel, allen met de titel van baron of barones.

Wapen Van der Lawick in het Wapenboek Gelre, folio 89, circa 1395-1402[1]

Geschiedenis[bewerken]

De stamreeks begint met Jorden van der Lawick, hertogelijk rentmeester die bekend zou zijn vanaf 1460. In de generaties na hem zijn verschillende afstammelingen lid van een ridderschap en bestuurder.[2] Bij K.B. d.d. 29 juli 1893, nr 44, werd Victor van Lawick erkend te behoren tot de Nederlandse adel; tussen 1893 en 1898 werden bij KB nog verschillende andere leden erkend te behoren tot de Nederlandse adel. In 1897 en 1898 werd voor alle dan levende, geadelde leden van de familie de titel van baron erkend. In 1990 en 1991 werden verschillende, tot dan toe niet geadelde leden van de oudste tak Van Lawick (van Pabst) erkend te behoren tot de Nederlandse adel, allen met de titel van baron of barones. De eerste van die tweede reeks adelserkenningen van leden van dit geslacht werd bij K.B. van 6 juni 1990 erkend; het betrof hier Willem Pieter van Lawick van Pabst (1926-2001).

Eerdere vermeldingen[bewerken]

Er zijn al eerdere vermeldingen van Van Lawick die reeds dateren uit de 14e eeuw; deze zijn echter niet opgenomen door de redactie van het Nederland's Adelsboek wegens onvoldoende betrouwbaarheid en/of onduidelijke of onbewezen filiatie met de eerstgenoemde stamvader Jorden van der Lawick. Henrik van der Lawyck is in 1344 gerichtsman in Overbetuwe; Gillis van Lawyk draagt in 1345 land onder Elst over aan het Clarissenklooster te Keulen (Klarissenkloster Sankt Clara), Hendrick van der Lauwyck wordt in 1361 vermeld als richter van Tieler- en Bommelerwaarden, Arnt van der Lawijc wordt vanaf 1362 vermeld als richter van Veluwe en raad van hertog Eduard van Gelre en Roloef van der Laewick is ambtman voor graaf Jan van Kleef (1364). Leden van de familie worden verder vermeld onder de ridders en knapen bij de huwelijksvoorwaarden van hertog Eduard van Gelre (1368), bij de verzoening met hertogin Mechteld van Gelre en Jan van Blois (1376) en bij de Landvrede (1377). Waarschijnlijk is de familienaam ontleent aan het goed Die Alde Lawick onder Elst. Dit is vermoedelijk hetzelfde goed dat later bekendstond als De Eshof, waarnaar de wijk Eshof in Elst is genoemd. Gelet op de gelijkheid in wapens is het denkbaar dat de familie van Lawick een jongere tak is uit het geslacht van de heren Van Homoet (uitgestorven 16e eeuw).

Vanaf de 14e eeuw ontstaan verschillende takken die later vrijwel alle uitsterven. Hiertoe behoren onder andere Arnt van der Lawick, ambtman van Overbetuwe, en zijn broer Albert, eerste kamerheer van hertog Karel van Gelre, beiden vurig aanhangers van deze beruchte hertog. Een tak die thans nog uitgebreid bloeit in België en Frankrijk, is vermoedelijk gesproten uit Willem van der Lawick, die rond 1472 met Adolf van Egmont, hertog van Gelre zou zijn meegetrokken naar Vlaanderen.

Een tak die vooral rondom Wageningen was gegoed, begint met Arnt van der Lawic die in 1404 richter is van Wageningen. Deze tak bezat daar ook het huis en goed De Lawick dat zijn naam heeft gegeven aan de Lawickse Allee in Wageningen. De Wageningse tak sterft in 1766 uit met Lydia Françoise van Lawick, vrouwe van Cortenberg. Uit haar huwelijk met Johan Anthony Edler von Pabst stamt het in de Nederlandse adel ingelijfde (1860) geslacht Van Pabst met een tak met de naam Van Lawick van Pabst.

Bewezen afstamming van het geslacht[bewerken]

De eerstbekende voorvader van de thans nog levende takken is Jorden van der Lawick, hertogelijk rentmeester van de landen van Buren en Beusichem in 1466. Uit hem was eind 18e eeuw nog slechts één stamhouder in leven, Nicolaas Carel van Lawick, heer van Ravenstein. Uit twee van diens zonen bij Maria van Reede van Oudtshoorn, lid van de familie Van Reede, stammen alle thans nog levende leden van de familie. De oudste van de twee, Pieter Herbert van Lawick, voegde om onbekende redenen de naam Van Pabst bij de zijne; deze tak Van Lawick van Pabst heeft dus geen relatie met de gelijknamige familie die stamt uit het geslacht Van Pabst. Nakomelingen van hem zijn in 1990 en 1991 erkend te behoren tot de Nederlandse adel. De nakomelingen van de jongste, Carel Barend van Lawick, werden tussen 1893 tot 1898 erkend met de titel baron(es).

