Atlasceder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Atlasceder
Takken van atlasceder
Takken van atlasceder
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Naaktzadigen
Orde: Coniferales
Familie: Pinaceae
Geslacht: Cedrus
Soort
Cedrus atlantica
(Endl.) G.Manetti ex Carrière (1855)
Atlasceder op het domein van Mariemont (België)
Atlasceder op het domein van Mariemont (België)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De atlasceder (Cedrus atlantica) is een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae). De soort komt van nature voor in het Atlasgebergte, maar wordt tegenwoordig vaak aangeplant als sierboom in parken en tuinen. In Zuid-Europa wordt de atlasceder soms bovendien aangeplant voor het hout. Een volwassen boom kan tot 40 meter hoog worden.

Kenmerken[bewerken]

De kroon van de boom is breed en kegelvormig. De grote takken hebben een horizontale stand. Zelden hangen de takken. De boomschors is glad en donkergrijs. Als de boom ouder wordt, komen er groeven in de boomschors te zitten en zo vormen zich grote platen, die afschilferen. De knoppen zijn glimmend, donkergroen of blauwachtig groen en hebben een lengte van 1-2 cm. Ze zitten vaak in bosjes van circa 40 stuks bijeen.

De mannelijke kegels zijn conisch en hebben een lengte van 3-5 cm.

Vrouwelijke kegels zijn rechtopstaand en rolrond met een uitholling aan de top. Ze rijpen in twee jaar tot een bleke, paarsbruine kleur en zijn dan 5-8 cm lang. De schubben vallen af en laten dan de gevleugelde zaden vrij.

Kegel

Toepassingen[bewerken]

De atlasceder levert geurig hout dat erg duurzaam is voor binnenhuisgebruik. Door middel van stoomdestillatie wordt uit het hout etherische olie gewonnen.

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren – Atlasceder.