Varna (kaste)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De vier varna's van het hindoeïstische kastenstelsel.

De varna's zijn vier sociaal-maatschappelijke groepen in het Indiase kastenstelsel: de brahmanen, de kshattriya's, de vaishya's en de shudra's. Over het algemeen is het niet mogelijk om vanuit de varna waarin iemand is over te gaan naar een andere. De vier varna's geven aan welke beroepen een persoon mag uitoefenen: de brahmanen vormen de priesterkaste, de kshattriya's de krijger- en heerserskaste, de vaishya's de kaste van handelaren en grondeigenaren en de shudra's de boeren. In het hindoeïsme leeft elke kaste volgens zijn eigen sociale en religieuze voorschriften. Grofweg kunnen de varna's als hoofdkasten gezien worden, terwijl de jati's sub-kasten zijn, maar in de praktijk zijn hier veel uitzonderingen op. Personen die niet in een varna geboren worden, zijn kastelozen of dalits en vormen de onderste trede in de traditionele hiërarchie van de Indiase maatschappij.

Traditioneel-maatschappelijke rol[bewerken | brontekst bewerken]

De vier varna's zijn:

  1. De brahmanen die traditioneel de rol van priesters of leraren werd toegewezen.
  2. De kshattriya's die traditioneel de rol van beschermers, krijgers, en heersers werd toegewezen.
  3. De vaishya's die de rol van ambachtslieden, boeren en andere voedselvoorzieners werd toegewezen.
  4. De shudra's die de rol van werkers en dienaren werd toegewezen.

Migranten van buiten India en de Adivasi, volkeren die in stamverband in de wildernis buiten de culturele centra leefden en leven, vielen buiten deze vier kasten. Zij zijn kastelozen of dalits. Kastelozen werden en worden door traditioneel ingestelde hindoes nog steeds als onrein gezien. Traditionele religieuze voorschriften verbieden kastelozen deelname aan veel aspecten van het openbare leven. Sinds de Britse kolonisatie en Indische onafhankelijkheid is veel gedaan om de positie van de kastelozen te verbeteren en hun discriminatie en uitsluiting tegen te gaan.

Vedische periode[bewerken | brontekst bewerken]

De vier hoofdkasten ontstonden geleidelijk tijdens de Vedische tijd (1500 v.Chr. tot 500 v.Chr.). De Veda's noemen een onderscheid tussen de arya varna en de darya varna. Varna betekent kleur en het zou er op kunnen wijzen dat deze twee varna's respectievelijk verwijzen naar de donkerhuidige Dravidiërs en de lichtkleurige Ariërs.

Iemands varna had echter niet altijd te maken met huidskleur of etnische afkomst. Dravidiërs konden ook deel uitmaken van de arya varna en omgekeerd.

In een later stadium evolueerden de vier klassieke varna's. Door het systeem van varna's en jati's ontstond een kluwen van kasten waardoor beroepsgroepen, sub-groepen en sub-sub-kasten ontstonden.