Bengaalse varaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bengaalse varaan
Varanus benghalensis.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Familie: Varanidae (Varanen)
Geslacht: Varanus
Soort
Varanus bengalensis
Daudin, 1802
Afbeeldingen Bengaalse varaan op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Bengaalse varaan op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De Bengaalse varaan[1] (Varanus bengalensis) is een hagedis uit de familie varanen (Varanidae).

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De Bengaalse varaan bereikt een maximale lichaamslengte tot twee meter. Zeer jonge dieren tot een jaar zijn zwart met een gele buik en keel en rijen kleine vlekjes op de rug, en jonge dieren tot 5 jaar zijn zwart met een zeer dichtbezaaid patroon van zeer kleine ronde gele of witte vlekjes met een witte buik. Oudere dieren zijn grijs en de vlekjes zijn nog maar nauwelijks te zien, ook hebben de dieren een vrij kleine en spitse kop, de neusgaten zijn vanaf de zijkant van de kop gezien in het midden gepositioneerd. Het lichaam is lang en slank, zoals alle varanen heeft de hagedis een zeer lange nek en idem staart.

Verspreiding en habitat[bewerken]

Deze soort komt onder andere voor rond de Golf van Bengalen, hiernaar verwijst de soortnaam bengalensis. De habitat bestaat uit dorre rotsachtige streken met enige vegetatie. Er worden drie ondersoorten erkend.[2] De ondersoort V. b. bengalensis komt voor in Bhutan, Bangladesh, Myanmar, Pakistan, Iran, Vietnam, Laos, Cambodja, Maleisië, Afghanistan, Nepal, India en Sri Lanka en in Indonesië op het eiland Java. De ondersoort V. b. irrawadicus is endemisch in China. De derde ondersoort V. b. irrawadicus komt waarschijnlijk alleen voor in Vietnam. Vroeger werd de soort Varanus nebulosus ook als ondersoort gezien, maar deze wordt tegenwoordig als volwaardige soort erkend.

Levenswijze[bewerken]

Het grote verspreidingsgebied is onder andere te danken aan het feit dat deze varaan als zeer nuttig wordt beschouwd. Hij is namelijk te klein om kleinvee en huisdieren te verschalken. Daardoor wordt de hagedis minder fel bestreden als andere varanen, die als plaag worden gezien. Het voedsel bestaat uit grote insecten, knaagdieren, slangen, hagedissen en eieren, zowel van reptielen als vogeleieren. Het is een van de weinige soorten die zich veel in bomen ophoudt.[1] Zoals alle varanen wordt de tong gebruikt als reukorgaan dankzij het orgaan van Jacobson maar de hagedis kan ook goed zien en horen. Als de varaan in het nauw wordt gedreven bijt hij van zich af en de staart kan als slagwapen worden gebruikt.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties
  1. a b Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 382 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Varanus bengalensis
Bronnen
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Varanus bengalensis - Website Geconsulteerd 27 mei 2012