Ali Akbar Hashemi Rafsanjani
| Akbar Hashemi Rafsanjani | ||||
| 4e President van Iran | ||||
| Ambtstermijn | 3 augustus 1989 – 2 augustus 1997 | |||
| Voorganger | Ali Khamenei | |||
| Opvolger | Mohammad Khatami | |||
| Geboren | 25 augustus 1934 | |||
| Politieke partij | Combatant Clergy Association | |||
|
||||
(Ali) Akbar Hashemi Rafsanjani (Perzisch: اکبر هاشمی بهرمانی), ook bekend als Hashemi Bahramani (هاشمی رفسنجانی) (geb. 25 augustus, 1934 te Bahraman, Iran) is een Iraans hojatollah (geestelijke) en politicus. Rafsanjani was president van Iran van 1989 tot 1997. Hij is een van de vier hoge geestelijken die in Teheran mag voorgaan in het vrijdaggebed.
Rafsanjani stamt uit een familie van welgestelde pistacheboeren. In de heilige stad Qom studeerde hij islamitisch recht. Daarna vergaarde hij een vermogen in de onroerend goedhandel, waarin hij samen opereerde met Mehdi Bazargan. Als tegenstander van de Sjah belandde hij meerdere keren in de gevangenis.
Hij was een belangrijk lid van de Iraanse Revolutionaire Raad, die regeerde kort na de Iraanse Revolutie van 1979. Hierna was Rafsanjani voorzitter van het Iraanse parlement, een positie die hij tot 1989 vervulde. Hij speelde ook een belangrijke rol in de Iran-contra-affaire van 1986, waarbij de VS wapens verkochten aan Iran om Amerikaanse gijzelaars in Libanon vrij te krijgen en de contra's in Nicaragua te steunen. Toen de zaak uitkwam toonde hij de pers een bijbel met opdracht die hij van president Reagan had gekregen.
In 1989 werd hij tot president gekozen. Even daarvoor had het parlement het ambt van premier afgeschaft, dus had Rafsanjani tevens de dagelijkse leiding van de regering. Tijdens zijn eerste ambtstermijn werd oud-premier Shapour Bakhtiar in Parijs vermoord. Ook werd in die jaren de aanzet gegeven tot het nucleaire programma dat Iran uiteindelijk de beschikking moest geven over kernwapens.
In 1993 werd hij opnieuw gekozen. In 1995 kondigden de Verenigde Staten economische sancties af: Amerikaanse bedrijven mochten niet meer bijdragen aan de Iraanse oliewinning. In 1997 was Rafsanjani niet herkiesbaar, en werd hij opgevolgd door de hervormingsgezinde Mohammad Khatami.
Eind 2000 stelde Rafsanjani zich opnieuw kandidaat voor het presidentschap, maar zijn kandidatuur werd door de Raad van Hoeders verworpen. Anno 2005 was Rafsanjani opnieuw kandidaat, omdat Khatami zich niet herkiesbaar had gesteld.
Rafsanjani is vooral populair bij de elite van Teheran, die hoopt dat hij met zijn invloed het land verder kan moderniseren.
Rafsanjani wordt er al jaren van verdacht mede opdracht te hebben gegeven aan Hezbollah tot de bomexplosie op het AMIA-gebouw in 1994 in Argentinië. Hierbij vielen 85 doden, waarvan de meeste Joods waren. Hij was in die periode president. Op 25 oktober 2006 vroeg Argentinië om de aanhouding van de oud-president.
Rafsanjani was tot 2011 vier jaar lang voorzitter van de Raad van Experts.[1] Daarnaast is Rafsanjani sinds 2007 voorzitter van de Raad van Geschiktheid en Oordeel, een raadgevend orgaan dat wetgevende conflicten tussen het Iraanse parlement en de Raad van Hoeders probeert op te lossen.
[bewerken] familie
Rafsanjani is getrouwd en heeft drie zonen en twee dochters. Zijn dochter Faezeh Hashemi zat in 2011 korte tijd in hechtenis op beschuldiging van "anti-revolutionaire activiteiten".
| Presidenten van Iran | ||
|---|---|---|
|
Abolhassan Bani Sadr · Mohammad Ali Rajai · Ali Khamenei · Ali Akbar Hashemi Rafsanjani · Mohammad Khatami · Mahmoud Ahmadinejad |
||
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Oud-president Iran uit Raad gezet, nos.nl
| Persoonsgegevens | |
|---|---|
| NAAM | Rafsanjani, Ali Akbar Hashemi |
| KORTE OMSCHRIJVING | 4e President van Iran |
| GEBOORTEDATUM | 25 augustus 1934 |
| GEBOORTEPLAATS | Bahraman, Iran |
| Zie de categorie Hashemi Rafsanjani van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |