Antisociale persoonlijkheidsstoornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Antisociale persoonlijkheidsstoornis
ICD-10 F60.2
DSM-IV 301.7
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De antisociale of dissociale persoonlijkheidsstoornis is een persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door antisociaal en impulsief gedrag. In grote lijnen beschouwt men deze stoornis als gelijk aan de aandoening die vroeger de psychopathische of sociopathische persoonlijkheidsstoornis werd genoemd. In de samenleving heeft ongeveer 3% van de mannen en 1% van de vrouwen de antisociale persoonlijkheidsstoornis (volgens het DSM-IV). Omdat er zoveel meer mannen dan vrouwen deze stoornis hebben, wordt deze ook wel eens 'borderline voor mannen' genoemd. De relatie waaraan daarbij wordt gerefereerd is zuiver statistisch van aard, omdat de symptomen en oorzaken wezenlijk verschillen.

Forensisch psychiatrisch gedrag[bewerken]

Crimineel gedrag is niet noodzakelijk voor de diagnose, maar lijders aan ASP komen zeer vaak in aanraking met politie en justitie door hun veronachtzaming van de normen en waarden in de maatschappij en de rechten van anderen. Een gebrekkig of verstoord inlevingsvermogen (verplaatsen in anderen) is hiervan een belangrijke oorzaak. Het is echter onjuist om alle criminelen af te doen als ASP-lijders: veel criminelen hebben geen ASP en omgekeerd zijn veel ASP-lijders niet crimineel. Sommigen zijn van mening dat mensen die buitengewoon goed presteren in de maatschappij kenmerken van ASP vertonen, omdat ze minder moeite zouden hebben met het nemen van harde beslissingen.

Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis kunnen heel innemend en charmant zijn, maar ze kunnen door impulsiviteit en gebrek aan inlevingsvermogen snel in conflicten terechtkomen. Ze liegen vaak in hun voordeel en zijn niet bang, wat mogelijk verklaart waarom zij de consequenties van hun handelingen niet inzien. Berouw, empathie of schuldgevoel komt bij ASP-lijders niet of slechts in verminderde mate voor.

Classificatie[bewerken]

Het DSM-IV definieert de antisociale persoonlijkheidsstoornis als een pervasief patroon van veronachtzaming en schending van de rechten van anderen dat zich openbaart vanaf het 16e levensjaar.

Kenmerkend gedrag[bewerken]

Bij een ASP-patiënt ontbreekt de capaciteit om emoties zoals schuld of wroeging te voelen, omdat zij niet kunnen empathiseren met anderen; dat wil zeggen dat het inlevingsvermogen en het vermogen om zich in een ander te verplaatsen verminderd aanwezig is of geheel ontbreekt. Het uit zich vooral door versterkt egocentrisch gedrag, waarbij het eigenbelang vaak of altijd boven dat van anderen prevaleert. Dit kan op een duidelijk zichtbare wijze gebeuren, maar het komt ook voor dat een ASP-patiënt zich aardig en sociaalvoelend voordoet. Dit noemt men "aangeleerd sociaal wenselijk gedrag"; dit is echter slechts cognitief, verstandelijk en rationeel aanwezig: het komt niet voort uit intrinsieke emoties. Typerend voor iemand met een dergelijke persoonlijkheidsstructuur, is bijvoorbeeld het aanwenden van sociaal wenselijk gedrag om uit eigenbelang een doel te bereiken, ook al gaat dat ten koste van de ander. Hiermee onderscheidt de persoonlijkheidsstoornis zich duidelijk van andere stoornissen die de emoties en de empathische vermogens negatief beïnvloeden. Toch kan het sociaal wenselijke gedrag ook aangewend worden op manieren die ertoe leiden dat de patiënt dermate socialiseert, dat hoewel van genezing geen sprake is, het aangeleerde gedrag als copingmechanisme de patiënt een leven laat leiden dat zeer nauw overeenkomt met dat van een gezond persoon. Het is een misverstand dat iedereen met een afwijkende persoonlijkheidsstructuur ongeneeslijk ziek is, als dat wordt uitgelegd als niet voor verbetering vatbaar.

