30 km/h-zone

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verkeersbord 30 km/h-zone (Nederland)
Verkeersbord zone 30 (België)
Een grote aanduiding op het wegdek bij nadering van een 30-kilometerzone.

Een 30 km/h-zone (Nederland) of een zone 30 (België) is een gebied waar de maximumsnelheid op 30 kilometer per uur is vastgesteld, doorgaans toegepast op erftoegangswegen en in de buurt van scholen. De voornaamste reden om tot aanleg van een 30 km/h-zone over te gaan is een verbetering van de verkeersveiligheid in verblijfsgebieden.

In het kader van het programma duurzaam veilig werkt de Nederlandse overheid sinds 1997 aan een forse uitbreiding van het aantal 30km-zones. In principe zouden alle erftoegangswegen binnen de bebouwde kom deel moeten gaan uitmaken van een 30km-zone.

Inrichting[bewerken]

Er bestaan geen standaardvoorschriften voor het inrichten van een 30km/h-zone. Er zijn echter wel bepaalde maatregelen en richtlijnen:

Verkeershandhaving in verblijfsgebieden heeft een lage prioriteit waardoor verkeersregels wat betreft snelheid al snel niet nageleefd worden. Snelheidsbeperkende maatregelen zijn echter meestal niet geliefd bij de weggebruiker. Daarom is het beter om bij de aanleg van een woonwijk al rekening te houden met de 30 km/h-zone door de erftoegangswegen zodanig in te richten dat er niet snel kan worden gereden. Dit kan door bijvoorbeeld relatief veel bochten in het wegontwerp toe te passen. Hierdoor wordt de weggebruiker gedwongen zijn snelheid te matigen zonder gehinderd te worden door allerlei obstakels.

Voordelen van 30 km/h-zone[bewerken]

Binnen de bebouwde kom rijden allerlei langzame en snelle voertuigen, die door hun verschillende snelheden onveilige verkeerssituaties (waaronder dodelijke ongevallen) veroorzaken. Met de invoering van een 30km-zone wordt geprobeerd de veiligheid te vergroten:

  • Het snelheidsverschil tussen langzaam en snel verkeer neemt af.
  • Auto's die 30 km/h rijden hebben een kortere remweg dan auto's die 50 km/h rijden.

Als men 30 km/h rijdt is de kans op overlijden bij een botsing tussen de 5-10%, bij 50 km/h bedraagt het ongeveer 50%.[bron?]

De kans op een ongeval met dodelijke afloop neemt exponentieel toe met de snelheid. Een zwakke weggebruiker, zoals een voetganger of een fietser, heeft bij een ongeval met een auto die 30 km/h rijdt een aanzienlijk grotere overlevingskans dan wanneer deze auto 50 km/h rijdt. Uit onderzoek blijkt dat als de snelheid van een 50 km/h-weg wordt terug gebracht naar 30 km/h het aantal letselongevallen met 25% daalt.[1]

Naast een verbeterde verkeersveiligheid heeft het aanbrengen van 30 km/h-zones nog een aantal voordelen:

  • Sluiproutes door woonwijken worden onaantrekkelijker door verkeersremmende maatregelen. De belevingswaarde (kwaliteit) van de omgeving verbetert. Dit komt door onder andere minder geluidsoverlast door auto's.
  • Een 30 km/h-zone heeft ook effect op de keuze van het vervoermiddel. Fietsen wordt bijvoorbeeld aantrekkelijker.
  • Een 30km-zone is milieuvriendelijker doordat auto's er dankzij hun lagere snelheid minder fijnstof uitstoten.
  • Hoe hoger de snelheid van een voertuig, hoe meer lawaai het produceert met zijn motor, door de rijwind en door het contactgeluid van de banden op het wegdek. Een lagere snelheid gaat logischerwijs gepaard met minder geluidsoverlast.

Nadelen van 30 km/h-zone[bewerken]

De inrichting van een 30 km/h-zone zal de doorstroming van het gemotoriseerd wegverkeer in een gebied wellicht negatief beïnvloeden. Men moet immers langzamer rijden en wordt in sommige gebieden, afhankelijk van de uitvoering van de 30 km/h-zone, geconfronteerd met allerlei obstakels. Hierdoor kan het gebied slechter bereikbaar worden. Bij de keuze voor inrichting van een 30 km/h-zone moet men zich dan ook goed realiseren wie van de weg gebruik maakt. Een eventuele (wijk)winkel moet bijvoorbeeld wel nog gewoon bevoorraad kunnen worden. Ook voor de hulpdiensten moet het gebied goed toegankelijk blijven zodat zij binnen de gestelde aanrijtijd op hun bestemming geraken.

Waarom 30 ?[bewerken]

De keuze voor 30 km/h komt voort uit het feit dat in Nederland binnen de bebouwde kom oneven snelheidslimieten gelden (30/50(/70) km/h). Buiten de bebouwde kom gelden daarentegen even snelheden (60/80/100), maar sinds 2013 ook een oneven snelheid (130). Een snelheidslimiet van 10 km/h (stapvoets) wordt door de weggebruiker op een erftoegangsweg als te langzaam ervaren. Als de keuze gemaakt moet worden tussen 10 km/h en 50 km/h vormt 30 km/h een middenweg. Het merendeel van de buurtbewoners (85%) vindt een snelheidslimiet van 30 km/h juist [2]. In Nederland is ongeveer 35.000 km weg ingedeeld als 30 km/h-weg[3].

Bronnen en noten
  1. SWOV, 2009
  2. CROW, 2008
  3. SWOV, 2009