Yuga

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verdeling van Yuga's

Yuga's zijn volgens de hindoe-filosofie de vier tijdperken waarin de evolutie van het leven verdeeld is:

  1. satya yuga of krita yuga
  2. treta yuga
  3. dwapara yuga
  4. kali yuga

De wereld verkeert in een ononderbroken cyclus van deze tijdperken. Elke opgaande fase in de cyclus van kali yuga tot satya yuga wordt gevolgd door een neergaande fase terug naar kali yuga. Een andere theorie is dat de wereld aan het einde van een neergaande kali yuga terug zal keren naar satya yuga en vervolgens opnieuw aan een neergang zal beginnen. De vier yuga's tezamen worden een mahayuga (grote yuga) genoemd.

De neergang van satya naar kali wordt geassocieerd met een steeds verdergaande achteruitgang van dharma (oprechtheid). Elke yuga heeft dan ook zijn eigen dharma, de yugadharma, die zich uit als een afname van de menselijke levensduur en van de kwaliteit van morele normen. De satya yuga is de meest perfecte yuga, waarin de mens wordt geregeerd door de goden en waarin iedereen zich houdt aan de dharma. Er was hier nog geen onderscheid tussen de mensen en er was dan ook maar een varna en een asrama. Aan het begin van treta yuga worden de vier varna's en asrama's geschapen. In de treta yuga was er nog slechts een Veda, waarna er in de dwapara yuga een onderverdeling in vieren kwam.

Satya yuga duurt 1.728.000 jaar. Dharma, gevisualiseerd als heilige koe, staat op al haar vier poten gedurende deze periode. Later in de treta yuga drie, nog later twee in het dwapara yuga. Heden, in het immorele, egoïstische tijdperk kali yuga staat het slechts op één been.

Tempels, oorlogen en geschriften zijn kenmerken van dwapara en kali. In de hogere tijdperken treta en satya is schrijven onnodig omdat mensen direct door middel van gedachten communiceren. Tempels zijn onnodig omdat mensen God als alom aanwezig ervaren. Oorlogen zijn schaars maar komen nog wel voor. Een van deze oorlogen wordt beschreven in de Ramayana.

Nadat 71 cyli van mahayuga's zijn voltooid, volgt een periode die nog eens zo lang duurt: pralaya, naar laya (ontbinding). In het pralaya komt de wereld onder water te staan. Dan heerst de eenheid Shiva en Kali als een vlam in het water. Dit kan men symbolisch duiden, het vuur als bewustzijn en het water als ongedifferentieerde energie. Daarna begint de cyclus opnieuw: deze cyclus heet manvantara, naar Manu. Manu beheerst deze periode en staat model voor alle menselijke wezens die dan vanuit dierlijkheid tot volmaking, halfgoden kunnen komen.

De meest gewaardeerde deugden tijdens de yugas zijn:

  1. satya yuga, dhyana (meditatie)
  2. treta yuga, yajna (opoffering)
  3. dwapara yuga, archana (verering)
  4. kali yuga, daana (aalmoezen)

In de traditionele tijdsduur van de yugas komt een jaar van de halfgoden overeen met 360 jaar volgens de menselijke tijdsrekening. Eerst de tijdsduur voor de halfgoden, tussen haakjes de menselijke jaren.

  1. satya yuga, 4800 jaar (1.728.000 jaar)
  2. treta yuga, 3600 jaar (1.296.000 jaar)
  3. dwapara yuga, 2400 jaar (864.000 jaar)
  4. kali yuga, 1200 jaar (432.000 jaar)