Een heel specifiek verschijnsel bij ASP is in bepaalde gevallen het ziekelijk liegen. Een patiënt kan een uitgebreid web van leugens vertellen om daar later zijn voordeel mee te kunnen doen. Hij kan bijvoorbeeld iemand financieel voordeel of romantiek in het vooruitzicht stellen, terwijl het verantwoordelijkheidsgevoel om aan de geschapen verwachtingen te voldoen volledig ontbreekt. Het komt voor dat het liegen zodanig een tweede natuur geworden is, dat de persoon in kwestie liegt, terwijl deze er geen concreet plan of doel voor heeft. Opvallend is voorts dat hij zich enerzijds in de slachtofferrol kan opstellen en anderzijds zich voor kan doen als iemand met succes.

Oorzaken[bewerken]

De oorzaken van de antisociale persoonlijkheidsstoornis zijn in drie groepen te verdelen:

Ontwikkelingsstoornissen (emotionele verwaarlozing)
Door een opvoeding waarin geborgenheid en genegenheid, met name in de baby- en peuterfase, onvoldoende aanwezig is, kan er een persoonlijkheidsstructuur ontstaan waarin de socialisatie onvoldoende is en het ik-gevoel (egocentrisme) op de voorgrond komt te staan. Deze verstoring en onevenwichtigheid kan later door antisociaal gedrag zichtbaar worden. Vrijwel altijd is op weg naar de volwassenheid een gedragsstoornis opgetreden, met name Anti-sociale gedragsstoornis (CD). In de vroege jeugd kan als gevolg van pathologische zorg een reactieve hechtingsstoornis zijn voorgekomen.
Organische oorzaken
Hersenontsteking, hersenvliesontsteking en andere ernstige hersenbeschadigingen door ongelukken of vergiftigingen door een verslavingsziekte, kunnen tot een zodanige karakterverandering leiden dat een verpsychopathiseerde persoonlijkheid ontstaat.
Erfelijkheid
In bepaalde situaties kan gedacht worden dat psychopathie mede een erfelijke oorzaak heeft. Welke beschadiging of afwijking in de structuur van hersencellen hierbij een rol speelt, is onvoldoende bekend.

Doorgaans is een combinatie van deze factoren aanwezig bij psychopathische personen. Het combineren van zulke factoren doet men volgens het biopsychosociaal model.

Prognose[bewerken]

Voor zover bekend zijn er geen succesvolle behandelmethoden voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis.[1][2] Er zijn daarentegen sterke aanwijzingen dat het therapeutisch "behandelen" van de patiënt hem of haar juist de gelegenheid geeft zijn of haar antisociale vaardigheden te verbeteren. [3] Individuele patiënten gaan er echter ieder op een eigen wijze mee om en bepaalde vaardigheden kunnen wel ingezet worden op voor zowel de patiënt als voor zijn omgeving een positieve manier.

Psychopathie[bewerken]

Psychopathie en psychopathische persoonlijkheidsstoornis zijn strikt genomen verouderde termen voor ASP, met een verregaand pejoratief karakter. In de forensische psychiatrie worden deze termen nauwelijks nog gebezigd en vrijwel alleen dan wanneer een cliënt voldoet aan het beeld dat maatschappelijk gekoppeld wordt aan deze term. Een officiële diagnose is het echter niet meer, omdat de term als zodanig afgeschaft is vanwege de overheersend negatieve connotatie.

In het algemeen taalgebruik wordt de term psychopaat meer gebezigd in relatie tot empathie- en gevoelloze criminelen, bijvoorbeeld bij (veel)plegers van een zeden-, gewelds- of levensdelict.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Cleckley, H. ([1941] 1955). The Mask of Sanity. Revised Edition. Mosby Medical Library. ISBN 0-452-25341-1
  2. Hare, Robert D. (1999). Without Conscience: The Disturbing World of the Psychopaths Among Us. New York: Guilford Press. ISBN 1-57230-451-0.
  3. Hervé, H. & Yuille, J.C. (2006): The psychopath: Theory, research and practice. NJ: Lawrence Erlbaum Associates.