Wet bodembescherming

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Wet bodembescherming (Wbb) bevat de voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod.

De wet heeft alleen betrekking op landbodems. Waterbodems vallen onder de op 22 december 2009 in werking getreden Waterwet.

Geschiedenis van de wet[bewerken | brontekst bewerken]

Onder andere naar aanleiding van een aantal gifschandalen eind jaren 1970, begin jaren 1980, waaronder de Volgermeerpolder en Lekkerkerk, is op 1 januari 1987 de Wet bodembescherming in werking getreden. Sindsdien zijn een groot aantal kleinere en grotere wetswijzigingen doorgevoerd.

Op 1 januari 1995 is een regeling voor de sanering van de bodem opgenomen en is de Interimwet bodemsanering, waar de regeling in was opgenomen, vervallen. Op 15 april 1997 is een regeling omtrent de sanering van waterbodems in werking getreden. Ten slotte is op 1 januari 2006 een wijziging van de regelgeving omtrent bodemsanering in werking getreden waardoor functiegericht saneren de standaard saneringsmethode wordt.

Opbouw van de wet[bewerken | brontekst bewerken]

De wet bestaat uit een tweetal regelingen:

  1. Een regeling voor de bescherming van de bodem, met daarin opgenomen de plicht voor veroorzakers alles wat zij toegevoegd hebben aan verontreiniging te verwijderen;
  2. Een regeling voor de aanpak van overige bodemverontreiniging op land.

Verder bevat de wet een uitgebreid financieel hoofdstuk. De belangrijkste punten uit de wet zijn saneringen en bescherming van de bodem

Bescherming van de bodem[bewerken | brontekst bewerken]

De belangrijkste basis vormt het 'zorgplicht'-artikel 13:

Aanhalingsteken openen

Ieder die op of in de bodem handelingen verricht (...) en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zo veel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen.

Aanhalingsteken sluiten

Voor deze gevallen hoeft geen saneringsonderzoek gedaan te worden of een saneringsplan geschreven te worden. Het volstaat het geval te melden bij het bevoegd gezag en een 'plan van aanpak' te overleggen.

Sanering[bewerken | brontekst bewerken]

Voor verontreingingen die niet onder artikel 13 Wbb moeten worden opgeruimd (gevallen ontstaan vóór 1987 waarbij de veroorzaker wordt aangesproken), is een regeling opgenomen die handelingen met die grond verbiedt tenzij daar vooraf instemming over is gekregen van het bevoegd gezag. Daarbij wordt de feitelijke situatie vastgelegd in een beschikking ernst en urgentie. Indien wordt overgegaan tot grondverzet of bodemsanering moet bij gevallen van ernstige bodemverontreiniging (zijnde meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater verontreinigd boven de interventiewaarde) een saneringsplan worden ingediend.

BUS staat voor Besluit van 1 februari 2006, houdende regels voor uniforme saneringen (Besluit uniforme saneringen).

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]