Berberis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Berberis
Berberis verruculosa
Berberis verruculosa
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Orde: Ranunculales
Familie: Berberidaceae (Berberisfamilie)
Geslacht
Berberis
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Berberis is een geslacht van ongeveer 450 tot 500 soorten bladverliezende en groenblijvende struiken van 1-5 m hoog met doornige scheuten.

Het geslacht komt van nature voor in Europa, Azië, Afrika, Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Berberis is nauw verwant aan Mahonia.

Berberis thunbergii struik

De planten in dit geslacht kent takken met twee verschillende vormen. Lange scheuten vormen de structuur van de plant, korte zijn slechts 1 à 2 mm lang. De bladeren op de lange takken zijn niet fotosynthetisch en vormen knopen van drie doorns van 3-30 mm lang; De knop zit in de bladoksel van ieder doornblad. Hieruit ontwikkelt zich een korte scheut met verscheidene normale bladeren waarin wel fotosynthese plaats vindt. Deze bladeren zijn 1-10 cm lang, enkelvoudig en gaafrandig of getand. Alleen op jonge zaailingen ontwikkelen bladeren zich op de lange takken; de volwassen bladerstijl ontwikkelt zich na het eerste of tweede jaar.

De bladverliezende soorten als Berberis thunbergii en Berberis vulgaris vallen op door hun mooie herfstkleur, de bladeren kleuren roze of rood voor ze afvallen.

De gele of oranje bloemen zijn alleenstaand of groeien in trossen van tot twintig bloemen. De 3-6 mm lange bloemen hebben zes kroonbladen en zes kelkbladen, afwisselend in kransen van 3 geplaatst. De kelkbladen zijn evenals de kroonbladen gekleurd.

De vrucht is een kleine bes van 5-15 mm lang. Rijp is hij rood of donkerblauw, vaak met een roze of violette glans. Ze kunnen langwerpig of bolvormig zijn. De eetbare bessen zijn rijk aan vitamine C maar hebben een scherpe smaak. De doornen maken oogsten lastig, reden waarom ze weinig worden gegeten. Voor kleine vogels zijn ze echter een belangrijke voedselbron. Deze verspreiden de zaden na vertering. Berberis soorten worden door de larven van verschillende Lepidoptera-soorten als de loofboomdwergspanner (Eupithecia exiguata) als waardplant gebruikt.

In de tuin worden ze zowel ter wille van hun sierlijke bladeren geplant als voor hun gele bloemen en rode of donkerblauwe bessen. Ook voor inbraakbestrijding spelen ze een rol door ze onder lage ramen of in heggen aan te planten, hun doorns zijn een effectief afweermiddel.

Berberis vulgaris is de gastheer voor een aantal schimmels als Puccinia graminis, die tarwe ernstig kan aantasten.

Berberis glaucocarpa is een neofiet in Nieuw-Zeeland, die daar plaatselijk verboden is.

Berberis buxifolia en Berberis darwinii zijn twee soorten die voorkomen in Patagonië in Argentinië en Chili. Hun eetbare vruchten worden onder meer in jam en gebruikt, maar ook om in te maken. Men zegt dat iedereen die ooit een van deze bessen geproefd heeft, altijd weer naar Patagonië terugkeert. Deze twee planten zijn de nationale planten van Patagonië.

Selectie van soorten[bewerken]

Europa & Azië, bladverliezend
Europa & Azië, groenblijvend
Noord-Amerika, bladverliezend
Zuid-Amerika, bladverliezend
Zuid-Amerika, groenblijvend
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren – Berberis.