Video nasty

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Video nasty is een term die in Groot-Brittannië in de jaren 80 werd gebruikt om gewelddadige films op videocassette mee aan te duiden. De term was onderdeel van het vertoog van een media-hype tegen gewelddadige films, met name Amerikaanse en Italiaanse horror-films. Deze hype resulteerde uiteindelijk in een verbod op enkele tientallen films, waaronder The Driller Killer en Cannibal Holocaust.

Oorsprong van de hype[bewerken]

De Britse audio-visuele media stonden traditioneel onder toezicht van de BBFC, de British Board of Film Censors (Britse Raad voor de Filmcensuur). Deze raad voorzag films en televisieprogramma's van een keuring, en had in extreme gevallen de bevoegdheid werken te verbieden.
De opkomst van de videorecorder eind jaren 70 was echter niet voorzien, en gaf video-importeurs de gelegenheid videobanden te verspreiden zonder keurmerk. Hierdoor konden buitenlandse horror - en exploitatiefilms worden geïmporteerd zonder de BBFC in kennis te stellen.

Dit fenomeen bleef enkele jaren onopgemerkt, tot in 1982 commotie ontstond over The Driller Killer -ironisch genoeg door toedoen van de distributeur, Vipco, zelf. Deze adverteerde in enkele bladen met de cover van deze film- waarin een menselijk hoofd wordt doorboord met een drilboor. Deze advertentie kreeg veel aandacht en zorgde voor tientallen klachten. Enkele maanden later vond een soortgelijk incident plaats met betrekking tot de film Cannibal Holocaust. De distributeur, Go Video, benaderde anoniem de activiste Mary Whitehouse. Whitehouse had al eerder bekendheid verworven door haar acties tegen wat zij zag als de verloedering van de media. Go Video rekende er op dat zij voor de nodige commotie, en daarmee gratis publiciteit, voor deze film kon zorgen.

Whitehouse begon inderdaad een campagne tegen de video nasty - de term is door haar geïntroduceerd. Zij kreeg hierbij steun van enkele invloedrijke kranten, zoals The Sunday Times en de Daily Mail. In diverse artikelen werd verslag gedaan van de effecten van gewelddadige video's op kinderen. Enkele criminelen waren bereid te verklaren dat zij tot hun handelen overgingen na het zien van gewelddadige video's- iets wat deze criminelen ook gebruikten als verweer in hun respectievelijke rechtszaken.[1]

Gevolgen[bewerken]

De Director of Public Prosecutions, DPP, publiceerde in juni 1983 een lijst van films die verboden zouden worden, en waarvan de makers zouden worden aangeklaagd. De verboden vonden plaats op basis van de Obscene Publications Act, een ouder wetsartikel dat voor deze gelegenheid uit de kast werd gehaald. De lijst werd iedere maand bijgewerkt. In totaal zouden 74 films op de lijst verschijnen. Van deze lijst werden 39 films uiteindelijk verboden; de andere 35 werden alsnog toegestaan.

In 1984 diende het conservatieve parlementslid Graham Bright een wetsvoorstel in waarin werd gesteld dat ook video's zouden moeten worden gekeurd door de BBFC. Deze wet werd aangenomen en in 1985 van kracht. Deze wet werd later geamendeerd om ook films op dvd en cd-rom van een keurmerk te voorzien.

De verboden films tegenwoordig[bewerken]

27 van de 39 verboden films zijn inmiddels weer toegestaan, vaak met enkele kleine bewerkingen. Twaalf ervan zijn nog steeds verboden. In de meeste gevallen is dit omdat er geen nieuwe keuring is aangevraagd. Uitzondering hierop is Love Camp 7, waarvoor in 2002 een herkeuring werd aangevraagd. Love Camp 7 werd hierop opnieuw verboden. Dit omdat de hele film volgens de BBFC is gebaseerd op de vermenging van seks en geweld, en dit niet op te lossen is door scènes te verwijderen.[2].

De "Video Nasty" lijst[bewerken]

Cursief tussen haakjes staan de originele titels.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties