Wulverghem-Lindenhoek Road Military Cemetery

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wulverghem-Lindenhoek Road Military Cemetery
Overzicht
Overzicht
Bouwjaar 1914
Locatie Wulvergem, Vlag van België België
Totaal aantal slachtoffers 1.010
Ongeïdentificeerde slachtoffers 352
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission
Ontwerper Charles Holden

Wulverghem-Lindenhoek Road Military Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in het Belgisch dorp Wulvergem, een deelgemeente van Heuvelland. De begraafplaats ligt een kilometer ten noordwesten van het dorpscentrum en heeft een oppervlakte van 3.998 m². Ze werd ontworpen door Charles Holden en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Vlak bij de toegang staat een schuilgebouw en de Stone of Remembrance. Aan de zuidoostzijde staat het Cross of Sacrifice.

Er worden 1.010 doden herdacht, waarvan 352 niet geïdentificeerd konden worden.

Geschiedenis[bewerken]

Reeds in december 1914 werd door enkele bataljons van de 5th Division gestart met de aanleg van deze begraafplaats die oorspronkelijk Wulverghem Dressing Station Cemetery werd genoemd. Men bleef deze gebruiken tot juni 1917. In september en oktober van 1918 werd de begraafplaats opnieuw gebruikt. Op het eind van de oorlog telde men hier 162 graven. De begraafplaats werd daarna uitgebreid met graven die werden samengebracht uit de slagvelden in de omgeving. Ook een aantal kleine begraafplaatsen werden ontruimd en naar hier overgebracht, namelijk Auckland Cemetery en Cornwall Cemetery in Mesen, Neuve-Eglise North Cemetery en Neuve-Eglise Railway Halte (or Railway Siding) Cemetery in Nieuwkerke en Frenchman's Farm in Wulvergem. Deze graven dateren uit een periode die bijna de hele oorlog omvat, maar vooral uit april 1918 (verdediging van Kemmel tijdens het Duitse lenteoffensief) en september 1918 (eindoffensief).

Bij de 1.010 slachtoffers die er nu begraven liggen zijn er 843 Britten (waarvan 332 niet geïdentificeerde), 35 Australiërs (waarvan 5 niet geïdentificeerde), 54 Canadezen (waarvan 2 niet geïdentificeerde), 69 Nieuw-Zeelanders (waarvan 5 niet geïdentificeerde) en 9 Zuid-Afrikanen (waarvan 8 niet geïdentificeerde). Zeven slachtoffers van wie de graven vernield werden, worden herdacht met een zogenaamde Duhallow Block[1]. Twee andere slachtoffers waarvan aangenomen wordt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden worden herdacht met Special Memorials.[2]

De begraafplaats werd in 2009 als monument beschermd.[3]

Onderscheiden militairen[bewerken]

  • S.P.J. Macdonald, kapitein bij het Worcestershire Regiment; Alan Hurst Preston, luitenant bij het New Zealand Machine Gun Corps en John Cecil Drury Reid, luitenant bij de Australian Pioneers werden onderscheiden met het Military Cross (MC).
  • Laurence Elliot Booth, majoor bij de Royal Field Artillery ontving het Military Cross tweemaal (MC and Bar).
  • sergeant-majoor Sidney Charles Searles, de sergeanten A. Goodey, W.O. Miller en John Walter Wise werden onderscheiden met de Distinguished Conduct Medal (DCM).
  • er zijn nog 12 militairen die de Military Medal (MM) ontvingen

Externe links[bewerken]