Anthony van Brouckhorst
Anthony van Brouckhorst was een koopman en opperhoofd in Tonkin (1642-1649), en op Dejima van 5 november 1649 tot 24 oktober 1650.
In juli 1643 vertrok hij van Tonkin naar Dejima; in 1644 was hij weer gestationeerd in Tonkin. In 1646 (?) kwam Jan van Riebeeck bij hem in dienst, die zich het Vietnamees eigen maakte en een advies naar de Heren XVII over de handel stuurde.[1] In het daaropvolgende jaar werd Van Riebeeck met inhouding van twee maanden salaris teruggestuurd naar het vaderland.[2] [3] In 1649 werd Van Bronckhorst werd benoemd tot opperhoofd van de handelspost. Van Brouckhorst en Andries Frisius [4], de nieuwe gezant (in plaats van Peter Blokhovius) kregen toestemming een bezoek brengen aan de shogun. Het bezoek was steeds uitgesteld, vanwege ziekte, maar waarschijnlijker is dat de shogun zenuwachtig was. Op 31 december kwamen zij aan. Op 31 januari was de audiëntie gepland. Zij hadden stoffen, twee papegaaien, een telescoop, een vat wijn, en twee mortieren als geschenk meegebracht. Ze waren vergezeld van een Zweedse deskundige Johan Schedler, die het gebruik van de mortier zou kunnen demonstreren, een Zwitserse zilversmid Johann Schmidt en de koopman of wiskundige Willem Bijleveldt , die behoorde tot de tien gevangenen van Nambu in het jaar 1643 en mogelijk nu het berekenen van de baan van de bommen moest uitleggen. In het uitgebreide en opgetooide gevolg zat Caspar Schamberger, Duitse chirurgijn, die de Japanners op de hoogte bracht van de Westerse geneeskunst, patiënten bezocht en medicijnen leverde.
Het bezoek duurde langer dan verwacht omdat de Japanners belangstelling hadden voor de kunst van het landmeten. Vanwege kopiëren en overzetten van de sinus en cosinus, tangens en secans tafel, oftewel hoekmaat, haak ende snijlijns rekening heeft het verblijf langer geduurd dan voorzien.
Op 18 januari 1651 was hij vice-admiraal van de retourvloot.
Referenties
|