Naar inhoud springen

Zwartkeeldiksnavelmees

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Zwartkeeldiksnavelmees
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2024)
Zwartkeeldiksnavelmees
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Passeriformes (Zangvogels)
Familie:Paradoxornithidae
Geslacht:Paradoxornis
Soort
Paradoxornis flavirostris
Gould, 1836
Zwartkeeldiksnavelmees
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Zwartkeeldiksnavelmees op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De zwartkeeldiksnavelmees (Paradoxornis flavirostris) is een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).

De zwartkeeldiksnavelmees is een vrij forse diksnavelmees met een opvallende zware, gele snavel en een zwarte keel- en borstvlek waaraan de soort haar Nederlandse en Engelse naam ontleent. Het verenkleed is verder voornamelijk warmbruin. De soort wordt meestal in kleine groepjes aangetroffen, behalve tijdens het broedseizoen.[2]

Verspreiding en leefgebied

[bewerken | brontekst bewerken]

De zwartkeeldiksnavelmees is vrijwel endemisch in het noordoosten van India. Recente waarnemingen komen van slechts vijf gescheiden locaties: Manas National Park, Kaziranga National Park, het Loktakmeer in Manipur (vooral Keibul Lamjao National Park), het Dibru-Saikhowa-complex in Assam en aangrenzende moerasgebieden in Arunachal Pradesh, zoals het D'Ering Memorial Wildlife Sanctuary. Het bolwerk van de soort ligt rond Tinsukia. Vroeger kwam de vogel veel wijder verspreid voor in noordelijk India en zuidelijk Bangladesh. De soort bewoont dichte rietvelden en hoge grasvegetatie (vooral met Phragmites karka en Arundo donax) op natte ondergrond langs rivieruiterwaarden, tegenwoordig vrijwel uitsluitend in het laagland (tot circa 150 m boven zeeniveau).[2]

Voedsel en voortplanting

[bewerken | brontekst bewerken]

De vogel leeft in kleine groepjes en is hoofdzakelijk standvogel; er zijn aanwijzingen dat hij lokale verplaatsingen maakt in reactie op het natte seizoen. Het broedseizoen valt tussen april en juli.[2]

Het verspreidingsgebied is klein (geschatte area of occupancy van ongeveer 500 km²) en versnipperd over slechts 5 tot 20 locaties. De populatie werd in 2023 geschat op 1500 tot 4000 volwassen vogels en neemt af. De belangrijkste bedreigingen zijn habitatverlies en -aantasting door uitbreiding van landbouw (vooral rijst, mosterd en theeplantages), illegale begrazing, het oogsten van gras voor dakbedekking en een ongeschikt beheer van grasland binnen beschermde gebieden. Extreme overstromingen van de Brahmaputra en damconstructie in de uitlopers van Arunachal Pradesh worden eveneens als bedreigingen genoemd. Op de Rode Lijst van de IUCN heeft de soort daarom de status kwetsbaar.[1][2]