Vardaroffensief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Het Vardaroffensief
Onderdeel van het Balkanfront in Eerste Wereldoorlog
Servische soldaten terug in Skopje
Servische soldaten terug in Skopje
Datum 14 – 29 September 1918
Locatie Macedonië en Albanië
Resultaat Bulgaarse capitulatie
Strijdende partijen
Vlag van Bulgarije Bulgarije
Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Vlag van Servië (1882-1918) Servië
Vlag van Frankrijk Frankrijk
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van Griekenland (1822-1978) Griekenland
Vlag van Italië (1861-1946) Italië
Leiders en commandanten
Vlag van Bulgarije Georgi Todorov
Vlag van Bulgarije Hristo Burmov
Vlag van Bulgarije Stefan Nerezov
Vlag van Bulgarije Ivan Lukov
Vlag van Bulgarije Stefan Toshev
Vlag van Duitse Keizerrijk Friedrich von Scholtz
Vlag van Duitse Keizerrijk Kuno von Steuben
Vlag van Servië (1882-1918) Petar Bojović
Vlag van Servië (1882-1918) Živojin Mišić
Vlag van Frankrijk Louis Franchet d'Esperey
Vlag van Griekenland (1822-1978) Panagiotis Danglis
Vlag van Verenigd Koninkrijk George Milne
Vlag van Italië (1861-1946) Ernesto Mombelli
Troepensterkte
Vlag van Bulgarije 550.000 man
Vlag van Duitse Keizerrijk 18.000 man
Vlag van Frankrijk 195.000 man
Vlag van Servië (1882-1918) 150.000 man
Vlag van Verenigd Koninkrijk 140.000 man
Vlag van Griekenland (1822-1978) 140.000 man
Vlag van Italië (1861-1946) 44.000 man
Verliezen
90.000 man gevangengenomen en 800 kanonnen in beslag genomen, andere verliezen onbekend 17.295 gedood, vermist of gewond
Portaal  Portaalicoon   Eerste Wereldoorlog

Het Vardaroffensief, dat plaatsvond van 14 tot 29 september 1918 was de laatste offensieve actie aan het Balkanfront in Macedonië tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Na lange voorbereidingen van de geallieerden in de Griekse stad Thessaloniki, kon het multinationale leger nog steeds niet de stad uit. Formeel was Griekenland nog neutraal en onder Bulgaarse en Duitse druk wilde de Griekse koning en het grootste deel van het volk deze neutraliteit niet opgeven. Uiteindelijk gaf de Griekse regering toe en gaf de toestemming om de stad te verlaten. Tijdens de slag om Dobro Pole werd de frontlijn van de Centralen doorbroken (14-15 september).

Na deze overwinning konden de geallieerden het zuiden van Servië bevrijden. Tijdens het offensief vielen de steden Demir Kapija, op 21 september, Prilep op de 23e, Kruševo op de 25e, Veles op de 26e en op 29 september viel Skopje. Het Duitse 11e Leger vluchtte naar het noordwesten, richting Tetovo, terwijl het Bulgaarse Eerste Leger terugviel op Sofia.

Dit offensief dwong de overgave van Bulgarije, dus was zeker een beslissende factor in de geallieerde overwinning op de Centrale Mogendheden.