Wapen[bewerken]

Het familiewapen van de familie Van Lawick is als volgt: In keel een geënte zilveren dwarsbalk (drie hele en twee halve entingen). De familie versiert het wapenschild met de volgende pronkstukken. Een halfaanziende helm; een ridderkroon; dekkleden:rood, gevoerd van zilver; helmteken: een uitkomende rode beer. Schildhouders: twee gouden leeuwen, rood getongd, de rechter aanziend. Het geheel geplaatst op een zwart voetstuk. De pronkstukken zijn geen deel van het wapen. Alle bekende zegels tot in de 16e eeuw hebben twee sterren in de schilhoeken. Dit is vermoedelijk een breuk ter onderscheid van het wapen Van Homoet. De leden van de thans nog levende tak voeren vanaf de 16e eeuw de sterren niet meer. De meeste leden van de Wageningse tak zijn de sterren in de schildhoeken blijven voeren, net als de Vlaamse tak. Het wapen komt voor in het Wapenboek Gelre.

Enkele telgen[bewerken]

Nicolaas Jurriaan van Lawick in de begrafenisstoet van Frederik Hendrik (1647)
Arend van Lawick (rond 1700)[3]
Pieter Herbert van Lawick van Pabst (rond 1820)
  • Nicolaas Carel van Lawick (1739-1811), heer van Ravenstein, schepen hoog gerecht van Deil
    • Pieter Herbert van Lawick van Pabst (1780-1846), o.a. resident van Batavia, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
      • Carel Nicolaas Herbertus van Lawick van Pabst (1814-1878), assistent-resident van Batavia, magistraat te Banda, notaris
        • dr. Marius Herbertus van Lawick van Pabst (1894-1960), geneesheer, overleefde als krijgsgevangene de torpedering van de Junyo Maru, een van de grootste scheepsrampen aller tijden, en de daarop volgende dwangarbeid aan de Pakanbaroe-spoorweg
          • Marius Herbertus baron van Lawick van Pabst (1925-2011) tandarts, een van de leden van het geslacht die vanaf 1990 erkend werden te behoren tot de Nederlandse adel met de titels van baron of barones
          • Willem Pieter baron van Lawick van Pabst (1926-2001), anesthesist, eerste van de leden van het geslacht die vanaf 1990 erkend werden te behoren tot de Nederlandse adel met de titels van baron of barones
    • Carel Barend van Lawick (1787-1823), tabakskoopman
      • Carel Nicolaas van Lawick (1812-1879)
        • Prosper Henri Julius baron van Lawick (1844-1901), een van de leden van het geslacht die vanaf 1893 erkend werden te behoren tot de Nederlandse adel; trouwde in 1872 Wilhelmina Marie Bernardine de Sturler de Frienisberg (1844-1927), lid van het geslacht De Sturler en dochter van Ludwig Alexander de Sturler de Frienisberg (1808-1851), 2e luitenant, en Gesina Rica Couperus (1822-1892), lid van de familie Couperus en tante van Louis Couperus
        • Herman Jacob baron van Lawick (1846-1909), steenfabrikant
          • Herman baron van Lawick (1887-1971), journalist
            • Herman baron van Lawick (1914), topambtenaar
              • Herman Jorden baron van Lawick (1954), zanger
        • jhr. mr. Hugo Gustav van Lawick (1847-1897), lid raad van justitie te Soerabaja; trouwde in 1879 Wilhelmina Petronella Nicolasina Schuurman (1855-1939), dochter van Willem Schuurman (1826-1917), kolonel der infanterie, en Maria Catharina Eleonora Riesz (1832-1908), de laatste een dochter van generaal Carel Jan Riesz en familielid van en goed bevriend met Louis Couperus

Bekende telgen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Nederland's Adelsboek 87 (1998), p. 103-137
  • Anrooy, W. van (1990) Spiegel van ridderschap. Heraut Gelre en zijn ereredes. (Prometheus Amsterdam)

Externe links[bewerken]

