Adelheid (heilige)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adelheid van Italië
931-999
Sainte-Adélaïde - Église de Toury, vitraux par Lorin.jpg
Koningin-gemaal van het Heilige Roomse Rijk
Periode 951-961
Voorganger Editha van Wessex
Opvolger Theophanu
Keizerin-gemaal van het Heilige Roomse Rijk
Periode 962-973
Voorganger Bertila van Spoleto
Opvolger Theophanu
Vader Rudolf II van Bourgondië
Moeder Bertha van Zwaben

De heilige Adelheid (Orbe, 931 - Seltz, 16 december 999) was een dochter van koning Rudolf II van Opper-Bourgondië en van Bertha van Zwaben.

Na het overlijden van haar vader, huwde haar moeder met Hugo, de koning van Lombardije en werd Adelheid verloofd met zijn zoon Lotharius. Adelheid huwde in 947 met koning Lotharius, maar deze werd in 950 vergiftigd (vermoedelijk) door toedoen van Berengarius, die zich als koning opwierp en Adelheid wilde uithuwelijken aan zijn zoon Adelbert. Toen Adelheid dat weigerde werd ze gevangengezet in Como, maar kon in een bootje over het meer ontsnappen en vluchtte naar Canossa. Daar kreeg ze onderdak bij een lokale edelman Adalbert-Atto die prompt werd belegerd door Berengarius. Vanuit deze benarde positie stuurde Adelheid noodkreten om hulp naar Duitsland.

Nadat keizer Otto I in 951 Noord-Italië had bezet, huwde hij Adelheid. Adelheid kreeg een bescheiden maar actieve rol in het bestuur. Het paar werd in 962 door paus Johannes XII in Rome tot keizer en keizerin gekroond. Na het overlijden van haar man in 973, werd zij regente voor hun zoon Otto II maar kreeg na verloop van tijd conflicten met Otto en haar schoondochter Theophanu. Zij moest zich in 978 terugtrekken in Bourgondië, waar zij talrijke kloosters stichtte. Haar broer Koenraad van Bourgondië wist een verzoening met Otto en Theophanu te bereiken. Na het overlijden van Otto II in 983, werd zij mederegente voor diens zoon, de latere keizer Otto III, en onderkoningin van Italië. Door haar terugkerende conflict met keizerin Theophanu moest ze de wijk nemen naar Lombardije. Toen ook Theophanu overleed (in 991), werd Adelheid wederom regente. In 995 trok zij zich ten slotte terug in het door haar gestichte klooster van Seltz.

Adelheid sprak vier talen en was zeer belezen. Ze werd alom geroemd om haar schoonheid, intelligentie, zedigheid en ze was een begaafd harpiste. Ze gaf steun aan de hervormingen van Cluny, die door Otto II en Theophanu als staatsgevaarlijk werden beschouwd. In 999 werd haar vriend, de aartsbisschop van Ravenna, Gerbert van Aurillac, die ook Otto III had opgevoed, tot paus gekozen onder de naam Sylvester II. Ze was overtuigd van de wederkomst van Christus in het jaar 1000 maar heeft dat net niet meer meegemaakt.

Adelheids eerste huwelijk bracht een dochter voort: Emma van Italië.
Met Otto kreeg ze vier kinderen:

Heiligverklaring[bewerken]

Adelheid werd in 1097 heilig verklaard door paus Urbanus II. Haar feestdag is op 16 december. Adelheid is de beschermheilige van de slachtoffers van mishandelingen, bruiden, keizerinnen en prinsessen, gevangenen, weduwen, ouders van grote gezinnen, stiefouders, bannelingen en bij tweede huwelijken. Ze wordt in de regel met een boot afgebeeld. Haar graf was een belangrijk pelgrimsoord maar werd verwoest tijdens de reformatie. Volgens sommige bronnen ligt het onder de dorpskerk van Selz.