Westland New Post

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Westland New Post (WNP) was een Belgische extreemrechtse en pseudomilitaire organisatie, actief vanaf 1979 of in ieder geval vanaf maart 1981, opgericht door Paul Latinus en leden van de als privémilitie verboden Front de la Jeunesse (FJ).

Ontstaan en doel[bewerken]

WNP zou de groepering zijn geweest van een harde kern afkomstig uit de in 1981 verboden en ontbonden Front de la Jeunesse. De stichter was Paul Latinus (14 januari 1950 - 24 april 1984), technisch ingenieur die nauwelijks vast werk had en vooral als tewerkgestelde werkloze aan de slag was. Hij beweerde voor bepaalde inlichtingendiensten te hebben gewerkt (Belgische en Amerikaanse) en onder meer in linkse verenigingen te zijn geïnfiltreerd.

WNP verdween in 1984, nadat de leider ervan, Paul Latinus, dood was aangetroffen en onder de overblijvende WNP-leden verdeeldheid ontstond.

Het doel van WNP zou geweest zijn communistische infiltratie, meer bepaald van de KGB, binnen officiële instanties (leger, staatsveiligheid) te bestrijden. De groep telde slechts tien à vijftien leden, onder wie Marcel Barbier en Michel Libert, twee gewezen beroepsmilitairen. Een ander lid was Eric Lammers, student aan de militaire school, die later ter dood zou veroordeeld worden voor de moord op twee diamantairs in Antwerpen. Nog anderen die als beklaagden verschenen bij het proces tegen WNP in 1988 waren Frédéric Saucez, Jean-Bernard Peche, Francine Vandenborre, Françoise Durvin, Philippe Vanden Herreweghen en Marc De Jode. Ze werden vrijgesproken van bendevorming op grond van de verjaring. Ze waren allen militairen of ex-militairen en verschenen in oktober 1990 opnieuw voor het gerecht, ditmaal voor de Krijgsraad, vanwege de diefstal van militaire documenten, wat gelijkstond met hoogverraad. Ook voor deze beschuldiging beslisten de rechters dat de verjaring was ingetreden.

Moorden in de Herdersliedstraat[bewerken]

Marcel Barbier werd op 17 augustus 1983 gearresteerd omwille van een straatruzie waarbij hij een wapen had gebruikt. Er werd een huiszoeking verricht op zijn woonadres in Sint-Gillis, waar ook Michel Libert bleek te wonen. Men vond er, naast wapens, ook allerhande documenten die onder meer afkomstig waren uit het NAVO-hoofdkwartier in Haren.

Een van de gevolgen was dat een dubbele moord gepleegd op 18 februari 1982, kon worden opgelost. Een van de slachtoffers was Alphonse Vandermeulen, de ex-man van Barbiers vriendin. Wat gewoon een afrekening onder rivalen bleek te zijn, werd door sommigen voorgesteld als een politiek geïnspireerde moordpartij. Barbier werd in mei 1987 door het Assisenhof van Brabant veroordeeld tot levenslange hechtenis voor de dubbele moord. Zijn kompaan en medeverdachte Eric Lammers had een sluitend alibi en werd vrijgesproken.

Christian Elnikoff, een ander lid van WNP, verklaarde in 1989, vooraleer een mislukte poging tot zelfmoord te ondernemen, dat hij het was, en niet Barbier, die op bevel van Latinus de dubbele moord had gepleegd 'omdat het vijanden waren'.

Activiteiten WNP[bewerken]

De huiszoeking van 1983 liet de tot dan praktisch onbekende WNP door de gerechtelijke diensten beter kennen. Het bleek dat via een paar lagere personeelsleden bij de NAVO allerhande documenten, onder meer telexberichten, werden meegenomen. Het was niet a priori duidelijk of ze belang hadden. Volgens de verklaring van de WNP-leden hadden ze willen aantonen dat de beveiliging bij de NAVO zeer onvoldoende was.

Vervolgens bleek dat een commissaris van de Belgische Staatsveiligheid aan leden van WNP cursussen had gegeven over het organiseren van een geheime fichier en het schaduwen van personen. De uitleg was naderhand dat de commissaris op die manier WNP penetreerde en informatie kon verzamelen. Dat de kranten vanaf de herfst 1983 uitgebreid over deze organisatie kon berichten, betekende ook in de praktijk de werking ervan.

Latinus' dood[bewerken]

In de avond van 24 april 1984 vond de Belgische politie het lichaam van Paul Latinus - na de melding en in het huis van zijn vriendin - in Court-Saint-Étienne. Hij lag op de vloer van de kelder met sporen van wurging op de hals, maar zonder andere tekens van geweld. Ook vonden ze een telefoonkabel die was afgesneden. Latinus' vriendin vertelde dat ze hem die avond opgehangen had aangetroffen, en de kabel had losgesneden. Er is later veel gespeculeerd over de mogelijkheid dat hij was vermoord.

De volgende dag beval een onderzoeksrechter een huiszoeking in verband met de hierboven vermelde moord. Latinus' vriendin werd ondervraagd en wist te vertellen dat hij een dossier bezat met de naam Pinon. Dit dossier zou informatie hebben bevat over de Roze Balletten, hetzij seks- en drugsfeesten met hooggeplaatste personen en minderjarigen. Het dossier zelf had ze verbrand, maar ze had het wel getoond aan een 'vriend van de familie' die was verhuisd naar Spanje. Deze persoon werd nooit ondervraagd.

Het Dossier Pinon ging over vermeende gebeurtenissen rond dokter André Pinon. Deze huwde in 1970 met Josianne Jeuniau. In het kader van een echtscheidingsprocedure schakelde hij een privédetective in om zijn vrouw te volgen. Die zou hebben vastgesteld dat zij regelmatig deelnam aan seksfuiven.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Belgische Senaat, Parlementaire onderzoekscommissie privé-milities, 1981
  • Walter DE BOCK, e.a., Extreem-rechts en de Staat, EPO, Berchem, 1981
  • René HAQUIN, Operatie Staatsveiligheid. De Staatsveiligheid en de WNP' , EPO, Berchem, 1984
  • Jeroen WILS, De weg naar de wanorde, Van Halewyck, Leuven, 1996
  • Hugo GIJSELS, L’enquête – Vingt années de déstabilisation en Belgique, éditions de la Longue Vue, Bruxelles, traduit du néerlandais, 1990
  • Philippe BREWAEYS & Jean-Frédérick DELIÈGE, De Bonvoisin et Cie - De Liège à Bruxelles, les prédateurs et l’Etat, éditions EPO, Anvers-Bruxelles, 1992
  • Christian CARPENTIER & Frederic MOSER, La Sûreté de l'Etat - Histoire d'une déstabilisation, Quorum, Gerpinnes, 1993
  • Victor MASSART, Les dés étaient pipés - Conspirations à la Sûreté de l'Etat, Quorum, Ottignies LLN, 1997
  • Claude MONIQUET, Les Dossiers noirs de la Belgique, éditions Michel Lafon, Neuilly-sur-Seine, 1999
  • Dirk BARREZ, Le pays des 1000 scandales - Un quart de siècle d'affaires en Belgique, Quorum, Gerpinnes, 1998

Externe link[bewerken]