Ahmed Urabi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ahmed Urabi (1882)

Ahmed Urabi of (Ahmad) Arabi Pasja (Hiryit Raznah, 1 april 1841 - Caïro, 21 september 1911), bijgenaamd al-Misri ("de Egyptenaar"), was een officier in het Egyptische leger dat in 1879 tegen de kedive en de Europese overheersing van Egypte in opstand kwam. Dit wordt de Revolte van Urabi genoemd.

Hij was de zoon van een dorpsleider, die als één van de rijkere leden van de gemeenschap zijn zoon onderwijs kon laten volgen. Niet op een westerse school, maar in het traditioneel islamitisch onderwijs.

Hij ging het leger in en bereikte de rang van luitenant-kolonel al toen hij 20 was. Hij was een vurig spreker, en door zijn afkomst werd hij beschouwd als een authentieke stem van de Egyptenaren.

Urabi's eerste interventie in de politiek kwam toen kedive Tawfiq een nieuwe wet uitvaardigde die boeren verhinderde om officier te worden. Deze wet gaf bovendien voorrang aan Turkse officieren in het Egyptische leger. Urabi en zijn aanhangers, die het grootste deel van het leger omvatten, hadden succes en de wet werd herroepen.

Urabi en zijn bondgenoten in het leger sloten zich aan bij de hervormers in de politiek. Met steun van de boeren deden zij een krachtige poging om Egypte aan buitenlandse, en vooral christelijke, invloed te onttrekken, en om een einde te maken aan het absolutistische regime van de kedive.

Urabi werd staatssecretaris van oorlog, en uiteindelijk lid van het kabinet. Er werden serieuze plannen gemaakt om een parlementaire assemblée op te richten.

De kedive voelde zich bedreigd, en vroeg de sultan om de opstand te onderdrukken. Maar de Turkse regering aarzelde om troepen in te zetten tegen moslims die zich tegen een buitenlandse christelijke invloed verzetten. De Britten vreesden vooral dat een eventueel regime-Urabi bij het afbetalen van de massieve schulden van Egypte in gebreke zou blijven, en dat hij zou proberen om controle over het Suezkanaal te krijgen.

Toen de anti-Europese rellen in Alexandrië in 1882 uitbraken, opende de Britse vloot het vuur op de forten van de stad. In september van dat jaar landde een Brits leger in de kanaalzone, en op 13 september 1882 werd Urabi verslagen en gearresteerd.

De kedive en zijn kabinet veroordeelden hem ter dood, maar onder druk van Lord Dufferin, de Britse ambassadeur in Constantinopel, die naar Egypte was gestuurd als hoge commissaris, werd het vonnis omgezet in levenslang. Urabi werd verbannen naar de Britse kolonie Ceylon, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. Het Britse leger zou in Egypte blijven tot na de Tweede Wereldoorlog.