D'Ablaing van Giessenburg · Van Aerssen Beijeren · Alberda † · Van Alderwerelt † · Van Asbeck · D'Aulnis de Bourouill · Van Aylva · Van Balveren · Barbaix de Bonnines † · Baud · De Beijer † · Bentinck · De Bieberstein Rogalla Zawadsky · De Billehé de Valensart † · Van Boecop † · Van Boetzelaer · Van de Bogaerde · Du Bois † · Von dem Bongart · Van der Borch · Van Borssele · De Bounam de Ryckholt † · Van Brakell · Brantsen · Van Breinen I † · Van Breugel · Van Broeckhuysen † · Du Bus · Calkoen · Van der Capellen · De Casembroot † · Chassé † · Clifford † · Van Coeverden · Collot d'Escury · De Constant Rebecque · Coppin † · De Crassier · Creutz · Daelman · Dedel · Van Dedem · Van Delen † · Von Derfelden · Dibbets · Diert · Van Doorn I · Van Dopff † · Van Dorth tot Medler · Van der Duyn † · Van Eck · Van Erp · Fagel † · Van der Feltz · Forstner van Dambenoy † · Van Fridagh · Gansneb genaamd Tengnagel † · Van Geen · De Geer · Gericke · Von Geusau · Gevers · De Girard de Mielet van Coehoorn † · Van der Goes † · Van Goltstein † · De Graillet † · Groeninx van Zoelen · De Gijselaar † · Hacfort † · Van Haeften I † · Van Haersolte · Van Hall † · Van Hangest d'Yvoy · Van Hardenbroek · Van Haren † · Van Harinxma thoe Slooten · Van Heeckeren I · Van Heeckeren II (d'Anthès) · Van Heemstra · Van Heerdt · Van Heilmann van Stoutenburg † · Van der Heim † · Van Hemert tot Dingshof · Van Herzeele † · De Heusch · Van der Heyden · Van Hövell · Van Hogendorp · Hogguer † · Van Hugenpoth † · Huyssen van Kattendijke · Van Imhoff · Von Innhausen und Kniphausen † · D'Isendoorn à Blois † · Van Isselmuden · Van Ittersum · Van Keppel † · De Keverberg † · Kierck † · Van Knobelsdorff · De Kock · Krayenhoff · Van Laer † · De Lamberts de Cortenbach † · Lampsins † · Van Lamsweerde · Van Lawick · Lewe · De Liedel † · De Loë · Van Lynden · De Macar · Mackay · Von Maltzahn † · Van Massow † · De Meer d'Osen † · Melvill van Carnbee · De Mey † · Michiels · Mollerus · Mulert · Van Nagell · Nahuys · De Negri † · Nepveu † · Van Neukirchen genaamd Nyvenheim † · De Normal d'Audenhove † · Van Oldeneel tot Oldenzeel · D'Olne † · Van Omphal † · Van Pabst † · Van Pallandt · Van Panhuys · De Pélichy † · De Perponcher Sedlnitsky † · Van Plettenberg † · De Plevits · Du Pont † · De Posson † · Prissé · Von Quadt † · Quarles · Von Rade † · Van Raders · De Raet † · Van Randwijck · Van Reede · Rengers · Van Rhemen † · Von Riedesel d'Eisenbach † · Röell · Roest van Alkemade · De Rosen † · De Roye van Wichen / De Roy van Zuijdewijn † · Van Rijckevorsel · Von Saint-Remy † · De Salis † · Sandberg · Schimmelpenninck van der Oye · Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg · De Senarclens de Grancy † · Sirtema van Grovestins · Six · Slicher † · Van Slingelandt · Sloet · De Smeth · Snouckaert van Schauburg · Van Spaen † · Speyart van Woerden · Steengracht · Straalman † · Stratenus · Van Styrum · Sweerts de Landas · Van Sytzama Taets van Amerongen · Van Tengnagell † · Testa · De Thier † · Van Till · Tindal † · Des Tombes † · Torck † · Du Tour † · Travers † · De Trevey de Charmail † · Van Tuyll van Serooskerken · Van Utenhove · Van Verschuer · Verstolk · Van Voerst † · Van Voorst tot Voorst · De Vos van Steenwijk · Van Vredenburch † · De Warzée d'Hermalle † · Van Wassenaer · De Watteville · De Weichs de Wenne · Van Westerholt † · Van Westreenen van Tielandt † · Van Wevelinchoven de Sittert † · Van Wickevoort Crommelin † · Von Wydenbruck · De Wijkerslooth · De Wymar † · Van Wijnbergen · Wittert · Van Zuylen van Nievelt † · Van Zuylen van Nijevelt
Geslachten die tot de adel van het Koninkrijk der Nederlanden behoren of hebben behoord. Lijst volgens opgave van de Hoge Raad van Adel. †: Geslacht uitgestorven of titel vervallen.