Aker (Egypte)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aker
Egyptische god
Aker, Akar, Akeru
G1 V31
D21

Aker in hiërogliefen
Cultuscentrum Vaag, in het hele land
Gedaante Twee leeuwen met rug tegen elkaar; land met leeuwenhoofden aan einde
Dierlijke verschijning leeuwen
Associatie Aardgod, oostelijke en westelijke horizon in de onderwereld
Aker
Aker
Portaal  Portaalicoon   Egyptologie

Aker was een Egyptische god. De god werd bedacht in de Pre-dynastieke periode vergelijkbaar met de god Min. Aker wordt niet genoemd in de pyramideteksten, maar is wel aanwezig op grafschilderingen.

Aker wordt afgebeeld als twee zittende leeuwen met de rug tegen elkaar. Andere varianten zijn:

  • Een land (ta) met een leeuwenhoofd aan het einde
  • Een leeuw met twee mensenhoofden

Rol van de god[bewerken]

De god Aker stelt de westelijke en oostelijke horizon voor. Hij had een beschermende rol; zo stond Aker erom bekend dat hij gedurende de nacht de boot van zonnegod Ra veilig van de west naar de oost bracht, zonder dat deze werd aangevallen door de slangendemon Apophis. De oude Egyptenaren geloofden dat de zon 's nachts door een tunnel in de aarde reisde, een tunnel met een westelijke poort (waar de zon naar binnen ging) en een oostelijke poort (waar zij er weer uitkwam). Deze twee poorten werden respectievelijk door één leeuwgod bewaakt, die samen Aker vormden. Ook de farao kon op zijn reis naar het dodenrijk gebruikmaken van deze poorten, die Aker voor hem opende wanneer hij de juiste bezweringen uitsprak. Aangezien hij de horizonten, die de in- en uitgangen vormden van de onderwereld, verpersoonlijkte speelde hij een belangrijke rol in de funeraire sfeer. De beeltenis van de twee leeuwen wordt ook vaak gebruikt bij de ingang van tempels en paleizen. Naast Akers vertegenwoordiging van de oostelijke en westelijke horizonten, stond hij ook bekend om het feit dat hij het gif uit slangenbeten kon absorberen, of dit neutraliseren in het geval van inslikken.

Cultus[bewerken]

Aker was een god die niet aanbeden werd. Het had geen cultus-centrum, maar werd meer gezien als een element van teksten na de dood.