Anathema

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de band met dezelfde naam zie: Anathema (band)
Etruskische bronzen jongen met eend (detail), ca. 100 v.Chr. De inscriptie (CIE 446) vermeldt dat Velia Fanacna het voor haar zoon aan de godin Thufltha wijdde (RMO, Leiden).

Anathema (Oudgrieks: ἀνάθημα, lett. "het opgestelde") is in de klassieke archeologie de aanduiding voor een artefact dat in de oudheid door een bezoeker van een heiligdom aan een godheid werd geschonken. Dit deed men als dankbetuiging voor een verleende gunst of om een bepaalde wens kracht bij te zetten. Een andere veel voorkomende benaming is wel ex voto, hoewel deze term meer wordt geassocieerd met soortgelijke gebruiken binnen de katholieke kerk. Correcte Nederlandse aanduidingen zijn wijgeschenk en votiefgift.

Anathemata zijn in vele vormen en variaties gevonden, dikwijls vervaardigd in terracotta, brons en natuursteen. Typerend zijn de kleine antropomorfe figuurtjes, die voorbeelden uit de contemporaine beeldhouwkunst imiteren. De figuurtjes stellen vaak de ontvanger (dat wil zeggen de god) of de gever (dat wil zeggen de bezoeker van het heiligdom) voor. Een speciaal genre vormen de zogenaamde anatomische anathemata, die vooral worden aangetroffen in en rond heiligdommen voor goden die zijn verbonden met de geneeskunst, zoals Asklepios, Apollon en Hygeia. Deze wijgeschenken verbeelden, vaak in terracotta, delen van het menselijk lichaam: hoofden, handen, voeten, maar ook borsten, genitaliën en uteri. Door dergelijke objecten te schenken hoopte men dat de godheid het betreffende lichaamsdeel zou genezen, of de stukken konden zoals eerder vermeld als dankbetuiging in de heiligdommen worden geplaatst.

Anathemata zijn niet zelden van een inscriptie voorzien. Deze zogenaamde votiefstenen, dedicatie- of wij-inscripties vermelden vaak de naam van de dedicant en van de geëerde godheid. Vele inscripties zijn in vaste constructies geformuleerd. Illustratief is onderstaand voorbeeld, een Griekse inscriptie op een op Chios vervaardigde schaal in terracotta, gevonden op het terrein van het heiligdom van Aphrodite te Naukratis in noordelijk Egypte (thans in het British Museum):

Σώστρατος μ' ἀνέ[θ]ηκεν τᾖ φροδίτηι
Sostratos wijdde mij aan Aphrodite

Votiefsteen in de thermen van Coriovallum van raadslid Marcus Sattonius lucundus uit Xanten gewijd aan Fortuna (Thermenmuseum, Heerlen)

In Hellas, Etrurië en elders werden anathemata bij tempels geplaatst. Sommige typen wijgeschenken konden aan de tempel worden opgehangen. Dit gebruik nam op sommige plekken zulke vormen aan, dat men genoodzaakt was de geschenken te verwijderen. Uit respect voor de goden werden deze anathemata binnen de peribolos van het heiligdom in een kuil (bothros) ritueel begraven. De vondst van zo'n votiefdepot verschaft de archeologie veel informatie.

Christelijke traditie[bewerken]

Zie ook: ex voto

In de Griekse vertaling van het Oude Testament werd het woord gebruikt als vertaling voor het Hebreeuwse cherem in de betekenis dat iets of iemand in het midden van de gemeenschap voor God werd gesteld, ofwel tot zegening ofwel tot veroordeling. Op deze wijze werd het de uitdrukking voor een banvloek.

In het Nieuwe Testament wordt de uitdrukking gebruikt door de Apostel Paulus die in de brief aan de Galaten (Gal. 1, 8-9[1]) de uitdrukking anathema sit ("hij zij vervloekt") gebruikt.

In de betekenis van uitsluiting (excommunicatie, kerkelijke ban) is de formulering sinds de 4e eeuw tegen verschillende ketterijen gebruikt op particuliere en oecumenische concilies in de geijkte vorm "indien iemand dit of dat zegt (dat in strijd is met de besluiten van het concilie), hij zij in de ban (anathema sit)".

De uitdrukking werd ook gebruikt tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) over de aanhangers van de (vanuit de katholieke leer gezien) dwaling van de Reformatie 126 keer het anathema heeft uitgesproken.

In reactie op deze vervloekingen is in 1563 in de Heidelbergse Catechismus (vraag en antwoord 80) een uitspraak gedaan over de katholieke leer over het H. Misoffer. De Reformatie wijst deze leer als een "vervloekte afgoderij" af. De Reformatie heeft echter, vanwege het ontbreken van een alomvattende autoriteit en de versplintering van het protestantisme, nooit katholieken vervloekt of uitgesloten van het heil. Evenwel beschouwen nog altijd enkele protestantse kerken[bron?] de katholieken als afgodendienaars die geen persoonlijke relatie met en kennis hebben van Jezus-Christus.

Literatuur[bewerken]

  • (fr) Fransen, P. (1953), Réflexions sur l'Anathème au Concile de Trente, in Ephem. Tehol. Lovan. 29, blz. 657-672

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Sed licet nos aut angelus de caelo evangelizet vobis praeterquam quod evangelizavimus vobis, anathema sit!
    Sicut praediximus, et nunc iterum dico: Si quis vobis evangelizaverit praeter id, quod accepistis, anathema sit!
    Maar al zouden zijzelf of een engel uit de hemel een ander evangelie verkondigen dan wij u verkondigd hebben: hij zij vervloekt!
    Wat ik vroeger heb gezegd zeg ik nu opnieuw: als iemand u een ander evangelie verkondigt dan gij ontvangen hebt: hij zij vervloekt!