Actio pauliana

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De actio pauliana (pauliaanse vordering) is de bevoegdheid om op te komen tegen rechtshandelingen van een debiteur waardoor zijn schuldeisers worden benadeeld. Het gaat bijvoorbeeld om situaties waarin de debiteur (in het zicht van een faillissement) zijn bezittingen voor een zeer laag bedrag heeft verkocht, waardoor schuldeisers geen verhaal meer kunnen halen op die bezittingen.

De actio pauliana heeft zijn oorsprong in het Romeins recht. [1]
Hieronder wordt kort de actio pauliana in het romeinse recht en vervolgens onder Nederlands recht en onder Belgisch recht besproken.

Romeins recht[bewerken]

De actio pauliana uit het Romeinse privaatrecht vindt men in de Digesten van Justinianus (D. 22, 1, 38, 4) en is een samensmelting van de eerdere bevoegdheid van de praetor om in integrum restitutio te bevelen en het interdictum fraudatiorum.

De eerstgenoemde bevoegdheid strekte tot het terugbrengen in de faillissementsboedel van hetgeen daaruit ter benadeling van de crediteuren aan derden gegeven is, tijdens de executie. Het laatstgenoemde interdict strekte ertoe om benadeelde schuldeisers na de executie een rechtsmiddel te geven tegen hen die van de benadeling profijt getrokken hadden.

Met de actio pauliana konden de benadeelde crediteuren binnen een jaar het in de boedel terugbrengen van goederen vorderen en, indien sedert de benadeling reeds een jaar verstreken was, schadevergoeding van degenen die van de benadeling profijt getrokken hadden. De schadevergoeding kon niet meer dan het beloop van het genoten profijt bedragen.

Situatie in Nederland[bewerken]

Voor een beroep op de actio pauliana gelden in het algemeen de volgende vereisten:

  1. Er is sprake van een onverplichte rechtshandeling. Hiermee wordt bedoeld dat de rechtshandeling is verricht zonder dat daartoe een op wet of overeenkomst berustende verplichting bestaat. [2]
  2. Eén of meer schuldeisers zijn door de rechtshandeling benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden. Hiervan is in ieder geval sprake indien een schuldeiser door de rechtshandeling minder ontvangt dan zonder die rechtshandeling het geval zou zijn. [3]
  3. De debiteur en degene tot wie de rechtshandeling is gericht, wisten of behoorden te weten dat één of meer schuldeisers hierdoor zouden worden benadeeld. [4]

Het Nederlands recht onderscheidt drie vormen van de actio pauliana:

  1. De algemene of BW-pauliana, zie artikel 45 tot en met 48 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
  2. De faillissementspauliana, zie artikel 42 tot en met 51 van de Faillissementswet;
  3. De erfrechtpauliana, zie artikel 205 van boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Deze drie vormen kennen ieder hun eigen regeling. De algemene pauliana kan worden ingesteld door iedere schuldeiser van de debiteur die is benadeeld door de paulianeuze rechtshandeling. In faillissement is slechts de curator bevoegd tot het instellen van de (faillissements)pauliana.[5] De curator kan in bijzondere omstandigheden de actio pauliana zelfs inroepen ten aanzien van verplichte rechtshandelingen.[6] De erfrechtpauliana kan worden ingesteld door schuldeisers van een erfgenaam die een nalatenschap heeft verworpen.

Een debiteur die een paulianeuze rechtshandeling verricht, kan onder bepaalde voorwaarden strafbaar zijn. [7]

Situatie in België[bewerken]

De actio pauliana wordt beschreven in het Burgerlijk Wetboek, artikel 1167, dat kort en bondig stelt dat "derden" - bedoeld worden degenen die geen partij zijn bij een overeenkomst (of contract) - "ook in hun eigen naam kunnen opkomen tegen de handelingen die hun schuldenaar verricht heeft met bedrieglijke benadeling van hun rechten".

Duits recht[bewerken]

In Duitsland kan het verlenen van uitstel van betaling veel risico met zich meebrengen. Als de rekening later toch betaald wordt, maar nog later gaat de debiteur failliet, kan dit als paulianeus handelen worden gezien. De curator kan eisen dat dit bedrag weer wordt terugbetaald, en dit kan tot tien jaar terug. Veel Nederlandse ondernemers die zaken doen in Duitsland zijn hier niet mee bekend.[8]

Actualiteit[bewerken]

De werking van faillissementsrechtinstrumenten actio pauliana blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)/ auteur Luttikhuis die schrijft over de herziening faillissementswet 2007. Als een curator een vermoeden heeft van schuldeisersbenadeling, leidt dit in 33% (rechtspersonen) resp. in 19% (natuurlijke personen) tot een opbrengst voor schuldeisers.[9]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Losbl. Vermogensrecht (Mellema-Kranenburg), art. 45, aant. 2
  2. HR 8 januari 1937, NJ 1937, 431 aangehaald door Hijma 2003 (T&C BW), art. 3:45, aant. 2 sub a
  3. Losbl. Vermogensrecht (Mellema-Kranenburg), art. 45, aant. 56
  4. op deze eis wordt voor sommige rechtshandelingen een uitzondering gemaakt, zie artikel 3:45 lid 2 en lid 3 BW en artikel 42 lid 2 en lid 3 Fw. Verder wordt onder omstandigheden bij voorbaat vermoed dat aan deze eis is voldaan, zie artikelen 3:46 BW, 3:47 BW, 43 Fw en 45 Fw
  5. Losbl. Faillissementswet (Van Hees), art. 49, aant. 1
  6. Artikel 47 Fw waarover Huizink, Insolventie (derde druk) nr. 23
  7. Losbl. Faillissementswet (Van Hees), art. 42, aant. 12
  8. Nederlandse ondernemers verstrikt in Duits faillissementsrecht, Alexander Weissink, Financieel Dagblad, 13 oktober 2014
  9. Het hele boek staat op de website van het CBS onder het kopje recht en veiligheid 2007 (zie ook 2006) en op de website over corporate-recovery website over corporate-recovery (corporate-recovery.org)