Analytische scheikunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De analytische scheikunde of analytische chemie is het onderdeel van de scheikunde dat zich bezig houdt met de analyse (het ontleden) van chemische verbindingen en mengsels. Daarin spelen zowel de vraag naar "wat zit er in?" als de vraag "hoeveel zit er in?". De "wat"-vraag is het studieterrein van de kwalitatieve analytische scheikunde, de "hoeveel"-vraag wordt bestudeerd in de kwantitatieve analytische scheikunde.

De analytische scheikunde is geïnteresseerd in:

[bewerken] Kleine hoeveelheden

Sporenanalyse in de chemische analyse heeft betrekking op het nauwkeurig bepalen van kleine hoeveelheden materiaal in een grote hoeveelheid andere stoffen. Daarbij kan gedacht worden aan lage concentraties uiterst kostbare stoffen of juist gevaarlijke stoffen, maar ook ongevaarlijke stoffen of stoffen die bijvoorbeeld als katalysator groot effect hebben op een proces. Ook kunnen er bijvoorbeeld heel kleine hoeveelheden in een eindproduct zitten die de eigenschappen van dat product ernstig schade brengen. Bijvoorbeeld de uiterste zuiverheid van silicium die geëist wordt bij de productie van computerchips.

Bij sporenanalyse worden hoge eisen gesteld aan

  • methode van monstername
  • methode van voorbewerken van het monster
  • scheidingsmethoden
  • detectiemethoden

Gangbare concentraties in de sporenanalyse zijn mg/kg of ppm, mg/ton of ppb. Soms wordt zelfs gemeten in het gebied van mg/1000 ton of ppt.

Populair gezegd:

  • 5 korrels kristalsuiker in een pak melk of op een flink vloerkleed is 1 ppm.
  • 5 korrels kristalsuiker in een olympisch zwembad (50 x 10 x 2 mtr) is 1 ppt.


[bewerken] Deelgebieden van de analytische scheikunde

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken