Ahaetulla nasuta
| Ahaetulla nasuta IUCN-status: Niet geëvalueerd (2008) |
|||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Een spitssnuitslang eet een skink (Ristella travancorica) |
|||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||
| Ahaetulla nasuta (Lacépède, 1789) |
|||||||||||||||||
| Ahaetulla nasuta op |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
De spitssnuitslang of spitssnuitzweepslang (Ahaetulla nasuta) is een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae). De soort had lange tijd Dryophis mycterizans als wetenschappelijke naam.
[bewerken] Beschrijving
De spitssnuitslang bereikt een lengte van ongeveer 1,5 meter met uitschieters tot 1,8 meter, en heeft een zeer dun lichaam. Vrouwtjes worden langer dan mannetjes maar hebben een relatief kortere staart. De kleur is smaragd- tot helder groen met een lichtere buik, soms komen bruinige strepen voor. De slang heeft een karakteristieke driehoekige en lange kop met een opvallende neuspunt waaraan de wetenschappelijke soortnaam nasuta te danken is, dat neus betekent. Ook de ogen zijn opvallend, ze zijn relatief groot en hebben een langwerpige maar onregelmatig gevormde pupil.
[bewerken] Algemeen
De spitssnuitslang komt voor in Azië: in Bangladesh, Cambodja, India, Myanmar, Sri Lanka, Thailand en Vietnam. De slang is dagactief en leeft in bomen waar tussen de bladeren voornamelijk op kikkers en hagedissen wordt gejaagd. Deze worden vaak bij de nek gegrepen en sterven door verstikking voor ze worden doorgeslikt. De slang heeft een mild gif dat zwellingen veroorzaakt maar ongevaarlijk is voor de mens. De ogen van de slang zijn goed ontwikkeld, de slang kan stereoscopisch zien in tegenstelling tot de meeste slangen.
De spitssnuitslang staat bekend als agressief bij aanraking en bijt venijnig van zich af. Uit de gewoonte om met de neus in het gelaat te prikken, is de mythe ontstaan dat de slang de ogen uit het gezicht probeert te steken. Na een beet laat de slang los, waarbij vaak tanden achterblijven in de huid.
Na ongeveer 3 jaar is de slang geslachtsrijp, de spitssnuitslang is eierlevendbarend. Per worp worden 3 tot 15 of soms 20 jongen geboren, die ongeveer 35 cm lang zijn.
[bewerken] Afbeeldingen
-
In een terrarium
Bronnen, noten en/of referenties
|