Wet van Lambert-Beer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel behandelt de Wet van Lambert-Beer over de concentratieafhankelijke absorptie van licht.
Voor de hoekafhankelijkeid van de verstrooiing (ook wel de cosinuswet van Lambert genoemd), zie Wet van Lambert.

De wet van Lambert-Beer relateert de absorptie van licht aan de eigenschappen van het materiaal waar het licht doorheen reist. Deze natuurwet werd door August Beer in 1852 geformuleerd en is ook gebaseerd op het werk van Johann Heinrich Lambert (1728-1777). Hierbij is er een verschil in meting tussen de absorptie en de extinctie. Extinctie is een mate van transmissie, ofwel wanneer de extinctie of de intensiteit van de meetapparatuur 0% aangeeft, zal er geen licht tegengehouden worden. De extinctie is direct proportionaal aan de concentratie van de stof in je cuvet. Bij absorptie spreek je vanuit de stof, hierbij geef je een fractie aan waar de stof het licht mee opneemt. Bij een fractie van 0.80 absorbeert de stof 80% van het verzonden licht, in vergelijking tot de blanco.

Een cuvet met absorberende oplossing

Formules[bewerken]

Wanneer een lichtbundel met een zekere intensiteit () door een absorberend materiaal valt, zal de bundel bij het verlaten van het materiaal een lagere intensiteit () hebben. Een deel van de bundel wordt namelijk geabsorbeerd. De extinctie (ook: absorbantie) hangt af van de absorberende stof in het materiaal maar ook van de molaire concentratie () van die absorberende stof en dikte () van het materiaal. Deze relatie wordt beschreven door de wet van Lambert-Beer:

of:

Daarbij is de extinctie van het materiaal en de extinctiecoëfficiënt. Deze extinctiecoëfficiënt is een eigenschap van de absorberende stof zelf.

Afleiding[bewerken]

De essentie van de wet van Lambert-Beer is de exponentiële afhankelijkheid van de concentratie en van de dikte van het materiaal. Dit is te begrijpen door het materiaal in gedachten op te bouwen uit een aantal lagen van dikte . Wanneer de eerste laag een fractie T doorlaat zal de volgende laag van deze fractie weer een fractie T doorlaten. Na twee lagen is dus nog een fractie van het licht over. Dit gaat zo door. Na n lagen is nog een fractie over. De doorgelaten intensiteit neemt dus exponentieel af met het aantal lagen.

Wanneer de lagen dun genoeg zijn is de absorptie evenredig met de concentratie en de dikte van de laag: . Dan wordt de absorptie: = = = . Met .

Moleculaire betekenis[bewerken]

De macroscopische waarneming dat het licht geabsorbeerd wordt, wordt veroorzaakt door interactie van het licht met elektronen in moleculen. Men kan zich een molecule indenken als een bol die binnen een zeker straal al het licht absorbeert. Vooral organische moleculen met lange ketens van onverzadigde verbindingen vertonen sterke absorptie in het UV-VIS-gebied.